AnalyseVerenigde Staten

Dit is óók wat Amerika is: een ontwikkelingsland

De Amerikanen gaan er prat op dat ze de mooiste en beste democratie ter wereld hebben. Dat zelfbeeld heeft een flinke knauw gekregen, signaleert correspondent Michael Persson.

Een demonstrant zit in de Senaatskamer in het Capitool. Beeld AFP
Een demonstrant zit in de Senaatskamer in het Capitool.Beeld AFP

Dit is niet wie we zijn’, zei de ­Republikeinse senator Ben Sasse uit Nebraska, ­nadat hij op 6 januari met zijn collega’s en ­medewerkers de Senaatszaal had moeten ontvluchten, en een politieman met scherp had geschoten op een dolle horde, aangevoerd door rechts-extremisten en complotdenkers die, zwaaiend met de rebellenvlag uit de Amerikaanse Burgeroorlog, zichzelf patriotten noemen.

‘Amerika is niet de altijd voortdurende vete van de Hatfields en McCoys’, vervolgde Sasse, verwijzend naar een bloedige plattelandsruzie in het Kentucky en West-Virginia van de 19de eeuw. ‘Amerika is een eenheid. Er is niets zo ­kapot dat we het niet kunnen repareren.’

Helaas: dat is een misverstand. Amerika is geen eenheid, en in zekere zin niet eens kapot. Dit is hoe Amerika is gemaakt. De verdeeldheid is geen mankement, maar onderdeel van het systeem. ‘Patriotten’ met een vlag die staat voor racisme en slavernij: dit is wél wie ze zijn, ook.

Amerikaanse naïviteit

Dat Amerikanen, en zeker Amerikaanse politici, nog steeds ontkennend schrikken als ze zichzelf tegenkomen, getuigt van een zekere naïviteit die heel Amerikaans is. Het geloof in het Amerikaanse exceptionalisme is dus hardnekkig, zelfs na vier jaar Trump, die er toch alles aan heeft gedaan om de zwakke plekken van Amerika bloot te leggen en er vervolgens flink in te peuteren. Mensen als Sasse overschatten het land nog steeds.

Het is juist die overmoed die de bestorming van het Capitool mogelijk maakte. De beste democratie ter wereld is ongenaakbaar, dacht Amerika – het symbolische hart van het land werd zo slecht verdedigd omdat het land de illusie had het onkwetsbaar was. Niet dus. Het Capitool is een nieuw symbool geworden: voor jaren zal het beeld beklijven van de zwerm opstandelingen die als zombies tegen de muren opklimmen, ramen en deuren openbreken, om in de stoelen van Mitch McConnell en Nancy Pelosi te eindigen. Ineens zaten daar ándere vertegenwoordigers van het volk.

Leedvermaak

In het buitenland werd het met enig leedvermaak aanschouwd. Al gauw circuleerde een meme op internet van tanks voor het Capitool, met de mededeling dat Irak Amerika was binnengevallen om de democratie te herstellen. De Turkse president Recep Erdogan, of all people, noemde de onrust in de VS vrijdag ‘een schande voor de democratie’.

De schandvlek komt niet uit het niets: de Republikeinen die nu zo verontwaardigd zijn, hebben zelf jarenlang zitten kliederen. ‘Jullie voeren een oorlog’, zei ene Newt Gingrich in 1978 tegen een groep jonge Republikeinen, waarmee hij de polarisatie in het land politiek maakte, zo schrijft hoogleraar Steven ­Levitsky in het boek How Democracies Die. Vandaar loopt een lijn naar de parallelle werkelijkheid van nu, waarin Republikeinse kiezers in een eigen wereld ­leven en de uitslag van een verkiezing aanvallen omdat ze denken dat ze daarmee de democratie een dienst bewijzen.

Fundamentele weeffouten

En als je goed kijkt, zit de schandvlek veel dieper. Het Amerikaanse systeem, met de beste bedoelingen twee eeuwen geleden tien jaar na de onafhankelijkheid in een paar maanden bedacht, heeft fundamentele weeffouten die ertoe leiden dat, in heel veel opzichten, een minderheid de macht over de meerderheid kan hebben. Het is een systeem dat is vastgelegd in de Amerikaanse Grondwet, die bijna als door God gegeven tekst wordt beschouwd – een geloof, ook bij gewone Amerikanen, dat bijdraagt aan de Amerikaanse mythe van buitengewoonheid.

Zo is de Senaat, met het systeem dat elke staat twee senatoren mag afvaardigen, automatisch zwaar op de hand van het platteland (dat de Democraten daar met hun overwinning in Georgia doorheen zijn gebroken is een klein wonder; de vijftig Democratische senatoren vertegenwoordigen 17 miljoen mensen meer dan de vijftig Republikeinse senatoren). Zo kan het systeem van het Kiescollege een landelijke minderheid vertalen in een meerderheid aan kiesmannen. En zo kan de techniek van de gerrymandering, het zelf tekenen van kiesdistricten, van een minderheid aan stemmen uiteindelijk een meerderheid aan afgevaardigden maken. En dat alles kan leiden tot een Hooggerechtshof waarin een minderheid van de bevolking uiteindelijk de kleur van een meerderheid van de rechters bepaalt.

Experiment

Daar protesteerden de bestormers niet tegen: zij stemmen op de minderheidspartij en waren vooral geschokt dat dit oneerlijke systeem dit keer niét in hun voordeel heeft uitgepakt. Maar ze protesteerden wél tegen iets wat daaruit voortvloeit: tegen de macht van het geld, tegen de corruptie, tegen politici die ­andere belangen vertegenwoordigen dan die van het volk. ‘Ik ben helemaal klaar met die lui’, zei een van de bestormers. ‘Ook met de Republikeinen. Ze weten niet voor wie ze werken. Eindelijk hebben we dat kunnen ­laten zien.’

Amerika wordt vaak een ‘experiment’ genoemd, iets waarmee George Washington is begonnen. Dat veronderstelt dat het weleens misgaat, waarna dat wordt verholpen. De afgelopen eeuwen leidde dat tot meer democratie, bijvoorbeeld de grote wetten waarmee zwarte Amerikanen in de jaren zestig eindelijk gelijke rechten kregen als witte Amerikanen. Maar nog steeds is deze wereldmacht in veel opzichten een ontwikkelingsland – een land in ontwikkeling. Dat is wie ze zijn. De vraag is of dat ze dat kunnen repareren.

Meer over