Dit jaar maar niet naar Turkije

De kritiek van de westerse regeringen op de Turkse inval in Irak, komt een beetje als mosterd na de maaltijd, vinden Hans Feddema en Pieter van Rossem....

DE houding van de westerse regeringen jegens Turkije is met recht een lakmoesproef. Zijn gerechtigheid en vrede in de wereld, alle mooie woorden ten spijt, ook echt hun zorg?

Het is onder meer uit rapporten van Amnesty International al jaren bekend dat de Turkse regering de mensenrechten met voeten treedt, niet in de laatste plaats door het onderdrukken van de Koerden.

Toch kreeg Turkije, dat binnen de NAVO na de Verenigde Staten over het grootste leger beschikt, in l99O van de VS, Duitsland, Italië en Nederland meer dan duizend overtollig geworden tanks, zeshonderd pantserwagens en zeventig stukken rijdend geschut.

Er wordt thans in westerse hoofdsteden kritiek geuit op de Turkse invasie in noord-Irak. Een beetje mosterd na de maaltijd, als men denkt aan deze wapenleveranties. Maar ook halfhartig. Minister Van Mierlo van Buitenlandse Zaken constateerde vorige week terecht, dat er 'geen consensus (is) te bereiken in de Europese Unie of de NAVO om de wapenexport naar Turkije aan banden te leggen' (de Volkskrant, 7 april).

Maar ook Nederland gaat in deze zaak bepaald niet vrijuit. Anders dan Duitsland verleende Nederland enkele jaren geleden zonder bezwaar een exportvergunning aan het Nederlands-Duitse bedrijf Eurometaal te Zaandam voor de levering ruim tweehonderdduizend hulzen voor M483-granaten. Deze granaten spatten in de lucht uiteen in tachtig kleinere granaten en zijn uitstekend geschikt zijn voor het 'uitkammen' van bergachtige gebieden zoals in oost-Turkije en noord-Irak.

Terwijl Duitsland de export van deze granaten verbood, waarna de vestiging van Eurometaal in Liebenau werd gesloten, steunden in Nederland zelfs de PvdA en D66 de exportvergunning voor Eurometaal. De toenmalige minister van Buitenlandse Zaken, Van den Broek, rechtvaardigde het besluit met het argument dat Turkije de granaten niet zou inzetten tegen de Koerden.

Hetzelfde argument gebruikte minister Van Mierlo tijdens het kamerdebat van 6 april, naast de vrees voor schadeclaims, om maar niet te hoeven voldoen aan het verzoek van de oppositie de exportvergunning in te trekken. Of die wapens 'ook daadwerkelijk tegen de Koerden worden ingezet' zou volgens hem 'hoogst onzeker' zijn. (Trouw, 7 april).

De regeringspartijen en ook het CDA slikken dit kennelijk, hoewel ze weten dat Van Mierlo's besluit geen nieuwe vergunningen toe te staan op deze manier weinig meer is dan een loos gebaar. Nieuwe wapenleveranties aan Turkije zijn immers niet aan de orde. De lopende leveranties gaan gewoon door. Dat men deze voorlopig zou kunnen bevriezen, schijnt bij de bewindsman noch bij de meerderheid van de Tweede Kamer op te komen.

Gelukkig heeft het Europees Parlement in een resolutie van 6 april, waarin de inval van het Turkse leger fel wordt veroordeeld en 'onmiddellijke terugtrekking' wordt geëist, de Europese regeringen wel opgeroepen 'Turkije voorlopig geen wapens meer (te) leveren'.

Het terroriseren van de burgerbevolking en het platbranden van honderden Koerdische dorpen in oost-Turkije door het Turkse leger in de afgelopen jaren, vormt daarvoor alleen al voldoende reden. De Stichting Nederland Koerdistan (SNK) heeft daarover onlangs een onthullend rapport opgesteld.

Zelfs de vice-voorzitter van het Turkse parlement, Genc, zei vorige week niet langer te kunnen zwijgen over wat hij noemde de 'willekeur der veiligheidstroepen', waardoor 'ongeveer 80 procent van de dorpsbewoners in de provincie Tunicelli uit hun huizen is verdreven' (de Volkskrant, 8 april).

Welke ook de politieke of economische belangen mogen zijn om in deze kwestie de ogen zo lang mogelijk te sluiten, het wordt tijd dat het Westen karakter toont en niet langer direct of indirect zijn medewerking verleent aan dit drama. Druk van onderop is dan echter geboden. Zonder publieke druk zullen de westerse regeringen immers, zo blijkt, weinig of niets doen.

Omdat Den Haag, Bonn en Brussel het zo af laten weten, hebben vorig jaar juni een achttiental organisaties in België, Duitsland en Nederland, waaronder GroenLinks, Pax Christi, CDA-jongeren (CDJA), PvdA-jongeren (JS), IKV en Vrouwen voor Vrede, de bevolking opgeroepen Turkije voorlopig als vakantieland te mijden. Deze organisaties willen hiermee aangeven dat de Turkse regering op de verkeerde weg is door te denken dat het Turks-Koerdische conflict met militaire middelen kan worden opgelost en door te weigeren met de Koerden om te tafel te gaan zitten.

De achttien organisaties keuren ook het geweld van de PKK af, maar wijzen er op dat deze Koerdische guerrillabeweging zich vanaf 1993 meermalen heeft uitgesproken voor onderhandelingen en een politiek compromis.

Sinds het einde van de Koude Oorlog zijn in alle Europese landen de militaire uitgaven gedaald. Alleen in Turkije stijgen ze, tot 7 miljard dollar in 1993. De waarde van de door Turkije geïmporteerde wapens in dat jaar wordt geschat op 2,5 miljard dollar.

HET toerisme is voor Turkije een belangrijke deviezenbron, die hij hard nodig heeft voor zijn oorlog tegen de Koerden. In 1993 bedroegen de inkomsten uit het toerisme zo'n 4 miljard dollar. Door niet meer met vakantie naar Turkije te gaan, wordt dat land niet alleen geld onthouden voor zijn oorlogsvoering, maar bevordert men tevens dat de Turkse regering eerder naar een politieke oplossing zal gaan zoeken.

Bovendien kunnen op die manier de westerse hoofdsteden onder druk worden gezet om eindelijk eens ernst te maken met het bevorderen van gerechtigheid en vrede in de wereld en in het bijzonder in Turkije, tenslotte een NAVO-bondgenoot.

Hans Feddema is lid van de beleidsgroep buitenland van GroenLinks; Pieter van Rossem is stafmedewerker van Pax Christi.

Meer over