Discussin over terreur

Onschuldige mensen massaal de dood injagen: dat is voor mij een wezenlijk kenmerk van fascisme. Net als de aanslag op de WTC-torens van Hitlerachtige omvang was, dragen de aanslagen in Madrid hetzelfde stempel van absoluut kwaad....

De onzichtbare oorlog tegen terreur roept heel verschillende reacties op, van tegen-terreur tot vage en indirecte beschuldigingen aan het adres van de slachtoffers zelf of hun politieke leiders. De ingezonden brieven naar aanleiding van de column van Kader Abdolah van 15 maart en de column zelf getuigen hiervan. Het eist grote zorgvuldigheid en koelbloedig denken om op een constructieve manier te discussin over zoiets afschuwelijks en emotioneels als massa-terreur, inclusief de discussie over adequate maatregelen ertegen. Kan het eenvoudige strafrecht dit aan of moeten we niet een speciaal oorlogs-of terrorismerecht in het leven roepen?

De discussie zelf doet denken aan de vaak hevige discussies, halverwege de jaren zeventig, over de terreur van de RAF in Duitsland en de Rode Brigades in ItaliIn 1977 werd er in Nijmegen een speciaal criminologisch congres gehouden, waar eigenlijk dezelfde soort heftige emoties en beschuldigingen over en weer naar voren werden gebracht als nu. Ook toen stonden mensen tegenover elkaar: de criminoloog Nagel, die onderscheid wilde maken tussen 'goede' en 'slechte' terreur tegenover de criminoloog Dessaur, die op geen enkele manier wilde wijken voor welke terreur dan ook, wijzend op de mannelijke agressie als oorzaak en op de aantrekkelijkheid van 'het behoren tot een kleine geheime groep gezworenen'. Ook toen werd de vraag opgeworpen of de slachtoffers van 'het rijke Westen' niet medeschuldig waren aan dergelijk abjecte terreurdaden.

Er zijn echter opvallende verschillen tussen de terreur van de jaren zeventig en van het huidige moslimfundamentalisme. Toen aanslagen op hooggeplaatste enkelingen, nu op de massa van gewone mensen. Vele nieuwe drempels zijn overschreden. Een technologische versnelling, waardoor het steeds gemakkelijker is geworden zulke destructieve effecten te bereiken alsof een heel kruitschip ontploft. Tegelijk is ook een psychologische drempel overschreden om talloze onschuldige slachtoffers te maken.

Maar de discussies vertonen dezelfde structuur als toen. Ik heb mijn eigen artikel Denken en discussin over terreur, een verslag van het congres en een bespreking van alle congresbijdragen (Delikt en Delinkwent, 1977), er nog eens op na geslagen. Blaming the victim en blaming the system waren als argumenten niet van de lucht, maar de toenmalige weerlegging is nog even geldig als de huidige.

Willekeur en weerloosheid zijn de kenmerken van elke terreur, zowel van staatsterreur (die niet bij de grenzen van de staat op houdt) als van de terreur van verzetsgroepen. Het is de heerschappij van de angst die geschapen wordt door onmaat en grenzeloosheid. Grenzeloosheid nu letterlijk te nemen. De combinatie van willekeur en weerloosheid is het archetype van terreur, dat de particuliere terreurcommando's hebben overgenomen van de staatsterreur. Die twee versterken elkaar alleen maar.

Meestal worden in discussies over terreur sociale analyses ongemerkt gekoppeld aan vergaande morele conclusies of worden politieke tegenstanders moreel verantwoordelijk gesteld voor het grove kwaad dat terroristen aanbrengen (dat is precies de denkfout die Kader Abdolah maakte). Maar als je tegelijk tn twee zaken bent, moeten die toch maar niet op hoop gegooid worden.

Die verwarring moet voorkomen worden: er is nimmer een recht om willekeurige burgers te doden en uitsluitend de daders en hun medeplichtigen van dergelijke terreurdaden zijn moreel en strafrechtelijk hiervoor verantwoordelijk, niet hun familieleden of geloofsgenoten.

Ach, hoe ver zijn we al verwijderd van de moraal die de schrijver en Nobelprijswinnaar Albert Camus in zijn toneelstuk Les Justes (1949) tekende. Twee leden van een geheime verzetsgroep weigeren in 1905 een bom te gooien naar de onderdrukkende tsaar, alleen omdat er onverwachts twee onschuldige kinderen in de koets van de tsaar meereden. Felle, lange en nachtelijke discussies tussen de leden van de terreurgroep volgden met als hoofdargument: 'Zelfs in de verwoesting bestaat er een norm, is er een maat.'

De limietloosheid, het zich niets aan trekken van welke grens dan ook, is zo kenmerkend voor de hedendaagse terreur. Dat ondermijnt steeds verder de moraal van een ieder, vriend en vijand, omdat de bestrijding ervan ook alle grenzen te buiten gaat. Het moderne terrorisme heeft de doodstraf weer populair gemaakt. Daarin ligt zijn nihilistische aspiratie. Bij terreur zijn er slechts twee partijen: die van de humaniteit en van de anti-humaniteit. De scheidslijn daartussen loopt niet langs lijnen van politiek, geloof of godsdienst, noch langs huidskleur of etniciteit. Het is de uiterst dunne lijn van innerlijke beschaving.

Meer over