Interview

Directeur Voedselprogramma: ‘Deze oorlog had niet op een slechter moment kunnen komen, en niet op een slechtere plaats’

De oorlog tussen Rusland en Oekraïne geeft wereldwijd mensen die al op het randje van de honger balanceren het ‘definitieve zetje’.

Jarl van der Ploeg
Graanoogst in de buurt van de Oekraïense stad Charkiv, juli 2017. Dit jaar zal oogsten door de Russische invasie aanzienlijk moeilijker zijn. Ook de omvang van de oogst loopt gevaar.  Beeld NurPhoto via Getty
Graanoogst in de buurt van de Oekraïense stad Charkiv, juli 2017. Dit jaar zal oogsten door de Russische invasie aanzienlijk moeilijker zijn. Ook de omvang van de oogst loopt gevaar.Beeld NurPhoto via Getty

Arif Husain, de economisch directeur van het Wereldvoedselprogramma (WFP), heeft een duidelijke boodschap voor mensen die denken dat de oorlog in Oekraïne niet hun probleem is. Die boodschap luidt: ‘Het is wel degelijk uw probleem.’

Het WFP, de organisatie waaraan in 2020 de Nobelprijs voor de Vrede werd toegekend, is het onderdeel van de Verenigde Naties dat dagelijks ongeveer 125 miljoen van de armste mensen ter wereld van voedsel voorziet. En juist op voedselgebied, zegt Husain, zijn er weinig landen denkbaar waartussen een oorlog desastreuzer zou uitpakken dan een oorlog tussen Rusland en Oekraïne. Samen zijn die twee landen namelijk goed voor ongeveer 30 procent van de wereldwijde tarwe-export (een basisingrediënt voor brood), 32 procent van de totale gerstuitvoer (een belangrijke bron voor veevoer), 17 procent van alle maïsuitvoer en ongeveer 75 procent van alle zonnebloemolie. In totaal zijn zeker 12 procent van alle verhandelde calorieën ter de wereld afkomstig uit het Zwarte Zeegebied.

Of specifieker: waren afkomstig, want sinds de Russische invasie begon, exporteren de landen nauwelijks meer voedingsstoffen.

Voedselprijzen waren al hoog vóór de invasie

De gevolgen voor de rest van de wereld zijn gigantisch, zegt Husain. Sinds het begin van de invasie steeg de prijs van tarwe met ruim 20 procent, die van gerst met ongeveer eenderde en de prijs van kunstmest, waarvan Rusland ook de grootste exporteur ter wereld is, met bijna 40 procent. Dat zal op termijn ook gevolgen hebben voor de maïs- en sojaprijzen, omdat die twee gewassen vooral groeien dankzij kunstmest. Sojabonen worden op hun beurt weer gebruikt voor veevoer, waardoor op termijn ook de vleesprijzen zullen stijgen, enzovoorts.

Economisch directeur van het Wereldvoedselprogramma Arif Husain in september 2017 met toenmalig minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking Lilianne Ploumen in New York.  Beeld Noam Galai / Getty Images
Economisch directeur van het Wereldvoedselprogramma Arif Husain in september 2017 met toenmalig minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking Lilianne Ploumen in New York.Beeld Noam Galai / Getty Images

‘Maar wat het grote verschil met eerdere crises is, is dat de voedselprijzen ditmaal al vóór de oorlog uitbrak de hoogste waren in tien jaar tijd’, zegt Husain. ‘Net zoals de brandstofprijzen op het hoogste niveau in 7 jaar stonden, veel delen van de wereld te kampen hadden met gigantische inflatiecijfers en er net miljoenen inkomens waren weggevallen door de coronapandemie. En al voor de oorlog in Oekraïne uitbrak, waren daardoor de aantallen mensen die honger leden historisch hoog. Deze oorlog had, met andere woorden, niet op een slechter moment kunnen komen.’

Voor tientallen miljoenen mensen die wereldwijd op het randje van de honger balanceren, betekent de Russische invasie daarom het definitieve zetje, zegt Husain. ‘Kijk alleen al naar mijn eigen organisatie. Sinds december 2019 zijn onze kosten met 44 procent gestegen, wat betekent dat we met dezelfde middelen bijna vier miljoen mensen per dag minder kunnen voeden, terwijl er tegelijkertijd miljoenen mensen met honger bij zijn gekomen.’

Zo waarschuwde Oxfam Novib afgelopen woensdag dat alleen al in Oost-Afrika 28 miljoen mensen op korte termijn te maken zullen hebben met ernstige honger, mede doordat Ethiopië, Kenia en Somalië nu al kampen met de ergste droogte in 40 jaar – landen die bovendien voor meer dan 90 procent van hun tarwe-import afhankelijk zijn van Rusland en Oekraïne. Ook Human Rights Watch luidde deze week de noodklok, onder meer omdat de oorlog in Oekraïne de al bestaande hongersnoden in Jemen, Syrië, Libië, Ethiopië, Afghanistan en Zuid-Soedan beduidend zal verergeren.

Voedselcrisis: meer vluchtelingen

In 2007 and 2008 leidde voedselschaarste tot rellen in meer dan veertig landen. ‘Vergeet niet dat de Arabische lente in 2011 begon met één man in Tunesië die zichzelf in brand stak omdat hij zijn kosten niet meer kon dragen. De ingrediënten voor iets soortgelijks zijn nu in veel landen aanwezig. De kans is groot dat er op korte termijn instabiele regeringen zullen omvallen en nieuwe vluchtelingenstromen op gang komen.

‘Daarom zullen de gevolgen van de huidige voedselcrisis voor het westen niet alleen duurder brood zijn. Nee, de werkelijke kosten zullen veel hoger liggen. Alleen Duitsland al heeft 125 miljard euro uitgegeven vanwege de migratiestroom die na de oorlog in Syrië op gang kwam.’

We moeten daarom genereus blijven geven om de honger in de wereld tot een minimum te beperken, zegt Husain, en ons tegelijkertijd realiseren dat de wereld qua voedsel veel te afhankelijk is geworden van een klein groepje landen. Drie landen bezitten momenteel 68 procent van alle tarwevoorraden. Twee landen hebben 82 procent van alle maïsvoorraden in handen. En slechts vier landen bezitten 93 procent van de voorraden aan sojabonen.

‘Geen enkele belegger zou zijn risico zo slecht spreiden, maar als het over ons voedsel gaat, vinden we het normaal.’

Ook pleit Husain voor meer transparantie over de totstandkoming van voedselprijzen op de financiële markten om minder afhankelijk te worden van speculanten. Al een paar dagen na de Russische inval lagen de voedselprijzen op bepaalde financiële markten al 50 procent hoger, terwijl er op dat moment qua aanbod nog niets veranderd was.

Gevulde graanbuffers

Handelaars gaan er onder meer vanuit dat ook de volgende Oekraïense oogst gedoemd is om te mislukken, omdat een aanzienlijk deel van het landbouwareaal inmiddels oorlogsgebied en veel boeren zijn of hun land ontvlucht of vechten aan het front.

Uit een rapport van de Wageningen Universiteit blijkt echter dat er de komende zes maanden geen tekort aan voedsel zal zijn in de wereld. De oogsten waren vorig jaar prima, de mondiale graanbuffers zijn adequaat, het grote probleem is vooral de prijs, die zo is opgelopen dat regeringen van arme landen hem nu al niet meer kunnen betalen.

‘Je kunt daarom niet zeggen dat de huidige voedselprijzen het gevolg zijn van pure pech, omdat de klimaatcrisis toevallig samenvalt met een pandemie en een mogelijke derde wereldoorlog’, zegt Husain. ‘Je kunt alleen zeggen dat er iets structureel mis is met ons voedselsysteem en we de signalen daarover veel te lang hebben genegeerd. Daarom is het zo belangrijk dat we ditmaal echt handelen. Als we onze problemen nu niet aanpakken, zal het in de toekomst nog veel erger worden. En niet alleen in arme landen, maar overal. Ook bij u.’