Dokter Unilever maakt eten gezond

Voedingsmiddelen met toegevoegde gezondheidsbestanddelen worden uitvoerig onderzocht voordat er een gezondheidsclaim op het etiket mag. Unilever richt zich daarbij vooral op etens- en drinkwaren die goed zijn voor hart- en bloedvaten....

Broer Scholtens

TOT TWEE keer toe heft Jan Weststrate van Unilever tijdens het gesprek zijn handen ten hemel over zoveel onbegrip. Natuurlijk is gedegen onderzoek nodig om gezondheidsclaims van voedingsmiddelen te kunnen onderbouwen. Hoe zou iemand daar ooit aan kunnen twijfelen? Voedingskundige dr. ir. Jan Weststrate leidt het in januari opgerichte Health Institute van Unilever in Vlaardingen.

Er wordt gewerkt aan functionele voeding, voedingsproducten met toevoegingen die een gunstige uitwerking kunnen hebben op de gezondheid. Een eerste succesnummer van Unilever is de margarine Pro.activ: daarmee drie à vier maal daags een boterham besmeren, levert een verlaging op van de concentratie aan slecht cholesterol in het bloed van zo'n 10 procent.

In de jaren vijftig werd voor dit product al de basis gelegd met de ontwikkeling van Becel-margarine waarin veel onverzadigde vetzuren zijn verwerkt, zoals linolzuur. De volgende stap was de toevoeging van plantensterolen. De ontwikkeling daarvan kwam eind 1995 in een stroomversnelling toen bleek - tot grote verrassing van Unilever - dat het Finse bedrijf Raisio een cholesterolverlagende margarine (Benecol) had ontwikkeld.

Onderzoek resulteerde in een eigen cholesterolverlagende margarine, die in 1999 onder de naam Take Control op de Amerikaanse markt werd geïntroduceerd. De margarine is sinds september dit jaar op de Europese markt, als Pro.activ.

'Voor de onderbouwing van de claim is wereldwijd een dertigtal studies uitgevoerd, waaronder vele onafhankelijk uitgevoerde onderzoeken', zegt communicatiemanager voedingsmiddelen drs. Paulus Verschuren.

De cholesterolclaim - ook die van concurrent Benecol - is onomstreden, ook bij regulerende overheidsinstanties in Europa en in de VS. Sinds begin september mag er in de VS op de verpakking en in reclame-uitingen worden gewezen op de medische voordelen, een verlaging van het risico op hart- en vaatziekten. In Europa mag dat niet. Hier mag alleen worden gerefereerd aan die cholesterolverlaging.

Naast cholersterolverlaging, wordt er bij Unilver gewerkt aan andere risicofactoren van hart- en vaatziekten. In april dit jaar kocht het bedrijf Slim Fast in de VS, een producent van voedingssupplementen en afslankproducten. 'Een strategische aankoop', werd dat indertijd door de bedrijfstop genoemd. Uit consumentenonderzoek blijkt dat een 'gezond gewicht' bij het overgrote deel van de ondervraagden topprioriteit heeft, zegt Verschuren.

In de wereld hebben 1,2 miljard mensen overgewicht. Onder diabetici lijdt 70 procent aan overgewicht. Diabetes resulteert in een verhoogd risico op hart- en vaatziekten. Het principe van de Slim Fast productlijn - onder meer maaltijdvervangers in de vorm van repen en drankjes - is simpel: caloriereductie, minder eten, levert een gewichtsvermindering op.

In de producten zitten de benodigde mineralen en vitaminen. Wanneer consequent één à twee maaltijden per dag door die laagcalorische producten worden vervangen, resulteert dat in substantiële gewichtsafname .

Deze voedingslogica wordt inmiddels onderbouwd door drie recente wetenschappelijke publicaties van onderzoek in Duitsland en de VS, dubbelblind en placebo-gecontroleerd. En er lopen nog achttien andere studies, zegt onderzoeker Weststrate. Consequente vervanging van een maaltijd door zo'n reep resulteert in een gewichtsreductie van 6 tot 11 procent.

Dit geeft een substantiële bloeddrukverlaging terwijl ook de concentratie glucose en triglyceride in het bloed afneemt. Die factoren staan in direct verband met een afnemend risico op hart- en vaatziekten en het ontstaan van ouderdomsdiabetes, stelt Weststrate.

In de VS gebruiken miljoenen mensen de maaltijdvervangers. De omzet ervan stijgt jaarlijks met meer dan 20 procent. Over de introductie van deze producten op de Europese markt wil Unilever niets zeggen. Op een redelijk korte termijn, dat is zeker. Ook hierbij is de potentiële markt groot. 'Overgewicht neemt epidemische vormen aan', zegt Weststrate.

Een derde lijn waar het gezondheidsinstituut van Unilever aan werkt, zijn stoffen zoals anti-oxidanten die het gezond ouder worden bevorderen. Anti-oxidanten kunnen reactieve zuurstofmoleculen in het lichaam, zogeheten zuurstofradicalen, neutraliseren. Ze verminderen vermoedelijk de stress op de vaatwanden. Die ontspannende werking resulteert in een betere bloeddoorstroming, is het idee. Deze radicalen, die bij de stofwisseling worden gevormd, spelen een rol bij het ontstaan van kanker, aderverkalking en bij celveroudering.

Voedingsmiddelen met van nature veel anti-oxidanten zoals thee, of producten waar die stoffen aan zijn toegevoegd, kunnen die processen mogelijk remmen. Mannen die dagelijks vijf koppen thee drinken, blijkt uit een in Zutphen uitgevoerde epidemiologische studie, blijken een 70 procent lagere kans op een beroerte te hebben dan mannen die de helft drinken. In diverse landen zijn vergelijkbare studies gedaan waaruit blijkt dat theedrinken het risico op hart- en vaatziekten (iets) vermindert .

In thee zijn voornamelijk de zogeheten flavonoïden, behorend tot de groep anti-oxidanten, biologisch actief. Daarvan zijn er meer dan vierduizend verschillende, ieder met een iets andere chemische structuur en daarmee met iets andere eigenschappen. Zwarte thee heeft een vergelijkbare anti-oxidantwerking als groene thee, de flavonoïdensamenstelling is echter anders.

In laboratoria in de VS wordt, deels in opdracht van Unilever, een grote theeproducenten ter wereld, onderzoek gedaan naar de eigenschappen van die verschillende flavonoïden.

Op korte termijn zijn de eerste resultaten te verwachten van onderzoek naar een verlaging van de stress op de vaatwanden. Weststrate verwacht binnen twee jaar publicatie daarvan in de wetenschappelijke bladen.

Om die studies uit te kunnen voeren, worden geavanceerde en gevoelige analysetechnieken ontwikkeld waarmee bijvoorbeeld extreem lage concentraties van die talloze flavonoïden in bloed kunnen worden gemeten. Die gegevens zijn nodig om de werkingsmechanismen te achterhalen.

Maar ook om specifieke interacties te bekijken, zoals die met melk. In landen als Engeland en Ierland is die combinatie onvermijdelijk. Uit recent Unilever-onderzoek blijkt dat de anti-oxidantwerking in het bloed daar niet door wordt ondermijnd.

Dit soort onderzoek moet uiteindelijk leiden tot theesoorten met op de verpakking een specifieke gezondheidsclaim, of tot producten (dranken zoals frisdranken of melk) waaraan een extra hoeveelheid anti-oxidanten, bijvoorbeeld geïsoleerd uit thee, is toegevoegd.

Functional foods hebben iets weg van medicijnen. Er moet dus een degelijke wetenschappelijke onderbouwing zijn. Gedegen onderzoek houdt in dubbelblind placebo-gecontroleerd onderzoek waarvan de resultaten zijn gepubliceerd in gerenommeerde tijdschriften. Harde claims vereisen veel onderzoek, en dat is duur maar onontkoombaar.

En dan niet één onderzoek, maar minstens twee die ook nog eens uitgevoerd moeten zijn door onafhankelijke groepen, vindt Weststrate. De farmaceutische industrie besteedt aan de ontwikkeling en het op de markt brengen van een medicijn minimaal honderden miljoenen guldens.

De ontwikkeling van een margarine zoals Pro.activ, met relatief simpele ingrediënten en een al bekend werkingsmechanisme, heeft vier jaar geduurd, en heeft naar schatting enige tientallen miljoenen guldens gekost. De kosten om een geheel nieuwe productlijn te ontwikkelen op basis van (toegevoegde) anti-oxidanten zal zeker zo kostbaar zijn.

Verschuren: 'De lat ligt hoog, wat wetenschappelijke onderbouwing betreft, tenslotte gaat het om voedingsmiddelen met gezondheidsclaims. Het is een groeimarkt, waarbij het kweken van vertrouwen bij de consumenten van groot belang is. Het is geen markt voor snelle successen.'

Meer over