'Dit is wat Berlijn had kunnen zijn zonder beeldenstorm'

Veel van de topstukken die nu te zien zijn in de Neue nationalgalerie zijn gemaakt door Duitse kunstenaars die ten tijden van de nazi's naar de Verenigde Staten vluchtten....

De laatste zaal van de tentoonstelling Das MoMa in Berlin is voor veel bezoekers de meest confronterende. Hier hangt 18 Oktober 1977, de naar foto's gemaakte serie schilderijen van leden van de Rote Armee Fraktion. In hun jeugd, als gevangenen, dood. Gerhard Richter schokte Duitsland in 1988 door niet de slachtoffers maar de daders van de RAF-terreur af te beelden.

In 1995 schokte Richter Duitsland opnieuw. Dit keer niet vanwege de inhoud van de schilderijen, maar omdat hij het werk voor drie miljoen dollar van de hand deed. Tandenknarsend moest de kunstwereld accepteren dat hij het werk - volgens kenners een van de allerbeste Duitse werken van de twintigste eeuw - verkocht aan het Museum of Modern Art in New York.

18 Oktober 1977 (genoemd naar de dag waarop de RAF-leden Gudrun Ensslin, Andreas Baader en Jan-Carl Raspe in de gevangenis zelfmoord pleegden) is voor een paar maanden terug in Duitsland, tezamen met nog bijna tweehonderd andere werken uit het MoMa. Binnen een maand kwamen er meer dan 100 duizend bezoekers naar de Neue Nationalgalerie. In september, als de werken Berlijn verlaten, zal de tentoonstelling naar verwachting tussen een half en driekwart miljoen bezoekers hebben getrokken.

Schitterende Picasso's hangen er, een paar prachtige Cnne's, Van Goghs, Chagalls en Mondriaans. Maar ook De Chirico en Dalijn er te zien, net als Newman, Man Ray en Warhol. Zaal na zaal na zaal vol topwerken die de canon van de moderne kunst na 1885 vertegenwoordigen.

Een werk waarbij opvallend veel mensen blijven staan, is Max Beckmanns triptiek Abfahrt (1932-33). Beckmann is een van de vele Duitse kunstenaars die door de nazi's zijn verjaagd. Abfahrt, een nachtmerrieachtig expressionistisch werk, werd in 1942 door het MoMa aangekocht.

Dat het museum zijn allerbeste werken op reis heeft gestuurd, is te danken aan een grote verbouwing die nu in New York gaande is. De tentoonstelling was eerder te zien in Houston, waar zij meer dan 300 duizend bezoekers trok. Berlijn was niet de enige Europese stad die probeerde de expositie te veroveren. Ook Parijs, Madrid en Frankfurt probeerden haar binnen te slepen. Het werd 'Berlin, nath nur Berlin', zoals Die Welt schreef.

Heimkehr nach Europa kopte de krant niet voor niets over de tentoonstelling, die door haar verblijf in de Duitse hoofdstad een grote historische lading heeft gekregen. De oprichter van het MoMa, Alfred H. Barr, kwam in 1927 in Berlijn op het idee een museum voor moderne kunst te stichten. Hij raakte er begeesterd door een bezoek aan de toenmalige Nationalgalerie in het kroonprinspaleis.

Dat de tentoonstelling te zien is in de Neue Nationalgalerie, een modernistisch meesterwerk van Mies van der Rohe, wordt als niet meer dan rechtvaardig gezien. De bouwer van de in glas en staal uitgevoerde kunsttempel aan de Potsdamer Strasse emigreerde in 1938 naar de Verenigde Staten omdat het werken hem door de nazi's onmogelijk was gemaakt.

Het idee van een terugkeer werd bij de opening van de tentoonstelling ook verwoord door directeur Peter-Klaus Schuster van de Berlijnse staatsmusea. 'Dit is wat Berlijn had kunnen zijn zonder de beeldenstorm van Hitler, en zonder de naoorlogse geleerde ligging in de DDR.'

Volgens Schuster is Das MoMa in Berlin de triomfantelijke terugkeer van de verloren moderne meesters. Natuurlijk zei Schuster dat in het besef dat een werk als dat van Richter niet had kunnen bestaan als de geschiedenis een andere loop had gekend.

Meer over