Dit is leeg!

De Australisch-Britse choreograaf Lloyd Newson morrelt nog steeds aan waarden, normen en regels. Is rebels in lichaam en geest. In 'The Cost of Living', dit weekeinde tijdens Julidans uitgevoerd door zijn DV8 Physical Theatre, doet een acteur zonder benen mee....

Aangekomen op de zevende verdieping van de Tate Modern, de in een must see-museum veranderde krachtcentrale in Londen, worden we tot slot van de voorstelling Living Costs gedwongen nog even netjes stil te staan bij een doorsneeballetje voor vier dansers. Mooi. Knap. Bedankt.

Net wanneer je je begint af te vragen hoe deze nietszeggende dans uit de koker van Lloyd Newson (1957) en zijn DV8 Physical Theatre heeft kunnen komen, gaat het rolluik aan de noordkant omhoog. Luid applaus barst los. Voor het adembenemende uitzicht over de metropool aan de Theems. Voor de welvaart die daar in het nachtelijk duister glimt en glinstert.

Twee keer achtereen is het publiek erin gestonken. Het is koren op de molen van Newson: 'Waar is de persoon die opstaat en zegt: ''Deze choreografie is niks''? Volwassenen zijn bang. Bang om onwetend over te komen. Is het niet typisch dat je bijna nergens in de Tate Modern de zuidkant van de stad kunt zien? Dat is het deel waar de meeste armen wonen, waar de low living regeert.'

Newson - tenger, kaal, blauwe ogen - is de psycholoog uit Australië die in de jaren tachtig zijn geluk vond als enfant terrible-choreograaf in Groot-Brittannië. Zijn weinig verhullende, rauw-fysieke dansstukken over homoseksualiteit, met Dead Dreams of Monochrome Men (1988) als meest controversiële, prijswinnende hit, werden in Engeland voorpaginanieuws en riepen zelfs kamervragen op. Netelige onderwerpen die onder de oppervlakte sluimeren haalt Newson graag naar boven. Daarom brengt hij in het museum, direct na het comfortabele happy end-plaatje, ook nog een ongelikter beeld. Aan de zuidkant.

Door een raam zien we op een van de grauwe daken verderop een kleine jongeman heen en weer springen en wild gebaren. Het is de driftkikker die al eerder in het gebouw opdook. Ook nu horen we hem - via zenders en speakers - in het Schots tekeergaan. Op veilige afstand, dat wel. En hij wordt uiteindelijk weggesleept door een bewaker.

Een markant figuur, deze schreeuwlelijk. Ontroerend in zijn passie, maar ook bijna 'over the top'. Newson: 'Hij is de antithese van wat de Tate voor mij representeert. Hij is boos op de holheid van veel kunst die hij daar ziet. Of het nu uit moed of onwetendheid is, hij zégt het tenminste: Dit is leeg. Net als de jongen in het sprookje De Nieuwe Kleren van de Keizer, die als enige durft op te merken dat Zijne Hoogheid toch echt poedelnaakt rondloopt. Deze angry young man, dat ben ik.'

Living Costs ging afgelopen mei in première. Het was een locatieversie van The Cost of Living, het stuk dat Newson in 2000 maakte voor het Sydney Olympic Arts Festival en dat morgen tijdens Julidans in de Stadsschouwburg van Amsterdam wordt hernomen, aangevuld met elementen uit het Londense avontuur.

Wat thematiek betreft liggen de twee producties in elkaars verlengde. Newson: 'Wát is kwaliteit? Wíe is kwaliteit? Dat zijn de vragen. The Cost of Living is Assepoester en het bal. Het gaat over mensen die níet op het feest worden uitgenodigd omdat ze anders zijn dan de maatschappij voorschrijft. Over willen zijn zoals we denken te moeten zijn. Knap, intelligent, succesvol en - vooral - normaal. Living Costs gaat specifiek over kunst, over het (waarde)verschil tussen high art en low art.'

Beneden in de Tate waren er clowns, meedoe-dansjes voor het publiek en gevederde showbizzpasjes op een witte trap. Hoe hoger je kwam, hoe meer verstilde beelden, semi-filosofische teksten ('subjectless today, meaningless tomorrow'), serieuze muziek en klassieke dans er in korte scènes werden geserveerd. Newson: 'Bij de opening van het gebouw is er letterlijk gevochten om kaartjes. Kunst is status. Kunst raakt nog steeds aan tegenstellingen als rijk en arm, bourgeois en working class.'

In de Tate speelde Newson zelf mee als suppoost, en in die hoedanigheid werd hij bijzonder grof behandeld. Overigens niet alleen door het publiek: 'Toen ik na een nacht doorwerken een dutje wilde doen in een achterafhokje in het museum, werd ik weggejaagd door een bewaker. Dacht dat ik een dakloze was. Kennelijk kunnen ze niet tegen mensen die horizontaal liggen. Grappig: de upperclass is verticaal, ballet is verticaal. Een mooie metafoor.'

Newson weigert herkenbaar in de publiciteit te komen: om een observator te kunnen zijn, moet je geen geobserveerde worden, is zijn redenering. 'Ik gebruik concrete gebeurtenissen die ik zelf meemaak of zie gebeuren. Geen algemene theorieën. Ik houd van de directe relatie tussen kunst en realiteit. Wanneer dat wat je op het toneel ziet bijna niet meer van het normale leven te onderscheiden is. Dat is tegelijkertijd mijn eeuwige strijd: hoe maak ik iets echts in het theater?'

DV8's physical theatre, een door Newson zelf gelanceerde term, is maatschappijkritisch, politiek zelfs. Internationaal wordt het werk van Newson vergeleken met de psychologie van Pina Bausch en de energie van Edouard Lock. Het etiket 'rebellie in lichaam en geest' zou DV8 welgevallig zijn.

De groep werd in 1986 door Newson en enkele dansers opgericht uit onvrede met de lege esthetiek en het gebrek aan zeggingskracht van zowel het ballet als de moderne dans in Groot-Brittannië. Maar DV8 - spreek uit deviate ('afwijken') - verwijst tevens naar de puriteinse kijk van het Engelse establishment op homoseksualiteit.

Met zijn debuut over mannenliefde (My Sex, Our Dance, 1986) maakte Newson meteen duidelijk waar hij stond. Daarna kwamen er meer gevoelige kwesties: homoseks en geweld (Dead Dreams Of Monochrome Men, 1988), eenzaamheid (Strange Fish, 1992), homoseks in openbare toiletten (MSM, 1993). Maar ook de pro's en contra's van een 'gewone', bijna media-voorbeeldige mannenvriendschap (Enter Achilles, 1995) kwamen aan bod.

Newson wil luis in de pels zijn. Regels zijn zijn grootste bron van irritatie (en inspiratie). In de Tate mochten zijn dansers niet door een hal met levensgrote, robuuste sculpturen van Henri Moore rennen. Newson: 'Waarom? Omdat het een museum is? Dat museum heeft mij toch gevraagd om daar een choreografie te maken?' Living Costs wemelde van de tekstbordjes en suppoosten die het publiek manen en vermanen. Ook de bezoeker van zijn Julidans-voorstelling zal met regels om de oren worden geslagen vanaf een met nepgras bedekte schans op het toneel.

'Het gaat mij om het waarom van regels. Zie in hoe absurd sommige gewoonten, beleefdheden en afspraken zijn! Wat voor vreemde situaties die opleveren. Het leven is compromissen sluiten. Maar met onuitgesproken regels en regels die de media opleggen, heb ik echt problemen. Die zijn namelijk ondoorzichtig en moeilijk te tackelen.'

DV8 wil geen 'onwerkelijk mooie vrouwen met onwerkelijk mooie mannen' op het toneel. Bound To Please (1997) ging al over lichamen die naar westerse smaak te oud, te dik, of te kreupel zijn. Zowel The Cost of Living als Living Costs ging erop door. In Londen deden twee ex-ballerina's van het Royal Ballet mee, ontslagen omdat ze te lang of te zwaar waren. In Amsterdam wordt David Toole verwacht, een acteur zonder benen. 'Allemaal zeer expressieve en goed getrainde lichamen, alleen niet de juiste vorm', schampert Newson.

Een thema als dit is niet nieuw. Wel actueel volgens Newson, die de dans nog steeds conservatief vindt. 'Koffietafeldans is weer erg populair. Veel oppervlakte, weinig diepgang. Techniek en stijl gaan boven inhoud. En dat gebeurt nog klakkeloos ook. Soms zijn de dansers het enige verschil tussen choreografieën. Dans als leuke lifestyle, als wandelend behang.'

Newson, afkomstig uit een arbeidersmilieu, is als de slungelige, stille romanticus uit Living Costs, die een aandoenlijk duet danst met een hoelahoepend meisje. 'Hij is de meest onwetende', zegt Newson. 'Hij herinnert me aan de tijd dat ik met dansen begon. Toen dacht ik dat mijn lichaam onoverwinnelijk was. Ik was alleen maar met de pasjes bezig. Hield van het bewegen op zichzelf. Nu heb ik een stalen heup. Weet ik dat mensen het raar vinden als je aan je idealen blijft vasthouden. Dat het leven niet simpel is. Dat je niet alleen mooi en jong kunt staan wezen op het toneel. Hoe lang kun je de onschuld, die generositeit behouden? Wanneer begint het grote verbergen?'

Meer over