'Dit is een alternatief voor klassiek museum'

Een witte kubus die zich 's avonds ontvouwt en dan kunst toont: argeloze passanten op Nederlandse pleinen staan de komende tijd oog in oog met 'een nieuw museaal concept'....

Even na tienen, wanneer de schemering invalt, komt de grote witte kubus midden op de Utrechtse Neude langzaam in beweging. De kubus ontvouwt zich als de arm van iemand die zich lijzig uitrekt. De arm meet vijftien bij zes meter; een stalen geraamte, bespannen met wit projectiedoek. Op de ontvouwde doeken verschijnen kunstwerken. De toeschouwer is getuige van een nieuw museaal concept: het Pleinmuseum.

De bedenker is ontwerper René van Engelenburg. Meta Knol, conservator van het Centraal Museum in Utrecht, stelde het programma samen. Voor zeven avonden koos Knol zeven kunstenaars die beeld met geluid combineren of film met een live-performance.

Het museum zal zeven steden aandoen. Het Pleinmuseum is volgens Van Engelenburg 'een alternatief voor het klassieke museum, waar betonnen muren de kunstwerken afschermen van de buitenwereld'. Met de verandering van kubus overdag, als een traditioneel museum, naar een nieuwe gedaante 's avonds wil Van Engelenburg de argeloze passant verbazen.

Hij kwam op het idee voor een nieuw soort museum naar aanleiding van de slepende discussie over moderne musea 'gevoerd door directeuren'. 'Eindeloos gesteggel over een nieuwe vleugel voor het Stedelijk in Amsterdam.' Van Engelenberg besloot als ontwerper een eigen concrete bijdrage te leveren en bedacht een reizend openluchtmuseum. De naam is een knipoog naar het bolwerk van de klassieke museale gedachte: het hoofdstedelijke Museumplein.

Meta Knol ziet een gelijkenis tussen het project van Van Engelenburg en de koffer van kunstenaar Marcel Duchamp. 'In de jaren veertig van de vorige eeuw bereisde Duchamp de wereld met zijn oeuvre in een koffer. Net als Van Engelenburg trapte hij tegen het concept van een traditionele tentoonstellingsruimte .'

Vrijdagavond opende het kunstenaarsduo Driessens/Verstappen met een digitale trompe l'oeuil. Op het paviljoendoek projecteerden zij een wapperend laken. Het paviljoen leek werkelijk tot leven te komen en in de wind te bewegen. De simulatie werd kracht bijgezet door onheilspellende klanken die het plein vulden.

Martijn Engelbregt, bekend van de formulieren van een niet-bestaande organisatie die burgers opriep illegalen aan te geven, zal op zijn avond het plein filmen als een reporter op zoek naar hot news. Toevallige voorbijgangers dreigen het middelpunt van een nieuwsitem te worden. Choreograaf Piet Rogie vat het paviljoen op als een grotesk liggend naakt, waarop hij een reeks dansfilms vertoont.

Frans Haks opende het Pleinmuseum met een druk op de knop: 'In de Volkskrant las ik deze week dat het in Nederland een crisisboel in de kunst is. De mensen van het Pleinmuseum laten zien dat dat niet het geval is.'

Meer over