Dingetjes

Hotelzeepjes, aanstekers, kurkentrekkers, erotische ex-libris, suikerzakjes, luciferboekjes: niet is zo gek of gewoon of iemand verzamelt ze. Vormgever Anthon Beeke vangt ze nu in een serie kalenders....

Door Pablo Cabenda

Als Gerrit Hoekstra, een goede vriend van Anthon Beeke, even komt langswippen bij de studio van de grafische vormgever, ontrolt zich binnen enkele seconden een eeuwenoud ritueel. Vraag en aanbod wisselen elkaar snel af , hier wordt ouderwets geruild.

Want verzamelaar Hoekstra heeft thuis, naast de lades en kasten vol ditenmedat en zusenmezo, nog dozen vol stickers. Kan Beeke daar wat mee? Hm, Misschien, misschien.

En by the way, heeft Hoekstra nog iets aan potloden met gummetjes?

'Nou alleen als ze maagdelijk zijn.'

Beeke: 'O, ze moeten ongebruikt zijn?'

Hoekstra, als de expert tegenover de leek: 'Máágdelijk heet dat.'

Hoekstra is een van die alledaagse zonderlingen die een deel van hun energie wijden aan het bouwen van een hoogst particulier universum waar zij alleen de wetten en regels van kennen. Een verzamelaar. Of, zoals goede vriend Beeke hem noemt, een collection victim. Hoekstra verzamelt namelijk zo'n beetje alles dat los en vast zit, en daar horen ook de potloden met gummetjes bij.

Daarmee is Hoekstra met zijn collecties een gouden aanwinst voor Beekes nieuwe project. Beeke zal vijf jaar lang een kalender maken voor Flevodruk, die wordt uitgereikt aan relaties van de drukkerij en de vormgever. Vijf jaar lang een kalender voor elk seizoen, twintig in totaal, met als overkoepelende thema De Verzameling. Inmiddels zijn die van de lente en de zomer 2003 al uitgegeven. De zomerkalender is een indrukwekkend boekwerk in de vorm van een scheurkalender. Op elke dag prijkt een etnografische portretfoto van een Afrikaan uit het begin van de vorige eeuw. En in de voorjaarskalender vinden we de potloden terug. Daar staan ze op maandag 2 en dinsdag 3 juni: een grote familie van gelijksoortigen keurig in trots gelid met de gummikoppen tegen elkaar. Uitgestald om te worden bewonderd.

Net zoals de hotelzeepjes, met of zonder papiertje, de aanstekers, de kurkentrekkers, de schelpen en de visitekaartjes. In de categorie erotiek: de hoerenplaatjes uit Japan (13, 14, 15 juni) en de erotische ex libri (16 en 17 juni). In de categorie bizar: uitgeknepen tandpastatubes (24 tot en met 27 maart). En natuurlijk de onverwoestbare klassiekers: de bierviltjes, suikerzakjes en lucifersboekjes. Een overvloedige rijkdom aan dingetjes wier functie hun waarde ver overtreft.

Beeke: 'Ik wilde voor de allereerste, de voorjaarskalender 2003, een verzameling van spullen hebben die je eigenlijk zou moeten weggooien. Dingen die geen economische waarde hebben.' Vandaar ook de titel van de kalender Kill Your Darlings. Beeke: 'Zie het als een soort voorjaarsschoonmaak.'

Hij kan over verzamelen meepraten. Ook al heeft hij eerder de passieve inborst van de bewaarder dan de actieve van de verzamelaar - 'ik ben iemand die altijd suikerzakjes meeneemt om ze later te kunnen gebruiken' - hij heeft in de loop van zijn carrière onverhoopt toch genoeg bij elkaar gesprokkeld om als verzamelaar door het leven te kunnen gaan.

'Die verzamelwoede is vaak wel halfslachtig omdat de idee meespeelt hoe ik het in mijn vormgeving zou kunnen gebruiken.' Zijn grootste en, naar eigen zeggen, meest karakterloze verzameling is meer uit nut geboren dan uit een monomane vergaarwoede. Zijn darlings (eind maart) beslaan Klerenhangers.

Waarom kerenhangers? Omdat hij een boek wilde schrijven over de zin en onzin van zijn professie. 'Klerenhangers geven voor mij exact de overbodigheid aan van een heleboel vormgeving. Ga maar na, waarom bestaan er honderden verschillende soorten door professionals vormgegeven klerenhangers, terwijl je aan misschien vijf basisvormen zo'n beetje elke denkbaar stuk textiel kan ophangen?' Het boek is er nooit gekomen omdat 'de enige andere klerenhangersverzamelaar op de wereld' hem de pas afsneed. In 2002 gaf ene Daniel Rosensztroch het boekje Cintres/Hangers uit.

Maar Beekes verzameling werd gered van de vuilnisbak toen Flevodruk in Harderwijk hem vroeg een kalender te ontwerpen. 'En ik vond dat het iets met mij te maken moest hebben als ontwerper/verzamelaar.'

En, als je dat even doortrekt, met iedereen. Want volgens Beeke schuilt in ons allen een dwangmatige hebberd, een verzameldrang die is te herleiden tot de tijd waarin we nog jagers-verzamelaars waren. Volgens het Nationaal Verzamelaars Platform laat zo'n één op de tien Nederlanders de aloude driften de vrije loop in de vorm van een hobby. Maar de noten en de wilde bessen uit de oertijd zijn inmiddels Pokémonplaatjes, spinners en sigarenbandjes.

De verzamelaar wil bezitten, de verzamelaar wil ordenen, wil datgene dat hij heeft graag laten zien, en hij heeft een sterke behoefte zich te onderscheiden . Een verzameling verleent een status.

Beeke noemt de verzamelaars vertederend 'de Napoleons' die regeren over de sleutelhangers, 'de majesteiten' van de gedragen voetbalshirts. Maar het gaat hem niet om de status van de monomaan. 'Ik vind die fixatie op het detail zo fascinerend. En dat die de kijkrichting van de verzamelaar zo dwingend bepaalt en verdiept. Ik ken iemand die verzamelt verschillende soorten zandkorrels. . Drieduizend soorten korreltjes heeft hij, drieduizend!'

Dat het verzamelen door internet veel van zijn ouderwets charme heeft verloren, vindt hij jammer. Iemand surft makkelijker naar een website dan dat hij naar een rommelmarkt gaat. En die dame in Hong Kong die alle Waterman-vulpennen bezit in een gouden uitvoering: die verzamelt niet, maar koopt. 'Die pennen zijn gewoon gemaakt voor mensen met genoeg cash om ze aan te schaffen.'

Als het goed gebeurt, levert die gefixeerde blik, paradoxaal genoeg, op den duur eerder een weids uitzicht op. Juist door zijn postzegelverzameling wist Beeke precies waar Togo lag. 'Kennis die je vergaart door het ontwikkelen van verzamelingen, kan immens zijn. Klerenhangers zijn door hun positie als product tussen mode en industrieel design stille getuigen van de sociale geschiedenis, de evolutie van de kleding en de ontwikkeling van de industrialisatie.' Toen de Amsterdamse tattoo-koning Henk Schiffmacher de zomerkalender met die antieke portretten uit Donker Afrika zag, werd hij gek. 'Hij zei dat hij nog nooit zo'n unieke verzameling van rituele sacrificaties had gezien.' Uniek, maar waarschijnlijk niet volledig. En dat is mooi. Want er valt dan nog een hoop werk te doen.

Meer over