Doch mar gewoan

Hans en Willem Anker: strafpleiters, Heerenveen-supporters en smartlapzangers. Ze behandelen ieder zo'n driehonderd strafzaken per jaar. Cliënten als Hans van Z., Ferdi E....

Terstond kwam deze met de handen aan het hoofd naar voren. Hij werd teruggewezen: te vroeg. Pas op aanwijzing van de broers mocht het hooggeëerd bezoek zijn kunsten vertonen: reetje spelen. Zo liep Von Schmidt auf Altenstadt rond met op zijn hoofd een denkbeeldig gewei, de zaal lag plat - waarna de levensliedzangers, goed voorzien van Beerenburg, zich lieten afvoeren door hun auto met chauffeur.

Zijn dit de strafpleiters die vorig jaar in Elsevier door hun confrères zijn gekozen tot de nummers drie van de strafrechtadvocatuur? Dezelfden die de zaak behartigden van Hans van Z. en Ferdi E., en die opzien baarden met hun verdediging van het hoofdbestuur van CP'86? Die recentelijk Marjan van der E. bijstonden, bij wie in de tuin van haar pension in Anjum twee lijken werden gevonden? En zijn zij ook degenen die op 30 maart zullen pleiten voor de vierde verdachte in de zaak-Tjoelker, wiens zaak eerder werd geseponeerd?

Jawel, dit zijn Hans en Willem Anker (46), Beerenburg-liefhebbers en smartlapzangers bij gelegenheid. Ze zongen bij het afscheid van Hans Wiegel als commissaris der Koningin in Friesland, en op verzoek van het otterstation bij Leeuwarden leverden ze een bijdrage aan de cd Otter in Noot. 'Je moet het sporadisch doen. Ja, die Beerenburg niet, maar die smartlappen. Vier keer per jaar en dan ophouden', zegt Wim Anker in café Het Leven in Leeuwarden.

'We moeten voorkomen dat mensen denken: daar hebben we die Ankers weer', meent Hans. 'Maar als ik kijk naar de aanvragen die we nog altijd krijgen, overal voor, valt het wel een beetje mee.' Naast de vijftig keer die ze per jaar worden gevraagd op te treden in de trant van de Zangeres Zonder Naam, hebben ze een wachtlijst met 350 clubs, van plattelandsvrouwen tot de Rotary, die van hen een lezing willen over hun werk: volgepland tot 2001. En er zijn verzoeken om een sauna te openen of een rommelveiling te doen. 'Het is niet te geloven wat er binnenkomt', zegt Wim.

Hans: 'Als we tien aanvragen behandelen in een week, doen we er negen sowieso niet, en met lezingen hebben we de rem er ook op.' De Sterrenplaybackshow, Koffietijd en Het Groot Dictee der Nederlandse Taal wilden hen in het programma - niet gedaan - en als ze gevraagd worden voor het serieuze werk, actualiteitenrubrieken, reizen ze uit tijdgebrek meestal niet af naar Hilversum, maar verzoeken ze de cameraploeg te komen in Hotel Goerres in hun woonplaats Akkrum.

Het enige waarbij de rem er niet op zit, is hun liefde voor Heerenveen. Ze hebben een vaste plek in het Abe Lenstra-stadion, en ondanks het drankverbod zit de heupfles in de binnenzak. 'In orde, gaat u maar door', zegt steevast de bewaking bij het fouilleren. Tijdens de wedstrijd zijn er toeschouwers die meer op de Ankers letten dan op Heerenveen. Hans schiet in de lach. 'Wij zitten in het vak boven u', zeggen veel mede-supporters. 'We hebben het zo vaak gehoord, dat ik denk: een druk vak.' Wim: 'Ja kijk, wij zitten er natuurlijk niet rustig. Ik heb wel eens zo lang gejuicht bij een goal, dat de bal er aan de kant van Heerenveen alweer in lag. Hans zei: ''Je moet gaan zitten, het is 1-1.'' Dan ben je gebroken.'

Ze doen veel hetzelfde. Want bovenal zijn Hans en Willem Anker eeneiige tweelingbroers. Soms krijgen ze de kritiek dat ze er alles aan doen om de verwarring over wie wie is in stand te houden. 'Wat een onzin', vindt Wim. 'Ik zing geen opera omdat Hans van levensliederen houdt. Ik ga niet naar Cambuur terwijl mijn hart bij Heerenveen ligt. Ik doe precies wat mijn hart mij ingeeft en dat is hetzelfde als bij Hans.'

Misschien zijn ze verwisseld toen ze klein waren. 'Ik sta nergens voor in', zei hun vader vroeger als hij hen in bad had gedaan. De verschillen zijn inmiddels groter: Hans heeft een hesere stem, Wim een voller gezicht. Maar dat kan ook komen door het werk. Wim: 'Je kunt de zwaarte ervan aflezen aan het hoofd van mijn broer op dit moment, die heeft vorige week een heel drukke week gehad en vertoont grote gelijkenis met een zieke maraboe.' Hans: 'Ik bin tocht ik wol aardich opdroege.'

Is hun manier van optreden buiten het werk imagebuilding? Zoals collega-strafpleiters zich hullen in jassen met bontkragen, hun garages vullen met Bugatti's, Porsches en MG's, en hun kantoor met opgezette dieren? Nee, aan hun leefwijze zit 'niets kunstmatigs', benadrukt Wim. 'We hebben geen pr-adviseur. We spelen geen rol, daar word je moe van.' Hans: 'Als je zwaar of druk werk hebt, moet je daar andere bezigheden tegenover zetten. Ik zal nooit zeggen dat ik niet overspannen word, maar ik wil wel proberen het te voorkomen.' Wim was al eens een jaar uit de running: 'We branden aan twee kanten op. Maar zodra ik fit ben, zeg ik: we hebben een prachtig leven.'

Smartlappen, Heerenveen, een borrel, ze hielden er twintig jaar geleden van, en dat doen ze nu nog. 'Het enige dat misschien opvallend is, is dat er niks veranderd is', zegt Wim. 'Maar wij zeggen altijd: triest dat dat opvalt. Het zou gewoon moeten zijn dat je dezelfde liefhebberijen houdt al word je advocaat.'

Op de deuren van hun kantoor, pal tegenover Het Leven, zou evengoed een bordje kunnen hangen met de Friese volkswijsheid: doch mar gewoan. Hun kamers zijn zo niet helemáál hetzelfde, dan toch even sober ingericht. Een donkerbruin bureautje dat uit de studentenkamer lijkt weggeplukt, een boekenkast waarvan de planken kieren. 'Hier staat voor 300, 400 gulden', verduidelijkt Wim ten overvloede. Toen hun kantoor, Trip Advocaten & Notarissen, domicilie koos in een verbouwd schoolpand, had een binnenhuisarchitect een dag voor de heren uitgetrokken. Binnen een paar tellen stond de inrichtingsadviseur weer buiten.

Over een maand of twee zal het donkerbruine meubilair teruggaan naar zijn oude plek, want de strafpleiters beginnen een eigen kantoor, Anker & Anker, in de naastgelegen behuizing, waar voorheen Trip zat. De strafsectie barst in de huidige vleugel uit zijn voegen: per 1 oktober zal die, inclusief de Ankers, bestaan uit vijf strafpleiters en een bureaujurist. 'Dan hebben we voor het Noorden toch een mooi ploegje', meent Wim. 'En alleen maar strafrecht hè.' Hans: 'Tien jaar geleden werd gezegd: jullie met zijn beiden honderd procent strafzaken, dat kan niet, je moet er familiezaken bij doen.'

Ze behandelen ieder zo'n driehonderd strafzaken per jaar, die zich in het hele land afspelen, sinds een jaar of tien. Alles wat publiciteit trekt en juridisch ingewikkeld is, doen ze samen, zij het dat Hans dan pleit en Wim de rol van 'persadvocaat' op zich neemt. Verder hebben ze elk hun specialismen, zoals ook de andere twee strafpleiters op kantoor. Maar in principe kunnen ze alles van elkaar overnemen, zo is het beleid. En voor de broodnodige ontspanning plant de strafsectie jaarlijks een uitje, dat vorig jaar in het teken stond van 'het Friese paard': drie cafés met in hun naam 'paard' werden bezocht, het vierde werd niet meer gehaald.

WAT HEN aantrekt in het strafrecht, is het pleiten - dat in die richting veelvuldiger gebeurt dan in andere sectoren van de advocatuur. Boeit het hen vanwege het theater? Want hoe anders moet je het noemen wat zij in de rechtszaal doen: van de katheder weglopen, stiltes laten vallen. Fout geformuleerd. De 'presentatie', noemt Hans het. Wim: 'Als ik 25 of 30 minuten wil boeien, kan ik daar niet als een zak meel gaan staan.'

Maar zwaarwegender in hun keuze voor het strafrecht was het verlangen iets te doen voor de 'zwakkeren in de samenleving'. Of was het stiekem ook een fascinatie voor dieven, moordenaars en verkrachters? Het blijven advocaten. 'Nou nee, zoals u het zegt niet nee', antwoordt Hans. 'We hebben een grote betrokkenheid bij mensen, dat is van belang, dat je omgaat met mensen uit alle rangen en standen.'

Kom bij hen niet aan met de vraag of ze via het strafrecht zélf willen scoren - wat zou kunnen, want temidden van de duizenden advocaten in Nederland vallen de Doedens', de Moszkowiczen en inmiddels de Ankers op, niet de civiel-advocaten. Maar toen zij als student belangstelling kregen voor het strafrecht, was die richting binnen de advocatuur nog niet zo ontwikkeld, laat staan dat ze werd uitvergroot door tv-camera's. Hans: 'De universiteit stimuleerde ook niet alleen strafrecht te doen. Men zei dat het te smal was, te eng, je kreeg er nauwelijks werk in.'

Dat klopte, sollicitaties naar een baan als strafpleiter liepen op niets uit: Wim belandde bij het ministerie van Justitie, Hans ging lesgeven aan de meao. In 1979 lukte het Hans dan toch, twee jaar later volgde Wim. Sinds die tijd, dus ook alweer twintig jaar, huldigen zij het principe dat cliënten die in aanmerking komen voor gefinancierde rechtsbijstand, kunnen rekenen op hun hulp. Hun praktijk bestaat voor tussen de vijftig en zeventig procent uit toevoegings-, ofwel pro-Deozaken.

Was Wim laatst bij de politierechter, zei de voorzitter van de strafkamer bij de koffieautomaat: 'Meneer Anker, dat u nog altijd dit soort zaken doet.' De kwestie was heling van 'ik geloof dat het een fiets was'; de boete '100 of 200 gulden'. Wim antwoordde: 'U hebt toch die zitting gevolgd, u hebt toch die cliënt gezien, u hebt toch dat verhaal gehoord? Dat geeft enorme kleur aan de praktijk.'

Maar los daarvan: toevoegingszaken horen niet alleen door stagiaires te worden gedaan, zoals in de advocatuur steeds meer gebruikelijk is, maar ook door gevorderde advocaten. Mede vanwege dat standpunt stapten de Ankers in 1991 formeel uit kantoor Trip, en vormden ze een aparte maatschap. 'Als er 15 advocaten waren, was de stemverhouding vaak 13-2.'

Twijfel niet aan hun 'idealisme', zoals de Leeuwarder officier van justitie mr. H. van Voorst deed in NRC Handelsblad. Er zijn toegevoegde politierechterzaken waar juristen als de Ankers snel mee klaar zijn, voerde hij aan. 'Maar waarvoor ze vervolgens 800 gulden krijgen.' Hans, fel: 'Hij heeft totaal geen idee hoe het gaat. Ik heb vanmorgen een politierechterzitting gehad, daarvoor heb ik twee gesprekken met de cliënt gevoerd, plus nog met de advocaat die ook in de zaak zit. Het is zó'n dossier, ben ik tijden mee bezig geweest om voor te bereiden, wordt de zaak aangehouden, over drie maanden moet ik weer. Die man weet niet waar hij over praat.'

Wim: 'Als hij gelijk zou hebben, zouden alle commerciële advocatenkantoren dit soort zaken toch doen? Dan zouden ze toch allemaal zeggen: jippie, daar komt een dikke vis aanzwemmen?' Hans: 'Waar hij kritiek op moet hebben, is op de advocaten die het verrekken, die het niet meer doen.' Hij slaat met de vuist op tafel. Het is hun stokpaard: schroef de vergoedingen voor toevoegingszaken omhoog, zodat meer gekwalificeerde collega's dit werk gaan doen. 'Als Orde van Advocaten moet je het met zijn allen dragen.'

Wim: 'Als iemand zegt: die jongens zijn sociaal, dat is een aardig verkooppraatje, denk ik: laten we nou even reëel zijn, morgen draaien we de knop om, dan doen we alleen nog maar betalende zaken. Moet jij eens zien hoeveel keer ons inkomen over de kop gaat. Het zou uiterst gemakkelijk zijn, want de zaken dienen zich wel aan.'

Het enige selectiecriterium dat ze er zo langzamerhand op nahouden, is of ze tijd hebben. Zaken waarbij vrienden of familieleden betrokken zijn, weigeren ze, maar verder is iedereen welkom. Bouterse? Geen probleem. Dutroux? 'Daar hoeven Hans en ik niet eens overleg over te hebben.'

TOEN HET hoofdbestuur van CP'86 werd beschuldigd van deelname aan een criminele organisatie en discriminatie, werd die zaak door raadsman na raadsman geweigerd, om ten slotte terecht te komen bij de Ankers. Tegelijkertijd behartigden ze de belangen van een neo-nazi uit Bolsward. Vier dagen en nachten werd hun kantoor belaagd: een baksteen vloog door de dubbele beglazing, de muren werden bekalkt, 's ochtends lag de post in de brievenbus tussen de uitwerpselen. 'Kan het wat minder?', vroeg het kantoor. 'Nee', was het antwoord.

Wim: 'De principes zijn bij ons keihard. Wij wijken niet, ook niet voor terreur. We zijn 's ochtends steeds gewoon aan het werk gegaan. Schoonmaakdienst gebeld, de boel laten opruimen.' Hans: 'Een fris geurtje erin.' Zolang de bedreigingen niet in hun persoonlijk leven ingrijpen, kan hij er de humor wel van inzien. Hij lacht bij de gedachte aan een kaart die ze kregen: 'Schande, schande, schande, ze moesten u uit uw ambt ontzetten!'

Maar, geeft Wim toe, soms is wat ze te verduren krijgen, zwaar. Toen de Tjoelker-zaak speelde, waarin zij de derde verdachte verdedigden, die 180 uur dienstverlening kreeg, riep heel Nederland om zwaardere straffen: de Ankers werden er 'bij de bakker en bij de bank' mee geconfronteerd. 'Het hoort erbij, maar het is niet altijd even gemakkelijk.' Hans: 'Maar we gaan er niet gebukt onder.' De een iets minder dan de ander? 'Dat hebt u goed gezien, maar het is natuurlijk niet zo dat de man het niet aankan', zegt Hans over zijn broer. 'Dan zit je niet achttien jaar in het vak. Je hoeft geen medelijden met hem te hebben.'

Ze verdedigen de rechten van de verdachte, niet datgene waarvan hij wordt verdacht, is hun opvatting. Met sommigen ontstaat zelfs een 'band'. Wijlen Fokke H., drugsverslaafde uit Friesland, vierde op het kantoor van de Ankers een jubileum: hij was er voor zijn 25ste zaak. Ook met Ferdi E., de ontvoerder en moordenaar van Gerrit-Jan Heijn die zijn straf uitzit in Veenhuizen, heeft Wim 'een bijzonder contact'. 'Ik heb wel gezegd: ''Ik ben nu tien jaar lang naar jou toe gegaan.'' Als hij vrij is, zal hij zeker naar kantoor komen.'

Hans Anker stond in het Groningse Wirdum aan het graf van Hans van Z., in de jaren zestig veroordeeld wegens seriemoord en enige tijd voor zijn dood opnieuw verdacht van poging tot moord. Bedachtzaam: 'Een man met wie je een goed gesprek kon voeren, hij was niet dom. Een boeiende prater, een markante, schilderachtige figuur.' De begrafenis was een 'bijzondere plechtigheid'. Wim: 'Laten we zeggen: het was niet erg druk.'

Waar ligt de grens? Zouden ze doen als Abraham Mosckowicz, die zich met zijn cliënt Bouterse voor Nova presenteerde in een dansgelegenheid, en in het Surinaamse oerwoud met de armen om elkaars schouders geslagen? Daar laten ze zich niet over uit. Maar iets drinken met een cliënt, na een zitting bijvoorbeeld, moet kunnen. Hans: 'Vraag twee is of je daar een journalist bij wilt hebben, maar dat moet iedereen voor zichzelf uitmaken.' Wim: 'Als je ziek bent een fruitmand. Als een zaak goed afloopt een bos bloemen. En met kerst krijgen we ongevraagd uit allerlei hoeken een dode haas.' Hans: 'Slobeend, Syberische gans.' Wim: 'Kalkoen.' Hans: 'Moet kunnen.' Wim: 'Mooie tijd, kerst.'

In het hele land bezoeken ze gedetineerden. Soms zijn er met hen nog dingen te regelen, maar vaak zijn het contacten vanuit het oogpunt: een crimineel is ook een mens. Eens in het jaar gaan de Ankers met jongeren uit Akkrum richting Scheveningen, om in de gevangenis te voetballen. Toen ze er weer eens kwamen, hing voor de ramen van een van de cellen het Heerenveen-shirt dat Wim zijn cliënt had gestuurd. 'Bedankt voor het shirt, maar het is nummer 19, ik ben reserve!', riep de man door de tralies. Wim, terug: 'Je speelt de eerste tien jaar toch niet!'

Altijd als ze terugkwamen van zo'n evenement vroeg hun moeder, die net als vader onlangs is overleden: 'Komen jullie zondag langs om je verhaal te vertellen?' Ze vond het prachtig, zag in de handelwijze van haar jongens de principes terug die ze er zelf op nahield. Haar leven lang zette ze zich in voor bejaarden en bedlegerigen. Vader was ook trots, maar dat hoorden ze via, via. 'Ik vind het zo mooi dat de jongens hun rug recht houden, dat ze zich niet laten leiden door geld', zei hij. Hun normale uurtarief in betaalde zaken is 320 gulden, wat doorgaat voor schappelijk. De auto met chauffeur is van de zaak, zelf rijdt Hans in een oude Opel, Wim in een Mazda van vijf, zes jaar oud. 'We hebben het zo ook goed', zeggen ze.

In Akkrum sponsoren ze een deel van het verenigingsleven, en ze doen er zelf ook van alles. Jaarlijks becommentariëren ze 'slingeraap', waarbij de deelnemers met een touw zo ver mogelijk over water moeten zien te springen. Hans is voorzitter van de Stichting Sport Real, en haalde in die hoedanigheid de Mastreechter Staar, Cristine Deutekom, Mini & Maxi en andere bekendheden naar Akkrum. Ook die activiteiten zijn iets van pa en ma. Vader was burgemeester van Vlieland, Schiermonnikoog, Akkrum: een man die midden in het dorpsleven stond. Hij zei altijd: 'Een dorp is niet om in te slapen.' Verhuizen naar het midden van het land? Ze hebben het overwogen, maar nee, té verknocht aan Akkrum en de rest van Friesland.

Door toedoen van de Ankers is tussen Akkrum en Slenaken, in Zuid-Limburg, een 'band' ontstaan. De Slenaakse Tiroler Kapel kwam naar Friesland, er waren uitwisselingen met de voetbalverenigingen en de fanfare. Deze zomer gaan ze er weer voor een week vakantie naartoe. Ook dat doen ze al twintig, néé, veertig jaar. Vroeger met vader en moeder, nu met vrouw en kinderen. Naar het buitenland op vakantie? 'Totaal geen ambitie', zegt Hans, die onlangs voor een zaak in Spanje voor het eerst vloog.

Toen ze in Slenaken voor de 25ste keer vakantie hielden, had hotel Berg en Dal waar ze logeerden een Fries menu samengesteld en een Friese vlag op het dak. Ook in dat hotel zitten ze al veertig jaar. Wim: 'Ik denk er nu alweer aan, aan dat hotel met die Perzische tapijtjes op tafel. De luxe kamers hoeven we niet. Ik moet een nachtkastje hebben met een bijbel erin, een klerenkast waarvan de deuren niet dicht willen en dikke gordijnen. Dan ben ik tevreden.'

Want: 'Er moet niet te veel veranderen.'

Meer over