Analyse

Dilemma van Turkije: wel of niet meedoen tegen IS?

In Obama's beoogde 'coalition of the willing' in de strijd tegen de soennitische terreurbeweging Islamitische Staat (IS) is deelname van Turkije om verschillende redenen cruciaal. Maar het land twijfelt.

Irene de Zwaan
Een IS-strijder zwaait met een vlag van de beweging in een veroverd regeringsvliegtuig in het Syrische Raqqa. Beeld ap
Een IS-strijder zwaait met een vlag van de beweging in een veroverd regeringsvliegtuig in het Syrische Raqqa.Beeld ap

Een blik op de kaart verraadt meteen waarom de medewerking van Turkije van belang is: het land deelt een grens van 810 kilometer met Syrië en een 250-kilometer lange grens met Irak. Turkije biedt dus, simpel gezegd, toegang tot het territorium waar de jihadisten zo veel voet aan de grond hebben.

In theorie zou Ankara ook zijn moderne leger en luchtmacht, bestaande uit onder meer F16's, ter beschikking kunnen stellen. Evenals de strategisch gelegen Incirlik-luchtmachtbasis, op ongeveer 100 kilometer van de Syrische grens. Van daaruit zouden luchtaanvallen uitgevoerd kunnen worden. Ook zou de Turkse veiligheidsdienst een belangrijke rol kunnen spelen door nauwer samen te werken met westerse inlichtingendiensten.

Maar Turkije twijfelt. En daar heeft het land zo zijn redenen voor.

(Tekst loopt door onder de kaart)

De Turkse president Erdogan (links) schudt de hand van de Amerikaanse minister van Defensie, Chuck Hagel. Beeld afp
De Turkse president Erdogan (links) schudt de hand van de Amerikaanse minister van Defensie, Chuck Hagel.Beeld afp

Turks gijzeldrama
Allereerst brengt de Turkse medewerking aan de strijd tegen IS de 49 Turkse gegijzelden in Irak in gevaar. Deze groep, bestaande uit diplomaten met hun vrouwen en kinderen, zit al sinds juni vast. IS veroverde die maand de Noord-Iraakse stad Mosul en omsingelde het Turkse consulaat.

De Turkse media houden zich op verzoek van de regering op de achtergrond over deze ontvoeringszaak. Toch lekt er zo nu en dan wat informatie naar buiten. Volgens de grootste oppositiepartij CHP worden de gegijzelden in drie groepen vastgehouden, wat de mogelijkheid om ze te bevrijden bemoeilijkt. Na de onthoofdingsvideo's van de Amerikaanse journalisten James Foley en Steven Sotloff is de Turkse regering extra op zijn hoede. Elke 'verkeerde' stap kan de dood van de gegijzelden tot gevolg hebben.

Als Turkije openlijk uitkomt voor deelname aan Obama's 'coalition of the willing', dan zijn niet alleen de gegijzelden in gevaar. Ook het dreigingsniveau in het land zelf wordt aanzienlijk opgevoerd. De kans op represailles in het buurland is aanzienlijk groter dan in andere landen die meedoen aan de strijd. Bovendien bestaat het gevaar dat IS, na verjaging uit Irak en Syrië, zich opnieuw organiseert. In Turkije bijvoorbeeld.

Steun aan Assad en PKK?
Ook op politiek gebied ligt de Turkse deelname aan de internationale coalitie tegen IS gevoelig. Sinds het begin van de burgeroorlog in Syrië (2011) staan de Turken vooraan in hun steun aan de gematigde oppositie tegen de Syrische president Bashar al-Assad. Laatste is door de Turkse regering tot staatsvijand gebombardeerd. Premier Erdogan, zelf een soenniet, heeft er dus belang bij om de eveneens soennitische oppositie in het buurland te steunen.

De Turkse regering vreest dat als IS bestreden wordt, de regering van Assad steviger in het zadel komt. Het verjagen van de jihadisten is immers van groot belang voor de Syrische president, die al vanaf het begin van de burgeroorlog roept dat hij strijdt tegen terrorisme. Ook is Ankara terughoudend in het verlenen van militaire steun aan Koerdische- en sji'ietische strijdgroepen in Irak en Syrië. Turkije heeft sinds de jaren zeventig een vijandige verhouding met de Koerdische PKK, die jarenlang (ook militair) voor een eigen regio in het land heeft gestreden.

Turkije beschouwt de PKK, net als de VS, EU en de NAVO, als een terroristische organisatie. Nu de strijd tegen IS is losgebarsten, werken de Koerden in Turkije, Syrië en Irak nauwer samen dan voorheen. Ankara vreest dat een versterking van de Koerdische troepen in het strijdgebied uiteindelijk tegen zich gaat werken; het vergroot indirect de slagkracht van de PKK in Turkije.

IS-strijders in de Iraakse provincie Anbar. Beeld ap
IS-strijders in de Iraakse provincie Anbar.Beeld ap
Vrachtwagens passeren de grens tussen Syrië en Turkije. Op deze manier wordt veel olie uit IS-gebieden de grens over gesmokkeld. Beeld reuters
Vrachtwagens passeren de grens tussen Syrië en Turkije. Op deze manier wordt veel olie uit IS-gebieden de grens over gesmokkeld.Beeld reuters

Oversteek wapens en strijders
De opkomst van IS heeft voor de Turkse regering nooit prioriteit gehad. Dat levert Erdogan nu internationaal veel kritiek op. Er klinken geluiden dat hij oogluikend heeft toegestaan dat IS tot een succesfactor is uitgegroeid, niet in de laatste plaats door jihadisten en wapens vanuit zijn land doorgang te bieden tot het 'islamitische kalifaat'. De Turkse regering verdedigt zich door te stellen dat het voor een land met 30 miljoen toeristen per jaar onmogelijk is om te weten wie er naar de oorlog afreist. Vaak reizen IS-strijders legaal naar Turkije, met EU-paspoorten.

De laatste maanden is de controle aan de grens opgevoerd. Naar verluidt werden aan het begin van dit jaar 1000 vermoedelijke jihadisten aan de grens tegengehouden. Zes maanden later waren dit er 5300.

Maar niet alleen wapens en strijders passeren de grens: ook olie en dieselbrandstof worden vanuit door IS gecontroleerde gebieden naar Turkije gesmokkeld, verborgen in vrachtwagens en plastic vaten. Het Turkse leger maakte bekend dat het in twee weken tijd meer dan 15 ton diesel vanuit Syrië heeft geconfisqueerd. De brandstoftransporten leveren de terreurorganisatie, volgens verschillende mediarapporten, rondom de 11,5 miljoen euro per maand op.

'Achter de schermen'
Obama en Erdogan hebben elkaar op de NAVO-top, die vorige week in Wales plaatsvond, onder vier ogen gesproken. Dat gebeurde in het geheim, maar via CNN Türk lekte er wat info naar buiten. Daaruit bleek dat Ankara weinig enthousiasme had getoond voor deelname aan de internationale coalitie tegen IS.

De Turkse krant Cumhuriyet schreef dat Erdogan en Obama overeen zijn gekomen dat de Turkse hulp 'achter de schermen' moet plaatsvinden. In stilte dus.

Maandag reisde de Amerikaanse minister van Defensie, Chuck Hagel, naar Ankara om verdere details met Erdogan te bespreken. Hagel noemde Turkije 'een essentiële partner' in de strijd tegen de jihadisten. Media berichten dat Erdogan geen concrete beloften heeft gedaan, maar dat er wel aanwijzingen zijn dat de strategische Incirlik-luchtmachtbasis ter beschikking wordt gesteld voor ongewapende verkenningsvluchten. Gevechtsmissies vanuit Turkije zijn tot nu toe uitgesloten.

Na afloop van de gesprekken met Erdogan zei Hagel: 'Elk land heeft zijn eigen beperkingen, zijn eigen politieke dimensies. We hebben deze te respecteren.'

Hagel (links) tijdens zijn ontmoeting met Erdogan. Beeld afp
Hagel (links) tijdens zijn ontmoeting met Erdogan.Beeld afp
Meer over