Docenten zijn steeds lastiger te vervangen

De onderwijswereld vindt het steeds zorgelijker worden om geschikte vervangers te vinden. Dat blijkt uit een rapport van het Tilburgse onderzoeksinstituut IVA....

Van onze verslaggeefster

AMSTERDAM

De belangrijkste oorzaak van de gestegen vervangingsbehoefte is het toegenomen aantal leerlingen. Dat maakt dat steeds meer mensen voor de klas komen te staan. In het basisonderwijs kwamen er de afgelopen zeven jaar ruim honderdduizend leerlingen bij. Daardoor nam het aantal banen met 16 procent toe.

In het basisonderwijs is 65 procent van de docenten vrouw. Naar verwachting wordt dat binnen afzienbare tijd 70 procent. In het voortgezet onderwijs steeg het percentage vrouwen van 36 naar 39 procent. Daardoor neemt ook het aantal zwangerschapsverloven toe. Een andere oorzaak van de uitvaltoename is de vergrijzing van het docentenbestand.

De vervangingskosten in het basisonderwijs bedroegen in het schooljaar 1993-94 bijna 412 miljoen gulden. Twee jaar later, in het schooljaar 1995-96, was dat toegenomen tot 466 miljoen.

In dezelfde periode daalden in het voortgezet onderwijs de kosten van 206 miljoen gulden naar 148 miljoen. Dit komt volgens IVA-onderzoeker M. Vermeulen doordat er in het personeelsbestand van een middelbare school meer rek zit dan in het bestand van een basisschool. Vermeulen: 'Vaak hebben docenten in het voortgezet onderwijs taakuren en kunnen ze een les inspringen bij een plotseling ziektegeval. Dat is bij een basisschool niet het geval.'

Volgens de IVA-onderzoekers is het ook mogelijk dat middelbare scholen minder kosten declareren, omdat zij niet altijd vervangers kunnen vinden. Sinds het ministerie van Onderwijs begin jaren negentig het onderwijs decentraliseerde, moeten scholen van hun eigen budget rondkomen en kunnen zij niet langer hun vervangingskosten declareren. Veel scholen zijn daarom gaan samenwerken om de risico's te spreiden.

De stichting Voortgezet Onderwijs Limburg (VOL) is een van de grotere organisaties van schoolbesturen die als werkgever van docenten optreedt. Bij de stichting VOL zijn achttien scholen voor voortgezet onderwijs aangesloten.

Om vervangingen te financieren is er door de overheid een vervangingsfonds opgericht, waaraan scholen verplicht deelnemen en premie voor moeten afdragen. L. Panders, hoofd beleidsontwikkeling bij VOL, is over dat systeem niet erg enthousiast. Panders: 'Het grootste probleem is dat door het overheidsbeleid de belangstelling voor het lerarenvak is afgenomen. Daarnaast kunnen we ons niet profileren als goede werkgever, omdat we weinig zekerheid kunnen bieden. De kans op een vaste werkplek is voor een vervanger klein. Maar wij mogen invallers nu eenmaal geen betere arbeidsvoorwaarden aanbieden, omdat we vastzitten aan de richtlijnen van het fonds.'

Meer over