Bericht uitBoedapest

Doe je niet mee met Orbán, dan lig je op het pauperstrand

Jenne Jan Holtland is Volkskrantcorrespondent in Midden- en Oost-Europa. Hij bericht vanuit Boedapest.

Lupa Beach: geen vergeten ­album van de Vengaboys, maar een meertje boven Boedapest.Beeld Hollandse Hoogte / EPA

Het was warm deze zomer, en dus togen we naar het strand. Een Hongaarse vriendin reed ons naar Lupa Beach, een meertje boven Boedapest dat mij in de oren klonk als een vergeten album van de Vengaboys – volgens mijn goed geïnformeerde geliefde geheel ten onrechte. Bij het parkeren had onze vriendin Renata een verrassing in petto. Ze keek ons spottend aan. ‘Jullie weten dat dit het terrein is van NER?’

NER, moet u weten, is de Hongaarse afkorting voor het Systeem van Nationale Samenwerking, een term die door niemand minder dan premier Orbán in het leven is geroepen. Het klinkt als een sinister schaakclubje, maar u moet het meer zien als een identiteit. Je bent NER of je bent het niet. Zakenmensen, hoteleigenaren, uitbaters van discotheken, iedereen met wat geld of macht komt in Hongarije voor de keuze wel of niet NER te worden. Doe je mee, dan sta je vooraan bij het uitdelen van overheidscontracten. Doe je niet mee, tja, dan doe je niet mee (en loop je het risico failliet te gaan).

Twee jaar terug sliep ik in een hotel in de universiteitsstad Pécs. Kort voor ik vertrok, vroeg een lokale kennis terloops waar we hadden gelogeerd. ‘O’, zei hij met een zuinig gezicht. ‘Die zaak is van NER.’ Zijn woorden voelden als een koude douche. Ik meende te gast te zijn geweest bij de lokale middenstand, maar had snurkend de portemonnee van Orbáns vrienden gespekt.

Niet lang daarna zat ik in een café tegenover een bezorgde Nederlandse vriend. De baas van zijn ict-bedrijf strooide de laatste tijd met gratis kaartjes voor voetbalwedstrijden – een veeg teken in het Hongarije van voetbalfanaat Viktor Orbán. Mijn vriend vertrouwde het niet. ‘Ik ga navragen of we zijn overgestapt naar NER.’

Gelukkig bleek de prijslijst van Lupa Beach op dit soort dilemma’s voorbereid. Er waren niet één, maar twee stranden. ‘Eentje voor de rijken, eentje voor de paupers’, zei Renata vrolijk. We kochten drie pauperkaartjes. Het zat allemaal wat ingewikkeld in elkaar, legde ze uit terwijl we onze handdoekjes uitrolden. De eigenaar was (nog) niet door NER opgeslokt, maar had als geste naar de macht een vipstrand geopend. Daar stond tegenover dat ‘ons’ strand NER-vrij was.

Opgelucht liet ik me in het koude water glijden. In een oplossing als deze kon je prima een metafoor zien voor de verdeeldheid in Hongarije, misschien zelfs in Europa: iedereen kan zwemmen, alle Menschen werden Brüder, maar om te voorkomen dat de pleuris uitbreekt, krijgt elk politiek kamp zijn eigen zandbank.

Met een cocktail in de hand zagen we de zon ondergaan. De meeste gasten waren vertrokken. Voor Renata het teken om op ontdekkingstocht te gaan. ‘Willen jullie het rijkeluisstrand zien? Het is nu toch verlaten.’ Dat wilden we. Er was een motorbootje dat mensen overzette naar de andere kant. Onderweg maakte Renata ons warm voor wat we gingen zien. Om op te klimmen binnen NER mocht een kiekje bij Lupa Beach niet ontbreken op je Instagram. Er waren palmbomen neergezet zodat het leek alsof je in Thailand was.

Aan de overkant stond een plukje te wachten op de overtocht in omgekeerde richting. Bij het uitstappen keek Renata verrast opzij, ze had iemand herkend. ‘Hé’, riep ze, ‘wat doe je aan de NER-kant?’ Een antwoord kwam er niet, de jongen deed alsof zijn neus bloedde. Hij was duidelijk nog niet als NER uit de kast gekomen.

Meer over