Weblog

Dof goud uit Ghana, slavenhandel in het Rijks

'Een groepje mensen aan de kust', zo werd tot voor kort een afbeelding van slavenhandel aangeduid door het Rijksmuseum. Senior conservator Gijs van der Ham liet een foto zien van het tafereel in goud op een bijzonder doosje dat in 1749 door de West-Indische Compagnie werd aangeboden aan Willem IV. Het is een lieflijk tafereel waarop een Nederlandse handelaar praat met een Afrikaanse collega, die wijst naar twee bijna naakte volwassenen en een kind op de achtergrond. Op de voorgrond zit nog een gespierde naakte man.

Wim Bossema
De verkoop van slaven op het doosje in het Rijksmuseum. Beeld uit boek
De verkoop van slaven op het doosje in het Rijksmuseum.Beeld uit boek

Van der Ham presenteerde in Spui 25, het debatcentrum van de Universiteit van Amsterdam, zijn boek Dof Goud, Ghana en Nederland sinds 1593. Dat verscheen in een Engelse vertaling en een tweede druk in het Nederlands, wat mooier uitgegeven dan de eerste uit 2013. Het doosje speelt een belangrijke rol in zijn boek; op de eerste pagina's staan gouden details afgebeeld. Het doosje is de opmaat voor Van der Ham om de geschiedenis van de Nederlandse handel met wat nu Ghana heet te beschrijven, van de eerste contacten tot de verkoop van het fort Elmina en andere bezittingen op de Goudkust aan de Engelsen in 1872.

Het ging de Hollanders en Zeeuwen bovenal om slaven, ivoor en goud. Van der Ham zocht als conservator aanknopingspunten bij de voorwerpen in zijn museum (zijn boek is het eerste in een serie historische overzichten bij voorwerpen in het Rijksmuseum). Dat zijn er niet veel, vertelde hij in Spui 25. En ze zijn ook eenzijdig: ze komen uit het Nederlands erfgoed. Van 'gedeeld erfgoed' durfde hij niet te spreken, zei hij. Je moet het verhaal achter de voorwerpen vertellen om de onderbelichte geschiedenis van de slavenhandel en andere betrekkingen op de Goudkust tussen Nederlanders en Afrikanen tot leven te brengen.

Ook in het boek valt dat op. Illustraties krijgen veel ruimte en zijn met zorg en fraai afgedrukt, maar de variatie is beperkt. Met de werkelijkheid van toen hebben ze maar in de verte iets te maken. Dat doosje is gemaakt in Amsterdam door de edelsmeden Jean Saint en François Thuret. De kunstige tafereeltjes zijn alle symbolisch voor het 'goede werk' van de compagnie, propaganda zou je nu zeggen.

De gravures in het boek zijn ook gemaakt door artiesten die nooit in Afrika zijn geweest, maar leuke plaatjes maakten aan de hand van wat reizigers als Pieter de Marees hen vertelden en hun eigen fantasie. Van der Ham wees erop dat de Afrikanen op die illustraties Europese gelaatstrekken hadden. Voor de illustraties in het boek moest hij ook buiten de collectie van het museum zoeken of schilderijen tonen van Brazilië en de Antillen, waar naartoe die 'tot slaaf gemaakte Afrikanen' werden vervoerd, of beter gezegd ontvoerd.

undefined

Gijs van der Ham: Dof goud, Ghana en Nederland sinds 1593. 177 pagina's, uitgave: Vantilt en Rijksmuseum, 24,50 euro Beeld Vantilt
Gijs van der Ham: Dof goud, Ghana en Nederland sinds 1593. 177 pagina's, uitgave: Vantilt en Rijksmuseum, 24,50 euroBeeld Vantilt
Afbeelding van Fort Elmina van Vingboons, ca 1665 (fragment) (Rijksarchief) Beeld wb
Afbeelding van Fort Elmina van Vingboons, ca 1665 (fragment) (Rijksarchief)Beeld wb

Op die schilderijen is meestal een anonieme zwarte figuur, een 'bediende', afgebeeld. Over het leven in de Afrikaanse samenlevingen komen we weinig te weten - er is bijna niets getekend of geschilderd over bijvoorbeeld het koninkrijk Ashanti tot in de 19de eeuw. Ook voor Ghanese historici die op zoek gingen naar het Afrikaanse verhaal van de geschiedenis is het boek van Pieter de Marees de belangrijkste bron voor de eerste contacten.

Toch is het Afrikaanse verhaal wel grotendeels gereconstrueerd: de mensenhandel in de koninkrijken in West-Afrika, de rol van de koningen van Ashanti, de belangrijkste handelspartners van de Hollanders in Elmina en de kleinere forten. In het publiek zat de jonge vrouw Amanda Safo: 'Ik kom uit een familie van slavenhouders.' Haar moeder had haar verteld hoe de familie vroeger in het Ashanti-rijk huisslaven had gehad.

Na afloop van het officiële gedeelte van de avond vertelde ze een geheime familiegeschiedenis. Lang geleden, de tijd van haar overgrootmoeder, waren bij de slaven van haar familie veel albino-kinderen geboren. Dat werd gezien als een straf van de geesten van de voorouders en er werd besloten dat de slaven van de familie geen kinderen meer mochten krijgen.

Over het Afrikaanse aandeel aan de transatlantische slavenhandel is veel te doen geweest en de controverse leeft voort. In Ghana rustte er ook in de geschiedschrijving een taboe op, tot de historica Akosua Adoma Perbi daar een eind aan maakte met de baanbrekende studie A History of Indigenous Slavery in Ghana (2004).

undefined

De Afrikaanse slavernij was wel van een ander soort, zei Valika Smeulders in het panel van Spui 25. Ze is gepromoveerd op de presentatie van het slavernijverleden. Ze is geboren op Curaçao, haar ouders komen uit Suriname, vertelde ze. De Afrikanen die in de mensenhandel aan Europeanen werden verkocht, hadden geen idee wat hen te wachten stond, waarheen de reis leidde, de onomkeerbaarheid en uitzichtloosheid van hun situatie. Ook de verkopers wisten dat niet. De plantages en het slavenleven daar, bestonden niet in Afrika.

Valika Smeulders geeft rondleidingen door Den Haag, heritage tours langs plekken die herinneren aan het slavernijverleden. Het Nederlandse erfgoed toont dat verleden niet zelf, hooguit als een vorm van handel die toen gewoon was maar nu niet meer. Daarom is het vertellen van die geschiedenis belangrijker dan de voorwerpen, ook voor het Rijksmuseum, zei ze. En de grote taak vindt zij het om de slachtoffers als individuen tot leven te brengen; nu gaan ze op in de massa, zoals die groepen slaven in het ruim van nagemaakte slavenschepen, die je nu in veel musea ziet.

Voor die even boeiende als gruwelijke geschiedenis heb je eigenlijk dus niet veel aan de voorwerpen en schilderijen in het Rijksmuseum. Ik vroeg Van der Ham na afloop of het Rijksmuseum op zoek is naar voorwerpen die het missende deel van het verhaal zouden kunnen aanvullen. In volkenkundige musea bijvoorbeeld met antieke beelden en maskers uit West-Afrika.

Maar volgens Van der Ham zijn er gewoon erg weinig verzamelobjecten uit de periode 1600-1900 die iets laten zien van de betrekkingen tussen Nederlanders en Afrikanen en de slavenhandel in het bijzonder. En het valt buiten de taak van het Rijksmuseum om niet-Nederlandse objecten aan te kopen. Dus leidt de audiotour over het (verborgen) slavernijverleden - die het Rijksmuseum na de heropening heeft ingevoerd, 'er is echt iets veranderd'- langs de gevestigde museumstukken en wijst op details, zoals de onbekende zwarte personen op schilderijen.

En voor de hele historische context is er nu dus Van der Hams boek.

Gijs van der Ham, senior conservator geschiedenis van het Rijksmuseum en auteur van Dof goud. Beeld RM
Gijs van der Ham, senior conservator geschiedenis van het Rijksmuseum en auteur van Dof goud.Beeld RM
Portret door Willem Duyster van een onbekende familie met een Afrikaanse man, ca 1632, in bezit van het Rijksmuseum (fragment) Beeld wb
Portret door Willem Duyster van een onbekende familie met een Afrikaanse man, ca 1632, in bezit van het Rijksmuseum (fragment)Beeld wb
Meer over