Dole heeft één handicap: ze zit bij verkeerde partij

Voor het eerst is in de Verenigde Staten een vrouwelijke kandidaat opgestaan die een serieuze kans maakt op het presidentschap: Elizabeth Dole....

Officieel 'onderzoekt' Dole nog of ze zich wel kandidaat zal stellen, maar in televisiespotjes prijst ze zichzelf al aan als de buitenstaander op wie het volk zit te wachten. 'Ik ben geen politicus, maar dat is, geloof ik, slechts een voordeel', houdt ze de Amerikanen voor.

Twee jaar geleden al, toen Elizabeth Dole op de Republikeinse conventie een klinkende rede hield om haar man Bob Dole aan te prijzen als nieuwe president, vroeg de pers zich af of de Republikeinen niet de verkeerde Dole hadden uitgekozen. Maar na het bittere impeachment-gevecht lijkt het klimaat gunstiger voor een kandidate als Dole. Zij zou de Republikeinen een zachter gezicht kunnen geven.

Niemand twijfelt aan haar bestuurlijke capaciteiten. Ze zat zowel onder president Reagan als Bush in de regering en kreeg daarna de leiding over het Amerikaanse Rode Kruis. Maar zelfs haar man geeft toe dat ze haar politieke standpunten nog niet helemaal klaar heeft.

Dole gaat er prat op dat ze een vroom christen is en iedere dag tijd vrijmaakt in haar drukke agenda voor gebed. Maar de christelijk-rechtse vleugel van de partij heeft haar al afgeschreven.

Het droevige voor Dole is dat ze bij het grote publiek beter ligt dan bij haar eigen partij. In de opiniepeilingen verslaat ze vice-president Al Gore - de gedoodverfde Democratische kandidaat voor het Witte Huis - maar loopt ze ver achter op George Bush.

De populaire gouverneur van Texas is de favoriet van het Republikeinse establishment. De partijleiders zien Bush als de redder van de partij, de man die ervoor kan zorgen dat de Republikeinen in 2000 niet alleen het Witte Huis heroveren, maar ondanks het impeachtment-debacle misschien ook het Congres in handen weten te houden.

De 52-jarige gouverneur buit de wanhoop in de Republikeinse gelederen handig uit. In plaats van alvast op campagne te gaan, blijft hij in het gouverneurspaleis in Austin en laat hij zich lof toewuiven door de ene na de andere delegatie van partijprominenten die het wonder van Texas komen bekijken. Het resultaat is dat hij, zonder dat hij er iets voor heeft hoeven doen, al de reputatie van een groot staatsman heeft gekregen.

Tegelijkertijd dekt hij zich daarmee bijvoorbaat enigszins in tegen kritiek op zijn wilde jeugd: zelf twijfelde hij, maar het volk heeft hem geroepen. Het andere verweer van Bush is dat hij in tegenstelling tot president Clinton wel van zijn jeugdzonden geleerd heeft. 'Ik ben volwassen geworden', zegt hij.

Bush' geluk is dat de Amerikanen na het Lewinsky-schandaal wat moe lijken te zijn van het gewroet in het privé-leven van hun politici.

Net als president Clinton in 1992 met de Democraten heeft gedaan, probeert Bush de Republikeinse partij voorzichtig naar het politieke midden te sturen. 'Conservatisme met compassie' noemt hij zijn ideologische recept en in Texas schijnt het in ieder geval aan te slaan. Dankzij Bush' pragmatische conservatisme heeft de Republikeinse partij daar flinke terreinwinst geboekt onder de Spaanstalige bevolking, die traditioneel op de hand van de Democraten is.

Ook wat de abortuskwestie betreft is Bush pragmatisch. Hij vindt zelf dat abortus alleen moet worden toegestaan in geval van verkrachting en incest of als het leven van de moeder in gevaar is, maar hij wijst erop dat 'Amerika abortus niet wil verbieden'.

Naast Dole en Bush dingen er nog twee kandidaten naar de gunst van de gematigde Republikeinse kiezers: ex-gouverneur Lamar Alexander en senator John McCain, die nog aarzelt of hij zal meedoen. Alexander deed ook in 1996 al een gooi naar het presidentschap, maar moest toen afhaken. Ditmaal hoopt hij betere kansen te hebben, vooral omdat hij een van de beste Republikeinse fondswervers heeft weten te strikken voor zijn campagne.

De rest van de kandidaten opereert op de rechtervleugel en doet elkaar zoveel concurrentie aan dat ze vrijwel kansloos zijn: senator Robert Smith uit New Hampshire, voormalig vice-president Dan Quayle, de multimiljonair Steve Forbes, het Congreslid John Kasich, de christelijk-rechtse activist Gary Bauer en Pat Buchanan, de ultra-rechtse tv-commentator.

Vooral Forbes kan Bush flink het vuur aan de schenen leggen dankzij zijn miljoenen. Bush weet uit ervaring dat hij daarmee moet oppassen. Toen Bush jr. nog First Son was, probeerde zijn vader zich in 1992 tegen de onverwacht oprukkende Buchanan in te dekken door christelijk-rechts te paaien.

De prijs die Bush sr. daarvoor betaalde was dat veel gematigde kiezers naar Clinton overliepen.

Meer over