Dobberend in Duitse stroom naar Atlanta

Ze hadden haar in 'de molen' gegooid, tenminste zo noemden ze dat. Een bassin met laminair stromend water, waarin je moet proberen op dezelfde plaats te blijven liggen....

WYBREN DE BOER

Van onze verslaggever

Wybren de Boer

EINDHOVEN

Kortom, het was heel fijn in Hamburg, zei De Bruijn zaterdag tijdens het gala in Eindhoven. Het was nu ruim een maand geleden dat ze met de Olympische kernploeg een week had doorgebracht in het Duitse trainingscentrum. Het vooruitzicht dat tot de Olympische Spelen van Atlanta elk half jaar een reis naar de Duitse havenstad wordt ondernomen, maakte haar gretig.

Resultaten laten zich vanzelfsprekend pas op lange termijn meten, hopelijk eind augustus voor het eerst, als in Wenen de Europese kampioenschappen op de kalender staan. Nu is het wintercircuit net afgesloten. Het melkzuur is amper uit de spieren gemasseerd en in de koppies moet de gedachte aan Wenen nog groeien.

Het zaterdagse gala in Eindhoven, waar het hyperambitieuze PSV de nationale elite met een aantrekkelijke prijzenpot naartoe had gelokt, werd daarom vooral gezien als een tussendoortje. Daarvoor werd niettemin clubvedette Marcel Wouda overgehaald uit Michigan, die zijn bliksemzoek zelf kwalificeerde als een vorm van plichtsbesef. 'Het is voor de club en de sponsors beter dat ik er wel ben dan niet.' Duizend gulden rijker vloog Wouda zondagmorgen weer retour.

De enige die serieus op jacht ging naar een limiet was Ron Dekker, maar de 28-jarige zwemveteraan uit Deventer heeft dan ook een geheel andere seizoenplanning dan de negen leden van de Olympische kernploeg. Dekker heeft zijn vizier gericht op de wereldkampioenschappen kortebaan in Rio de Janeiro, waar hij op de 100 meter schoolslag wil uitkomen.

Een afwijkende ambitie die zijn oorsprong vindt in zuiver praktische omstandigheden. Het ontbreekt de 62-voudig nationaal kampioen aan tijd, om net als de kernploegleden vijftien uur per week in het water te liggen.

De titelstrijd in Brazilië vindt pas rond Oud en Nieuw plaats, maar toch begint de tijd voor de badmeester Dekker al te dringen. 'Als je na de zomer nog de limiet moet halen, wordt het lastig. In de zomermaanden zit je met vakanties en werk, dan is de mogelijkheid om door te trainen beperkt.'

De gelegenheid bij uitstek om onder de vereiste 1.00,80 te zwemmen, heet de wedstrijd op Hemelvaartsdag in het Belgische Bastogne te zijn. Twee weken terug zag Dekker een aanval in het Poolse Leszno stranden, waarvoor een lange vermoeiende autoreis als excuus gold. De limiet is reëel en mag geen probleem zijn, meent Dekker, maar zijn 1.05,01 zaterdag, weliswaar in een 50-meterbad, oogde nog weinig hoopgevend.

Daar stond een evenaring van zijn nationaal record op de 50 meter schoolslag tegenover: 28,80. Mocht een WK-optreden op de dubbele afstand uitblijven, dan houdt Dekker het zwemmen '99 procent zeker' voor gezien. 'Dan heb ik geen sportief doel meer.'

Op de 50 meter vrije slag kraakten drie vrouwen de limiet (26,50) voor de Europese titelstrijd: De Bruijn, Postma en Brienesse. Een prestatie die geen officiële erkenning kreeg, omdat geen van de zwemsters vooraf had aangekondigd een poging tot nominatie voor Wenen te zullen wagen.

Een enkelings reputatie ten spijt, gaf zulks geen aanleiding tot opstandig gedrag. Wie in deze fase van het seizoen, waarin geen rust wordt genomen voor een prestatief onbeduidend gala, aan de norm voldoet, zal op het moment suprème zeker aan de eis kunnen beantwoorden.

Tijdens de Mare Nostrem Tour krijgen de kernploegleden drie kansen, in Barcelona, Canet en Monaco, om zich te kandideren voor de continentale titelstrijd, waarna begin juli bij de NK in Eindhoven de definitieve Wenen-ploeg wordt geselecteerd. In de aanloop naar die wedstrijdenreeks gaat coach Rene Dekker eerst op hoogtestage met zijn paradepaardjes. Van 24 april tot en met 14 mei verblijft de kernploeg in Granada in de Spaanse Pyreneeën.

Het is, in navolging van de recente vorming van de Olympische kernploeg, een van de initiatieven die past in het streven van de KNZB om het traject tot aan de Olympische Spelen van 1996 van een rimpelloze waterspiegel te voorzien. 'De EK zijn belangrijk, maar toch niet meer dan de belangrijkste tussenstap op weg naar Atlanta', zei Inge de Bruijn.

De trainingsweken in Hamburg, waarnaar de nationale zwemselectie vorig seizoen in de voorbereiding op de wereldtitelstrijd in Rome een eerste verkenningstocht ondernam, zullen als een rode draad door de Olympische route voeren. Minimaal tot de Olympische Zomerspelen van 1996 wordt de trip naar Hamburg een halfjaarlijkse traditie.

Het nut van de 'testweken' laat zich volgens Angela Postma het duidelijkst zien bij het Duitse zwemfenomeen Franziska van Almsick. 'Die is vanaf haar tiende elk jaar een paar keer in dat bad gekieperd en heeft nu de beste techniek ter wereld.'

Sinds haar eigen screening in het Noordduitse zwemlaboratorium weet Postma, toch al een laatbloeister, dat ze vijftien jaar lang bij het keerpunt de verkeerde kant is opgedraaid. 'Dat kan tweetiende schelen, een handlengte. Maar dat beslist vaak over winnen of verliezen.' Postma vond tijdens het gala in Eindhoven bevrediging in het gegeven dat de nieuwe techniek langzaam maar zeker een automatisme begint te worden.

In Granada meldt Marcel Wouda zich definitief terug in het Nederlandse kamp. Na drie jaar zwemmen en studeren aan de Universiteit van Michigan keert de 23-jarige wisselslag-specialist noodgedwongen en gelijkertijd opgelucht terug in Brabant. Van het Amerikaanse avontuur, dat Wouda in contact bracht met een van 's werelds succesvolste trainers, Jan Urbanchek, restten alleen uit het debuutjaar zoete herinneringen.

Behalve door sportieve progressie blonk Wouda in het seizoen 1992/'93 uit door fraaie studieresultaten. Op een totaal van 30 duizend leerlingen, behoorde de informatica-student uit Uden tot de beste vijf procent van de universiteit. Dat hij deze zomer met zijn bachelors degree uit de Verenigde Staten terugkeert is evident.

Het dagelijks kunnen trainen met Tom Doolan, wereldrecordhouder op de 400 wissel, en Gustavo Borges, winnaar van Olympisch zilver in 1992, werkte opvallend genoeg niet alleen maar stimulerend.

'Het brengt ook veel druk en stress mee. Elke dag zie je dat er iemand is die toch net iets harder door het water gaat dan jij.'

De monomane sportbeleving die Urbanchek zijn pupillen opdrong, gepaard aan de Spartaanse trainingsaanpak, ging Wouda meer en meer tegen staan. 'Eigen inbreng heb je totaal niet.' De schuld zoekt hij desondanks vooral bij zichzelf. 'Ik heb mezelf na dat eerste jaar te veel druk opgelegd, waardoor het niet geworden is wat ik verwacht had.'

Het aanhoren van Wouda's ervaringen heeft PSV-clubgenoot Pieter van den Hoogenband uit zijn American dream doen ontwaken. Het 17-jarige talent blijft daarom in Nederland, doet volgend jaar 'bewust' 5-vwo voor een tweede keer en kiest later voor een studie medicijnen. Maar tegen die tijd zijn de finales in Wenen en Atlanta allang gezwommen.

Meer over