DIRK SCHERINGA

Entrepreneur DIRK SCHERINGA (57) volgde vele avondstudies en struinde talloze congressen af. En werd groot, heel groot, in kredietverlening. Het leverde hem rijkdom op, respect en inzicht....

tekst STEFFIE KOUTERS;fotografie RENÉ KRAMERS

Wat voor hand gaf u me net, bij binnenkomst? ‘Ik gaf u een normale, stevige, rechte hand.’ Ik hoorde dat u heeft gestudeerd op het geven van handen. ‘Je kunt bepaalde typen mensen onderscheiden aan de manier waarop ze je de hand schudden. Let maar eens op: als iemand u zó een hand geeft, met de rug naar boven en de palm naar beneden, isie honderd procent dominant. Houdt hij de palm omhoog, dan zegt dat ook van alles over de persoonlijkheid – een beetje timide.’

Wat zegt de manier waarop u een hand geeft over u? ‘Dat ik normaal met anderen kan omgaan.’

Waarom bent u zo geïnteresseerd in psychologie? ‘Ik heb vroeger veel congressen over leidinggeven en psychologie bijgewoond, met de beste goeroes ter wereld. Zo heb ik mezelf ontwikkeld, daar heb ik mensenkennis opgedaan. Hoe je mensen kunt beoordelen, hoe je ze moet inschatten. Of ze een bod wel of niet interessant vinden, als je een bedrijf wilt overnemen.’

Hoe zie je dat dan? ‘Dat is helemaal geheim.’

U kunt toch wel íéts zeggen? ‘Je kunt het aflezen aan de body language.’

Dat is toch niet zo ingewikkeld? Je ziet of iemand rechtop zit, alert reageert* ‘Nee, het zijn andere signalen. Kleine dingetjes. Hoe ik een zaak tot stand breng, zit ’m in honderd kleine dingetjes. Die ik dus niet kan verklappen. Dan weet iedereen het.’

***

Klaas Wilting, zijn woordvoerder, schiet in de lach.

Dirk Scheringa lacht ook, zacht.

De zon trekt strepen op het wijnrode tapijt in de werkkamer van de nummer 31 van de Quote 500, kaasmakerszoon Dirk Scheringa. Eigenaar van de DSB Bank, van voetbalclub AZ én van een eigen, naar hem vernoemd museum, met de grootste collectie Carel Willinks ter wereld.

Zijn bekendste werknemers: trainer Louis van Gaal en oud-minister Gerrit Zalm. En Klaas Wilting natuurlijk, het fameuze voormalige hoofd voorlichting van de Amsterdamse politie.

Het begrip ‘kan niet’, kent Dirk Scheringa niet, vertelde uw museumdirectrice. Meteen: ‘‘Kan niet’ bestaat niet.’

Scheringa zit aan de kop van de lange art deco-achtige vergadertafel, van rozenhout of kersenhout, daar wil hij vanaf zijn. Een tafel met een rooiige, warme gloed. ‘Warm, daar hou ik van.’ Zachtgeel en zalmroze, afgewisseld met een vleugje wijnrood, dat zijn de kleuren van het DSB-hoofdkantoor in het West-Friese Wognum. Geborgenheid: zo willen de mensen het.

Bij de inrichting voor het nieuwe AZ-stadion was u niet zo tevreden over de binnenhuisarchitecten die u aanvankelijk had benaderd, hè? ‘Ja. Die werkten met kouwe materialen, niks voor mij. En ze kwamen met ontzettend dure voorstellen. Niet goed. Ik zeg: ‘We stoppen ermee.’ Keep it simple.’

Want u ben geen man die de dingen van tien kanten bekijkt. ‘Je moet het simpel houden. Be practical, wees praktisch, en think big, denk groot. Dus ik zeg tegen dat bouwteam: ‘Het AZ-stadion wordt hetzelfde ingericht als het DSB-hoofdkantoor. Weten we meteen welke tegeltjes we nodig hebben, wat voor vloeren er moeten komen, in welke kleuren we het gaan doen.’ Ben je gelijk klaar! Het bespaart een tíjd! Plus: het is goed.’

En de spelers zaten ineens in zalmroze kleedkamers? ‘Die zeiden in het begin wel: wat voor kleuren zijn dit, hè. Maar je hebt ook clubs, met, ik noem maar iets, van die harde rood-witte tegeltjes op de toiletten. Als je daar naar het toilet gaat, denk je na dertig seconden: ik wil hier weg.’

Ajax? ‘Ik noem geen namen. Maar ik vind: je moet je behaaglijk voelen. Bij AZ werken nog honderden anderen. Voor hen moet het ook prettig zijn. Spelers zitten meestal op het veld; die trainen in groene weilandjes.’

Hij antwoordt kalm, op telkens dezelfde zachte, innemende toon – op een manier die maakt dat je een van de grootste zakenmannen van Nederland gemakkelijk zou kunnen onderschatten.

Deze maand is Dirk Scheringa dertig jaar ‘zelfstandig ondernemer’, na een vijfjarige carrière als politieman in Spanbroek, nog steeds zijn woonplaats. De agent zag in één keer de betrekkelijkheid van het leven in toen hij arriveerde bij een auto-ongeluk. Twee hysterische kinderen achter in de auto, de moeder dood naast de auto, de zwaargewonde vader achter het stuur.

‘Ik heb nog even met hem kunnen praten. Totdat hij stierf. Die avond heb ik een flinke borrel genomen. Daarna zei ik tegen mijn vrouw: ‘Nu ga ik voor mezelf beginnen. Ik ga gewoon belastingformulieren invullen voor weinig, en een eigen bedrijfje beginnen.’

Scheringa besluit te gaan bemiddelen in consumentenkredieten. Vanaf dat moment groeit hij snel – onnavolgbaar snel.

Van volksjongen tot miljardair, mag ik het zo zeggen? ‘Ik heb het niet op de bank, hoor.’

Hoeveel heeft u nu eigenlijk? ‘Dat is heel betrekkelijk. Het zit in je bedrijf.’

Maar hoeveel is dat? Hij kijkt even opzij, naar Klaas Wilting. Die heeft een waarschuwende blik in zijn ogen. ‘Strategisch moet ik dan zeggen: ‘Dat is een substantieel bedrag.’ Maar dat is* Ik denk dat het bedrijf zeker anderhalf miljard waard is.’

Een formidabele prestatie voor een man die in de tweede klas van de mulo af moest. ‘Ja, want ik was slecht in talen. Voor rekenen had ik een 9, dus de leraar zei dat ik het best naar de detailhandelschool kon, in Leeuwarden. Maar dat kostte 50 gulden aan reiskosten per week. Konden mijn ouders niet betalen.’

Is de armoede uit uw jeugd een drijfveer geweest om later zo veel geld te gaan verdienen? Zonder aarzeling: ‘Geld is onbelangrijk. Geld is niks.’

Dat meent u niet. ‘Geld maakt niet gelukkig. Geluk moet je uit andere dingen halen. ‘Ze zeggen: je moet eerst van jezelf houden, voordat je van iemand anders kunt houden. Zo is het. Je moet blij zijn met wie je bent en hoe je eruitziet.’

Waarom gaat u dan door met almaar meer geld verdienen? ‘Ik vind het heerlijk, hè, om te werken. En ik wil graag winnen. Dat zit in je. Sommigen hebben dat, en sommigen niet.’

Op de politieschool had u bij de vechttraining een 6 voor techniek, maar een 10 voor inzet. ‘Ik was zó fanatiek. Ben ik nog. Ik weet nog dat in het eerste politieverslag stond: loopt wat houterig, maar beweegt voldoende snel. Nou, da’s ook mooi, dacht ik. Wat bleek? Ik liep misschien houterig, maar was wel de snelste van de klas. Zoek het uit, dacht ik. ‘Nog steeds hebben mijn veiligheidsmensen moeite me bij te houden wanneer ik gewoon wandel. Ik loop altijd heel hard. Ik schakel ook razendsnel. Honderden beslissingen per dag, allemaal gemaakt in een split second. Om bang van te worden. Ik hoef nergens lang over na te denken. Ik weet wat ik wil, ik weet waar ik naartoe wil en ik overzie meteen of het betaalbaar is.’

Als alles zo snel gaat, sta je dan ook nog wel ergens echt bij stil? ‘Ja hoor. Ik blijf altijd wel rustig en nuchter. Ik ben op een hoogtepunt niet hosannablij en van een dieptepunt word ik niet heel triest.’

Een stabiele persoonlijkheid? ‘In mijn diensttijd werden jongens met psychische problemen afgekeurd op S-5. Ik had S-1. Stabieler kan niet.’

Kunsthandelaar Loek Brons zei over u: ‘Je zult hem niet snel op een explosie van gevoel betrappen.’ ‘Nou, ik ben niet gevoelloos of zo, hoor. Ik ben een warme persoonlijkheid. Ook heel emotioneel.’

Wat emotioneert u? ‘Vorig jaar ben ik met mijn kinderen naar Krakow geweest, naar Auschwitz, naar Birkenau. Daar hebben we de gaskamers bekeken. Dat was wel heftig.’

Dat emotioneert iedereen. ‘Als ik een film zie met een gevoelige scène, kan me dat raken. Of als het volkslied wordt gespeeld, na een bijzondere sportprestatie. Zo’n emotioneel moment heb ik niet elke dag, maar toch wel een paar keer per maand.’

Vindt u het erg als AZ verliest? ‘Nou, dat vind ik niet leuk.’

Geen man van grote woorden, hè? Klaas Wilting: ‘Dirk, je hebt er gewoon de pest in, als ze verloren hebben, haha.’ Scheringa: ‘Ik vind het niet leuk, want ik hou van winnen. Ik ben dan eh... een dag chagrijnig. Maar goed, de dag daarna ben ik het alweer vergeten.’

U bent zelf zo kalm; wat vindt u ervan als Louis van Gaal zich zo druk maakt tegen de pers? ‘Ik denk weleens: poehoe, dit is niet goed voor je eigen gemoedsrust. Maar de manier waarop hij het kan brengen, is fantastisch. Hij meent het ook. Hij is daar zo authentiek in. Dat moet je niet willen veranderen. Dat moet je zo houden. Dat levert toptelevisie op. Topamusement.’

Een half jaar geleden haalde Dirk Scheringa Gerrit Zalm binnen. Tot verrassing van vriend en vijand. Uitgerekend Zalm, die tijdens zijn ministerschap meermalen kritiek uitte op de manier waarop de kredietbedrijven van Scheringa (Frisia, Becam, Postkrediet) Nederlanders een lening probeerden te slijten. ‘Misleidend’, noemde hij sommige opdringerige reclamespotjes, in 2005.

Heeft u weleens spijt gehad van die spotjes? ‘Ik heb nooit spijt van de dingen die ik heb gedaan, ik heb hooguit spijt van de dingen die ik niet heb gedaan. Soms kan iets verkeerd uitpakken. Op een gegeven moment zonden we acht maanden hetzelfde spotje uit. Zei iedereen: ‘Goh, daar heb je die reclame weer.’ Hetzelfde effect als met dat spotje over teennagelschimmel. Ken je dat? Brrrr.’

Wilting: ‘Met dat beestje. Hûh!’

Scheringa: ‘Dan is niet het product vervelend, maar de manier waarop er reclame wordt gemaakt. Dat heb ik ervan geleerd.’ U denkt nooit: ik heb mensen een lening aangepraat die ze eigenlijk niet konden betalen? ‘Nee. Het zou per ongeluk kunnen zijn gebeurd, maar het is nooit de intentie geweest.’

Een collega van me die voor een boekje over schuldenproblematiek een offerte bij een van uw kredietinstellingen aanvroeg, werd nog maanden achtervolgd door wekelijkse telefoontjes. Voorzichtig:

‘Jaja, ze belden misschien wel heel fel: ‘Wilt u alstublieft klant worden.’’ Hij grapt: ‘Goede verkooptechniek.’ Dan: ‘Maar het is niet standaard. Zo werf je geen klanten.’

U kreeg het imago van de volksjongen die zijn geld verdiende over de rug van datzelfde volk.

Zacht, vriendelijk: ‘En dat is niet terecht. Want wij rekenen 6,7 procent over een doorlopend krediet. Andere banken vragen 3 procent meer. Daar hoor je nooit iemand over, hè?

‘Maar dat imago was toen. Dat is nu over. Daar heeft Klaas mede voor gezorgd. We hebben interviews gegeven over hoe het werkelijk zit, we hebben rondleidingen in het bedrijf verzorgd, we hebben Kamerleden uitgenodigd. Toen ging het draaien.’

Het binnenhalen van Zalm* ‘Was enorm goed. Ik heb wel honderd mailtjes gehad, zo van: meesterzet!’

Had u niet een gevoel van triomf tegenover de grootbankiers: ík heb ’m toch maar mooi binnen? Hij kijkt naar Klaas Wilting. Dan, snel: ‘Toch wel een klein beetje, ja.’

Hoe is het u gelukt? ‘Ik denk door mijn persoonlijke aanpak. En mijn slagvaardigheid, hè.’

Scheringa kwam de minister vorig jaar voor het eerst tegen. De bankier presenteerde in samenwerking met het Leger des Heils een plan om de schulden van Nederlanders grondiger te registreren, om zo te voorkomen dat ze te hoge leningen aangaan. Goed voor het imago van het bedrijf van Scheringa. Het ‘klikte prima’ tussen de twee no-nonsensemannen.

‘Ik had een bal van AZ meegenomen en een boek van het museum, vond-ie heel mooi. Later kwamen we elkaar tegen bij een radio-uitzending. Werd er aan Gerrit gevraagd: ‘Zou u geen commissaris willen worden bij de DSB Bank?’ Ik zeg, gewoon uit hartelijkheid: ‘Hij zou ook in de raad van bestuur niet misstaan.’

Begin dit jaar ontmoette hij de West-Fries Zalm weer, bij de onthulling van een beeld voor Duisenberg in Heerenveen. ‘En Gerrit, heb je al iets?’, vroegen de genodigden in het groepje dat met Zalm stond te praten. ‘Wel honderd aanbiedingen’, zei de minister, ‘maar ik wil alles nog eens rustig overdenken.’

‘Nou, en op een gegeven moment belde hij mij: ‘Dirk, ik wil met je praten.’ Ik zeg: ‘Graag.’ Hij kwam langs en binnen een uur waren we eruit. Geweldig.’

Zalm belde zélf? ‘Ja.’

Wat dacht u toen? Vrolijk: ‘Terecht, natuurlijk.’

Maakt het u weleens onzeker dat u inmiddels bent terechtgekomen in de wereld van de universitair geschoolden? ‘Ik ben nooit onzeker, hè. Ben ’k nooit. Echt helemaal nooit.

‘Ik zie ook nooit problemen. Ik zie alleen maar kansen. Ik ben altijd optimistisch. Als een werknemer hier binnenstapt met een probleem, zeg ik: ‘Dat is geen probleem. Da’s een kans!’ Dan geef ik ’m tien oplossingen. Die bedenk ik zo ineens, hup. En dan gaat die werknemer blij de deur uit.’

U heeft het allemaal zelf moeten doen, waar anderen van huis uit een goede opleiding meekregen. ‘Ik heb het weleens jammer gevonden. Op mijn 36ste was ik nog met avondstudies bezig. Maar: ik heb wel leren knokken. Ik heb mijn best moeten doen. Wie niet zoveel tegengas krijgt, bereikt ook minder. Je moet weerstand krijgen om beter te worden.’

En nu heeft u de erkenning. ‘Heel erg, ja. Da’s mooi. Ik krijg veel respect. Maar je moet altijd normaal gedrag blijven vertonen.’

Hoe kijkt uw vrouw ertegenaan, zoals het allemaal is gegaan?

‘Onbegrijpelijk vindt ze het. We hebben elkaar ontmoet toen we 17 waren. Zij was leerlingziekenverzorgster, ik was leerling-handzetter. En we hadden nul euro.’

Is het voor haar allemaal nog te volgen? ‘Niet te volgen. Maar zij heeft een groot talent. Ze heeft een 10 op haar EQ, op haar emotionele intelligentie. Mijn zoons van 20 en 24 hebben dat ook. Daardoor slaat ze zich er redelijk doorheen, zou je kunnen zeggen.’

Zijn uw zoons wel eens in opstand gekomen tegen u, de vader die zo veel kan? ‘Nee. Kijk, mijn vrouw komt uit een kluwengezin. Een hecht gezin waarin alles werd besproken. Het probleem van de een was daar meteen het probleem van iedereen. Bij mij thuis was het meer los zand; de gezinsleden moesten meer voor zichzelf zorgen.

‘In ons gezin hebben we het hart op de tong. Ben je boos, dan zeg je dat, bam, dan zijn we even fel en tien minuten later is het voorbij. Zijn we weer gewoon aardig tegen elkaar.’

Ze hebben niet het gevoel dat ze tegen u moeten opboksen? ‘Daar hebben we het nooit zo over. Misschien komt dat later.’

Zou een van de twee in staat zijn u op te volgen? Stellig: ‘Nee nee nee. Kijk: ik ben van net na de oorlog, zeg maar. Ik heb geleerd te overleven. Mijn vader zei: ‘Doe maar voor 20 gulden benzine.’ Tegenwoordig zeg je: ‘Gooi de tank maar vol.’ Heel andere tijd. Bovendien: ik ben in mijn eentje begonnen. Nu lopen hier tientallen mensen rond met twee of drie titels, de besten op hun vakgebied. Dat kun je die kinderen niet aandoen.’

Waarom niet? ‘Ze moeten gelukkig worden. Ik woonde ooit een congres bij over kinderen die het bedrijf van hun ouders moesten overnemen. Doodongelukkig waren ze. Dat was een spiegel.’

U zegt altijd dat u niet bent veranderd door het succes. Dat geloof ik niet. Hij laat zijn handen zien: ‘Kijk, ik heb geen ringen, ik heb een gewoon horloge, gewone schoenen*’

U blijft zuinig? ‘Ja. Je moet niet alles uitgeven. Ik klaverjas al dertig jaar met dezelfde drie man. En die zeggen dat ik niks veranderd ben. Helemaal niks.’

U heeft intussen zo veel verschillende mensen ontmoet, de halve wereld gezien. Dat moet een mens veranderen. ‘Het gaat allemaal automatisch, lijkt het wel. Ben ik op de kunstbeurs in Basel, komt Willem-Alexander naar me toe. Even later schuift Máxima aan. Hebben we een hartelijk gesprek over kunst. Zo sta je met Balkenende in de Ridderzaal en die zegt: ‘Ik wil binnenkort eens langskomen, om te brainstormen.’ Dat zijn wel bijzondere dingen. Maar zodra ik thuiskom, trek ik gelijk mijn spijkerbroek aan. Dan ga ik het land in, naar mijn schapen toe. Die geef ik dan brokjes.’

Waarom schapen? ‘Lieve dieren. Ik heb er honderd. De Scottish Black Face, met van die zwarte koppen, en hoorns. Mooie stoere schapen. En ik heb bruine Texelaars. Die komen altijd naar je toe. Echte knuffelschapen. En Ukkie is er nog, een potlam. Ukkie loopt altijd als een hondje achter ons aan. Die hebben we de fles gegeven toen-ie klein was.’ Wilting: ‘We hebben er weleens discussie over. Volgens mij is Dirk ook weinig veranderd. Alleen: de buitenwereld kijkt anders tegen hem aan. Dat is de verandering, Dirk.’ Scheringa: ‘Heb ik geen last van.’

Gaat u weleens naar party’s, van bekende Nederlanders? ‘Liever niet. Naar 98 procent ga ik niet. Ik schaats twee keer per week, hè. Je moet ook gezond blijven. Ik heb mijn leven efficiënt ingedeeld, om de dingen te kunnen blijven doen die ik belangrijk vind. Dat zijn mijn gezin, mijn vrienden en mijn sport. Als je mijn agenda’s van de afgelopen 25 jaar nakijkt, zie je steeds hetzelfde schema. Ik wil thuis warm eten.’

Eigenlijk bent u dus een beetje een saaie man. ‘Nououou...’ Uitbundige lach. ‘Ik doe alles met passie, hè, kijk uit.’

U bent al die tijd bij dezelfde vrouw gebleven. Ik denk niet dat veel mannen in uw positie dat kunnen nazeggen. ‘Meen je dat?’

U kent het fenomeen wel: rijke mannen met een 25 jaar jongere vrouw. ‘Ja, dat is wel aantrekkelijk. Maar mijn vrouw en ik hebben zo’n band en gevoel met elkaar. Wij zijn een soort kluwen geworden, hè. Als je dat doorbreekt, gooi je heel veel weg.’

Uit de mobiel van Klaas Wilting klinkt een bromgeluid. Een waarschuwing: Scheringa moet naar zijn museum, het Scheringa Museum voor Realisme.

U bent de enige Nederlandse voorzitter en eigenaar van een voetbalclub, u heeft een eigen museum, u heeft een eigen bank; waar ligt voor u de grens? ‘Er zijn geen grenzen. Ik leg mezelf geen grens op.’

Wat wilt u nog meer? ‘Het kan best zijn dat de DSB Bank in de komende tien jaar twee keer zo groot wordt. Of drie keer. Hij kan ook vertienvoudigen. Ik sluit het niet uit. Het hoeft niet, het mág. Ik ga mezelf niet met allemaal druk en stress opzadelen om dat te bereiken. Maar heel vaak, heb ik in mijn leven meegemaakt, gebeurt het dan tóch.’

En dus is de bank over tien jaar waarschijnlijk tien keer zo groot? ‘En dus is de bank over tien jaar waarschijnlijk tien keer zo groot.

Meer over