Doctrine van 'beperkte soevereiniteit' herleeft

ALEXANDER GOLTS

Poetin en het westen

Mijn vorige stuk eindigde met de woorden: 'Ik ben bang dat als we morgen wakker worden, we in een nieuw land zijn. Ik ken de naam van dat land: de Sovjet-Unie.' Ondanks mijn pessimisme had ik niet verwacht dat het zo snel zou gaan.

Minister van Buitenlandse Zaken Lavrov claimt dat de Krim net zo belangrijk is voor Rusland als de Falkland-eilanden voor Groot-Brittannië. Hij vergeet erbij te zeggen dat die eilanden Brits waren voor de Falkland Oorlog begon, terwijl de Krim al twintig jaar onderdeel was van Oekraïne voordat Rusland zijn eerste stappen zette om het in te lijven. Poetins acties op de Krim zijn de wederopleving van de doctrine van 'beperkte soevereiniteit' van Sovjet-leider Leonid Brezjnev.

Maar als Russische leiders het hebben over de 'bescherming van de rechten van landgenoten' in andere landen, roept dat niet de Sovjetregering in herinnering, maar de meest angstaanjagende totalitaire staat van de 20ste eeuw. Binnen enkele weken is Rusland erin geslaagd een IJzeren Gordijn te herstellen en een militaire confrontatie te beginnen die doet terugdenken aan de ergste jaren uit de Koude Oorlog.

Nu krijg je in het Westen de discussie 'Wie heeft Rusland verloren?' Hoe is Rusland, na bijna een kwart eeuw als lid van de democratische wereldgemeenschap, teruggevallen naar een totalitaire staat die erop gericht is stukken af te bijten van een buurland in naam van 'historische gerechtigheid'?

De zwakte die de VS en andere ontwikkelde democratieën aan de dag hebben gelegd tegenover Poetin heeft zeker bijgedragen aan de opkomst van diens agressieve politiek. Strategen en ideologen hebben vijftien jaar gediscussieerd over de vraag of het Westen al dan niet Poetins exotische meningen over het hoofd moest zien - namelijk, dat Rusland in een permanente strijd is verwikkeld met het Westen en dat het Westen verantwoordelijk is voor al Ruslands kwalen.

Dit debat voorkwam dat Washington reageerde op Poetins verklaring dat de terroristen achter het bloedige gijzelingsdrama in Beslan in 2004 gesteund werden door 'zekere krachten' die het niet leuk vonden dat Rusland over kernwapens beschikt.

Westerse strategen richtten zich op een beleid van 'constructief engagement' met Rusland. Ze knepen een oogje dicht voor het feit dat Rusland wordt geleid door mensen met een wereldbeeld uit de 19de eeuw en hoopten Moskou te binden door projecten waarbij gemeenschappelijke belangen werden gediend. Zoals de samenwerking in Afghanistan en bij de onderhandelingen met Iran en Syrië. Zo hoopte het Westen dat, terwijl de samenwerking toenam, het Russische leiderschap 'beschaafder' zou worden.

Dit beleid is duidelijk uitgelopen op een mislukking. De ideologen - tot voor kort in de minderheid - zeiden vanaf het begin dat langetermijnsamenwerking niet zou werken als er geen aandacht werd geschonken aan de kloof tussen de waarden van Moskou en het Westen. Zij zeggen dat als de ene kant gelooft in vrije en eerlijke verkiezingen, de rechtsstaat, en politieke en persoonlijke burgervrijheden, terwijl de andere kant deze zaken ziet als instrumenten waarmee je de bevolking kunt manipuleren - er geen langetermijnpartnerschap mogelijk is.

Als de ene kant de relatie ziet als een permanente strijd om de superioriteit, zal het elke mogelijke samenwerking zien als mogelijkheid om de militaire macht van de vijand te verzwakken en de vastberadenheid van zijn bevolking te ondermijnen.

Het Westen had er goed aan gedaan het Kremlin uit te leggen dat beschaafde landen het volkenrecht niet schenden. Maar helaas, diezelfde westerse landen die nu getuigen van hun geloof in het volkenrecht hebben de regels daarvan soms zelf omzeild als dat politiek goed uitkwam.

Dat versterkt Poetins overtuiging dat de wereld geregeerd wordt door macht, niet door recht.

undefined

Meer over