Dol op games en msn, maar ook op boeken

Lezen is steeds minder aan kinderen besteed. Toch zijn ze er nog, de fanatiekelingen die de dikste boeken zo uit hebben. Wie één keer het grote lezersgeluk heeft ervaren, kan zomaar verkocht zijn.

Aleid Truijens

'Pappa', zei Matilda, 'zou u misschien een boek voor me willen kopen?''Een boek?', vroeg hij, 'Wat moet je nou in vredesnaam met een boek?'


'Lezen, pappa.'


'Wat is er mis met de televisie, verdorie? We hebben een prachtige grootbeeld-tv en jij moet zo nodig een boek! Je bent een verwend nest, kind.'


Matilda, de heldin van het gelijknamige meesterwerk van Roald Dahl, is 3 als ze haar vader om een boek vraagt. Ze heeft dan alle folders en krantjes en Koken voor beginners, het enige boek in huis, al uit. Goddank zijn haar ouders de hele dag weg. Vader Wurmhout verkoopt tweedehands auto's gevuld met zaagsel, moeder is de hele dag naar de bingo. Matilda sluipt weg naar de bibliotheek. Na een paar weken heeft ze de kinderafdeling uit. Dan begint ze maar aan Dickens.


Matilda gaat niet alleen over leeshonger en hoogbegaafdheid. Het is vooral een boek over liefdeloosheid. Matilda neemt op geniale wijze wraak op haar ouders, die haar een eigenwijs secreet noemen, en op het dictatoriale schoolhoofd Bulstronk. Wie het einde, waar Matilda samen met de lieve juffrouw Engel een veilig thuis verovert, met droge ogen kan lezen, heeft geen hart.


Stimulans

Doen wat je ouders en leerkrachten verbieden, hardnekkig nalaten wat de opvoeders graag zien - het is een krachtige motor om op eigen houtje de wereld te ontdekken. Je zou het ieder kind gunnen. Lezen verbieden, het zou misschien de best denkbare leesbevordering kunnen zijn. Roos Wolters ontdekte dat toen ze jaren geleden een project 'Gedichten schrijven met boektitels' deed. Wolters coördineert onderzoek voor de Stichting Lezen, die zich al decennialang hard maakt voor een sterke leescultuur. 'De kinderen mochten de boekjes niet lezen, daar was geen tijd voor. Dus begonnen ze allemaal ze gretig te lezen. Wat stond in die boeken wat ze niet mochten weten?'


De meeste kinderen hebben, gelukkig, geen Wurmhout-ouders en geen Bulstronk-juffen. Ouders en leerkrachten zien graag dat kinderen lezen, ook al doen ze dat zelf zelden. Lezen uit recalcitrantie zal dus geen massale vorm aannemen.


'Kinderen en adolescenten', zegt Wolters, 'hebben wel degelijk de stimulans van ouders en leerkrachten nodig, en een helpende hand bij het kiezen van boeken van iemand die een overzicht heeft van het huidige aanbod. 'Als een volwassene zegt: 'Ik heb vroeger zó genoten van De avonden van Reve, ga jij dat maar lezen', werkt dat meestal niet.'


Al jarenlang komt een stroom deprimerend nieuws tot ons over het leesgedrag van kinderen en adolescenten. Sinds de jaren zeventig neemt de tijd die jongeren besteden aan lezen in hun vrije tijd gestaag af. In 2005 - laatste meting van het Sociaal en Cultureel Planbureau - besteedden 12 tot 19-jarigen 0,8 uur per week aan let lezen van boeken, inclusief strips, terwijl ze 8,6 uur achter de computer zaten - een gelopen race, lijkt het.


Ook de leesvaardigheid van kinderen neemt af en dat is alarmerend. Want wie niet goed en snel leest, staat maatschappelijk meteen op achterstand, juist in ons digitale tijdperk. Een kwart van de kinderen leest bij het verlaten van de basisschool op het niveau van groep 6; een kwart van de vmbo'ers kan de lesstof niet goed lezen.


In 2007 werd bekend dat Nederlandse 10-jarigen minder goed lezen dan vijf jaar geleden. Dat bleek uit het internationale onderzoek Progress in International Reading Literacy Study (PIRLS), dat elke vijf jaar in veertig landen wordt gehouden. Nederland zakte van de tweede plaats in 2001 naar de twaalfde. Niet alleen lazen de kinderen slechter, ze lazen ook minder boeken dan voorheen en ze vonden lezen minder leuk.


Toch bestaan ze nog altijd, de Matilda's. Het kunnen ook jongetjes zijn, en ze zijn lang niet altijd superslim. Kinderen die lezen als een stofzuiger. Die alle boeken verslinden die ze te pakken kunnen krijgen, en het moment vrezen dat hun lekkere dikke boek uit is. Kinderen die hun leerkrachten en ouders verbijsteren doordat ze boeken lezen die eigenlijk technisch of inhoudelijk te hoog gegrepen zijn.


Dat zijn de kinderen die óók blijven lezen als ze in de brugklas zitten, en ze dol zijn op games en msn. Ze blijven zelfs lezen als ze 15, 16 zijn, en het leven spannend wordt: chillen met vrienden, uitgaan, de liefde. Onderzoekers zien twee momenten waarop jonge lezers afhaken: bij de overstap van de basisschool naar het voortgezet onderwijs gaan, en als ze naar de vierde klas havo/vwo gaan. Niet toevallig markeren die twee momenten overgangen: van kinderboek naar adolescentenliteratuur, en van adolescentenboeken naar 'echte' literatuur.


Wat bepaalt of een kind een leesmonster wordt of een afhaker? Hoe kun je het enthousiasme dat vrijwel ieder jong kind heeft, bewaren? Daar hebben heel wat onderzoekers zich het hoofd over gebroken. Over een paar dingen zijn ze het eens. Voorlezen bijvoorbeeld. Dick Schram, hoogleraar literatuurwetenschap en bijzonder hoogleraar leesgedrag, vindt dat ouders en leerkrachten daar veel te vroeg mee ophouden, omdat ze denken dat het kind vanaf een jaar of 8 zelf wel leest. 'Je kunt een boek voorlezen dat eigenlijk te moeilijk is, wat betreft taal, structuur of emoties. Dat is heel aantrekkelijk.'


Moeilijke woorden

Volgens onderzoekster Saskia Tellegen is het de flow van het lezen die echte lezers kweekt: helemaal opgaan in wat je leest, de tijd en je omgeving vergeten. Wie voor zijn 12de één keer zo'n groot lezersgeluk heeft ervaren, heeft grote kans, ook al leest hij een tijdje weinig, later een echte lezer te worden. Dick Schram: 'Veel mensen herinneren zich dat ene, beslissende boek, het boek dat hun leven veranderde. Vaak weten ze precies waar en wanneer ze het lazen.'


De meeste onderzoekers vinden dat kinderen en pubers het best boeken kunnen lezen die aansluiten bij hun denkwereld, hun abstractieniveau, hun voorkeur en wat tegenwoordig 'literaire competentie' heet: de vaardigheid in het lezen van literaire teksten. Als lezen een verplichting wordt, gaat de lol er voor veel pubers af.


Het is belangrijk hen te wijzen op boeken in het tussengebied tussen jeugdboeken en volwassen literatuur. Neerlandicus Theo Witte ontwikkelde zes niveaus van literaire ontwikkeling, en op elk niveau zijn geschikte titels aan te wijzen. Maar het gaat altijd om suggesties. Het ene kind houdt van realisme, het andere van avonturenromans. En: de allerbeste leraren trekken zich weinig aan van niveau of 'leefwereld' en infecteren hun leerlingen met schitterende verhalen en gedichten; bij hen lukt dat wél.


Het is niet de bedoeling dat leerlingen op het niveau van hun favorieten 'blijven hangen', of dat ze worden vastgepind op hun veronderstelde niveau. Wie een boek geweldig vindt, leest wel over die moeilijke woorden heen, en leert intussen veel. Roos Wolters: 'Je moet kinderen niet onderschatten. Ze mogen, om een treetje hoger te komen, best iets boven hun macht grijpen. Zwakke lezers zijn vaak trots als ze dat dikke boek toch maar helemaal hebben uitgelezen.'


Dick Schram is niet bang dat het lezen van fictie een hobby wordt voor een handjevol fanaten. 'Bij de komst van elk nieuw medium is beweerd dat het boek verdwijnt, en telkens gebeurde het niet.' En ook al zal fictie ooit niet meer in print verschijnen, daarmee zijn de verhalen nog niet uit de wereld. 'Mensen hebben een diepe behoefte aan verhalen. Mondelinge verhalen, films, romans - ze hebben meer overeenkomsten dan verschillen. Die honger verdwijnt nooit.'



Laura Custers (15, 4 gymnasium):
Op vakantie gaan stapels boeken mee

Jarenlang was Hasse Simonsdochter van Thea Beckman haar lievelingsboek. Vaak herlas ze de passage waarin Hasses man Jan van Schaffelaar van de kerk springt en dood neerstort. 'Het was het eerste boek dat ik las dat niet goed afloopt.'


Toen Laura Custers een jaar of 7 was, begon het. Ineens. Ze ontdekte het lezen, en las het ene boek na het andere. Niet dat het lezen haar makkelijk afging. Laura denkt dat het leesonderwijs op haar basisschool niet best was. Het lezen zelf was de remedie: 'Toen ik ontdekte dat het wél ging, hield ik niet meer op.'


Ze las veel boeken van Roald Dahl, zoals De griezels, over een akelig echtpaar dat dieren, en elkaar, mishandelt. En Harry Potter natuurlijk. 'De eerste delen vind ik niet goed geschreven, maar de latere delen zijn goed. Ik heb ze wel vijf keer herlezen.' De afgelopen jaren is Twilight, een serie van Stephenie Meyer over een meisje dat van een vampier houdt, favoriet. Ook Meyers boek Zielen, waarin een meisje wordt 'bewoond' door een gastziel, vond Laura geweldig. 'Haar boeken zijn echt goed. Er zit tempo in het verhaal.'


Nu ze het, in 4 gymnasium, druk heeft voor school, leest Laura wat minder. 'Als ik thuiskom, ontspan ik me even op de computer. Dat gaat toch makkelijker: je klapt je laptop open en je zit erin. Een boek vergt meer inspanning. Maar als je er eenmaal in zit, zit je er ook dieper in.'


Tijdens de vakanties, die ze doorbrengt met haar ouders op het Franse platteland, verslindt ze stapels. Haar laatste ontdekking is De zusjes Boleyn van Philippa Gregory. Laura leest graag boeken die in een andere tijd, of een andere wereld, spelen. 'Boeken die over het gewone leven gaan, zijn al gauw saai.' Ze leest juist om even uit die alledaagsheid te zijn. De stap naar de 'echte' literatuur stelt ze nog uit. 'Literatuur is meteen zo serieus.'


Laura houdt ook van films, van basgitaar spelen, van kleren ontwerpen en maken. Later wil ze psycholoog worden. 'Maar ik blijf altijd een lezer.'



Serano Neus (10, groep 8):
'Ik doe álles heel veel en heel vaak'

Hij weet niet hoe het kan, maar op zijn 5de kon Serano Neus al lezen. Hij zat als kleuter altijd al in prentenboeken te bladeren, en zijn moeder las hem vaak voor. Ineens kon hij zelf lezen. 'Ik heb het mezelf geleerd', denkt Serano. 'Ik wilde weten wat er stond.'


Serano (10), zit al in groep 8. Dat komt doordat hij groep 2 heeft overgeslagen. Toen hij op zijn 5de in groep 3 kwam, verwachtte hij dikke en moeilijke boeken voorgeschoteld te krijgen. Dat viel tegen: 'Het waren boekjes met plaatjes en twee zinnetjes, met heel korte woordjes. Saai. Stom. Al na een paar boeken vroeg ik of ik iets moeilijkers mocht uitzoeken. Gelukkig kon dat.'


Toen hij 6 was, ontdekte Serano de boeken in de Harry Potter-reeks, die hij allemaal verslond. Hij is ook dol op de boeken van Paul van Loon. De griezelbus natuurlijk, maar ook de Weerwolf-serie.


De meeste van zijn vrienden houden niet van lezen, maar zijn beste vrienden wel. Laatst raadde een vriend hem een stripboek aan, van Lucky Luke. 'Die plaatjes vond ik irritant. Bij een goed verhaal bedenk je die zelf.' Tegen vrienden die lezen stom vinden, zegt hij: 'Kies dan een ander boek, net zo lang tot je een leuk boek hebt.' Het mooie aan lezen is, 'dat je helemaal wegzakt in het verhaal. Dan verdwijnt alles om me heen. Daarom moet een boek dik zijn.'


Lezen is verreweg het leukste vak op school, vindt Serano. 'Daarna rekenen.' Of nee. 'Gym, is dat ook een vak?' Dan vindt Serano dát het leukst. Hij zit ook op voetbal, bij VV Amstelveen. Zijn grote droom is om later profvoetballer te worden. Daarvoor moet hij nu hard trainen.


Heeft hij nog wel tijd om te lezen? Serano kijkt verbaasd: natuurlijk wel. Hij heeft ook nog tijd om te gamen, tv te kijken, te chillen met vrienden, naar rap-muziek te luisteren en te basketballen op straat. Hij denkt even na. 'Ik doe álles heel veel en heel vaak.'


Serano weet het zeker: ook als hij later profvoetballer is, blijft hij lezen. 'Ik word een topspeler die van boeken houdt. Dat kan best.'



Waylon Tossou (16, 4 havo):
'Een beetje dwang mag best'

Het begon al in groep één. Waylon keek naar een poster aan de wand met het alfabet, en besloot de letters over te schrijven. 'Als je die letters achter elkaar zette, kreeg je een woord - een hele ontdekking!' Overal om zich heen zag hij woorden. Ze stonden ook in boeken die hij kon lenen van de bibliotheek. Een lezer was geboren.


Thuis werden Waylon en zijn twee jongere zusjes elke dag voorgelezen. In twee talen, want Waylons vader is Franstalig en thuis spreken ze Frans en Nederlands. Zijn moeder las hem Pinkeltje voor, en zijn vader Franse sprookjesboeken. Dat stimuleerde hem ook als kind om, zodra hij dat kon, zelf te lezen. Waylon denkt dat hij, als hijzelf ooit kinderen heeft, ze aan het lezen zal zetten. 'Al is het elke dag maar vijf minuten. Zo word je een echte lezer. Een beetje dwang mag best.'


Niet dat Waylon niets anders te doen heeft dan lezen. Hij doet aan judo, en vroeger ook aan tennis en basketbal. Maar het lezen bleef, ook toen hij naar de middelbare school ging, en óók nadat was ontdekt dat hij dyslectisch was. Nederlands is niet zijn beste vak; hij heeft moeite met spellen, maar lezen gaat prima. 'Ik ben meer een bèta, zegt hij. Na de havo, profiel Natuur & Techniek, wil hij vwo doen, en daarna bouwkunde studeren.


De meesten van zijn vrienden vinden lezen niet leuk. 'Lezen is niet stoer. 'O, wat ben je toch een nerd', zeggen ze dan. Maar dat maakt me niets uit. Lezen doe je toch niet samen.'


Waylons smaak is breed, al houdt hij níet van Harry Potter. 'Science fiction is echt mijn ding, ook omdat het zo technisch is.' Wel houdt hij van fantasy, boeken die in verzonnen verleden spelen. Zoals Het moordenaarsgilde van Licia Troisi, in de serie De oorlogen van een verrezen wereld. 'Zo geweldig! Vooral het onverwachte einde.' Hij zag dat er nog meer delen zijn in die serie. Die moet hij beslist lezen. Maar hij staat ook open voor andere genres. Meisjesboeken bijvoorbeeld. Hij las de Hoe overleef ik¿-serie van Francine Oomen. 'Je leert ervan. Hoe meisjes denken en hoe ze reageren op jongens.'


Meer over