'Dit is pure psychologische oorlogsvoering'

Er is geen stroom meer op het VN-complex in Dili, de telefoons werken niet meer en angstige lokale medewerkers vragen of zij zullen worden achtergelaten als prooi voor de doodseskaders....

We weten dat bezorgde buitenlandse ogen op dit VN-terrein gericht zijn. Op het kleine complex verblijven vermoeide VN-waarnemers en ruim 2500 Oost-Timorese hulpverleners en vluchtelingen.

De hele dag hebben het Indonesische leger en de politie dicht over de gebouwen geschoten. Het spervuur dwingt de tweehonderd VN-waarnemers en twintig journalisten binnen te blijven, zodat niemand zich kan vergewissen van de taferelen in de stad.

Met het afkondigen van de staat van beleg dinsdag begrepen wij dat later die dag nieuwe troepen onder leiding van een betrouwbare commandant onze dubieuze politiebewakers zullen vervangen. De politie had ons onder schot gehouden, waarschijnlijk in een poging de VN tot evacuatie te dwingen. De nieuwe commandant, zo werd ons verzekerd, heeft gezworen dat hij ons 'met zijn leven' zal verdedigen.

De hele dag zat de VN-staf samen met de doodsbange Timorezen achter met prikkeldraad versterkte muren, terwijl overal om hen heen schoten klonken. Op die manier hoopten de Indonesische troepen hen die nog in de stad bleven op de vlucht te jagen. 'Dit is een klassiek geval van psychologische oorlogsvoering', zei een Britse officier die deel uitmaakt van een groep ongewapende waarnemers.

Terwijl hij dit zei, veranderde het geluid van de schoten. De kogels vlogen lager over het complex. 'Ze voeren hun intimidatie met de minuut op', voegde de officier eraan toe.

Buiten het complex ligt de vernietigde stad. De zon gaat onder, overal zwarte rook. Het hele centrum is platgebrand, melden Timorezen die vanochtend nog in de stad zijn geweest. Alles is leeggeplunderd.

Volgens een van hen is de stad op de Indonesische militairen en wat militieleden na totaal verlaten. Hij vertelt hoe hij de woonwijken Balide, Santa Cruz en Audian heeft zien branden. 'Er stonden duizenden mensen bij de haven, en er kwamen hele kolonnes bij, voortgedreven door de Indonesische soldaten die vlak over hun hoofden vuurden.'

De schepen die sinds twee dagen af en aan varen, brengen de Timorezen naar plaatsen honderden kilometers verderop, naar ver weg gelegen Indonesische oorden als Irian Jaya, Ambon en Surabaya, en naar de West-Timorese hoofdstad Kupang.

Alle commerciële vliegverkeer van en naar Dili is stopgezet. Ongeveer tweehonderd internationale VN-medewerkers, inclusief Amerikaanse politieagenten en militaire waarnemers, zijn vastbesloten zo lang mogelijk op het complex te blijven. 'We zijn hier om te werken', zegt een VN-medewerker. 'We hebben de verantwoordelijkheid op ons genomen de mensen te helpen.'

Volgens berichten uit de rest van het land staan ook verschillende andere steden in brand en worden de inwoners verjaagd. Een Amerikaanse non uit Aileu zegt dat de stad brandde toen zij gisteren vertrok, en dat de mensen in vrachtwagens werden gedwongen. 'Er waren nooit milities in Aileu. Het Indonesische leger zit erachter', vertelt ze.

Verontrustend is de constatering dat het vooral vrouwen en kinderen zijn die in de vrachtwagens worden gejaagd. Het roept de vraag op wat er met de mannen is gebeurd.

Tegen de avond komt weer een groep vluchtelingen het complex binnen, waardoor de omstandigheden nog schrijnender worden. Niemand weet wat er gaat gebeuren. Om ons heen wordt geschoten.

Voor één ding zijn we dankbaar: het vuur dat grote delen van Dili heeft platgelegd, heeft ons nog niet bereikt.

Meer over