DIKKER DAN OOIT

De strijd tegen de kilo's is een hot item – Nederland is dikker dan ooit. Met ingang van dit schooljaar gaan artsen en verpleegkundigen kinderen in het hele land screenen op overgewicht....

Het einde van de zomer is een tijd van afslanken. De gevolgen van vakantiebier en-souvlaki bungelen hatelijk over de broekrand, de kinpartij begint er bedenkelijk uit te zien. Het regime van 'opletten' kan weer beginnen. In december wordt een nieuwe vetgolf gekweekt, waarop de cyclus opnieuw een aanvang neemt. Miljoenen Nederlanders zijn op deze manier met hun gewicht bezig .

'Vrijwel iedereen let tegenwoordig op zijn gewicht', zegt Jaap Seidell, hoogleraar voeding aan de Vrije Universiteit. 'Maar het aantal mensen dat echt aan de lijn doet, varieert erg per bevolkingsgroep. Onder lager opgeleide mannen van middelbare leeftijd ligt het rond de 5 procent. Maar onder jonge meisjes rond de 70 procent.'

Volgens de Amerikaanse historicus Hillel Schwartz is de westerse mens verstrikt geraakt in zijn eigen verlangens. 'Aan de ene kant willen we meer van alles, aan de andere kant wantrouwen we de overvloed', schrijft hij in Never Satisfied, a cultural history of diets, fantasies and fat. We willen lekker eten, drinken, maar ook een slank lichaam. We willen ten volle genieten, maar zijn doodsbang dat het einde zoek is als we onze zelfbeheersing verliezen.

Die spanning is allerminst nieuw. In de Middeleeuwen droomde men al van 'het land van Cocagne', ook wel 'luyleckerland' genoemd: meren van verse boter, bomen van ravioli, wolken van gebraden parelhoen. Anderzijds was vraatzucht een van de zeven hoofdzonden. In middeleeuwse toneelstukken eindigen veelvraten in de hel, waar de sauzen gekruid zijn met zwavel en zij door duivels worden volgepropt met padden uit stinkende rivieren.

Aan het begin van de 21ste eeuw is die spanning wel groter dan ooit. Het aanbod aan voedsel was nog nooit zo overvloedig, het ideaal van een slank lichaam nog nooit zo dwingend.

In de 19de eeuw was vraatzucht voor de meeste mensen slechts een theoretische mogelijkheid. Ook in Nederland werd nog regelmatig honger geleden. Een verslag van Keetje Oldeman, die rond 1870 met haar ouders en negen broertjes en zusjes in Amsterdam woonde: 'We waren allemaal misselijk van de honger. Hein en Naatje praatten over de truc om aan een enkel sneetje brood genoeg te hebben. Naatje beweerde dat je het in de rondte af moest sabbelen en het laatste stuk ter grootte van een cent in je mond moest laten smelten. Nee, antwoordde Hein. Zo moet het niet. Langzaam eten geeft juist meer honger. Als ik aan een snee brood genoeg wil hebben, slik ik de stukken bijna zonder kauwen door; dan krijg je later wel hoofdpijn, maar de honger is minder.'

Vlees was een luxeartikel voor de welgestelden, schrijft Anneke van Otterloo, socioloog aan de Universiteit van Amsterdam, in haar boek Eten en Eetlust in Nederland, 1840-1990. De armen kwamen er bekaaider van af. 'Een mens die dagelijks alleen aardappelen, paardebonen, zuurkool of karnemelksepap eet kan alleen een gemene dagloner, een arme boer of een mens zonder beschaving zijn.'

Aristocratisch Voedsel was schaars, dik zijn was een teken van welvaart. In armere delen van de wereldis dat overigens nog steeds zo. Tot aan het einde van de 19de eeuw verschenen in Engeland dieetboeken waarin de middenklasse werd verteld hoe ze zich lekker rond konden eten, zodat ze er aristocratisch uit zouden zien.

Toch vond rond deze tijd een omslag plaats. De voedselvoorziening werd beter, honger werd uitgebannen. Langzaam maar zeker werd dikzijn gedemocratiseerd. Bierbuik en onderkin kwamen binnen bereik van arme sloebers.

De elite moest op zoek naar een andere manier om zich te onderscheiden. Ze greep terug op die andere onderstroom, die matiging en zelfbeheersing propageerde. 'De socioloog Norbert Elias heeft laten zien dat die ontwikkeling al lange tijd aan de gang was. In de Middeleeuwen at men met de handen uit een gemeenschappelijke pot. Daarna kreeg ieder zijn eigen portie en werd het bestek geïntroduceerd. Door verfijning kon men zich van anderen onderscheiden. Zo kon men ook door het ideaal van het slanke lichaam laten zien dat men zijn impulsen kon beheersen', zegt Anneke van Otterloo.

Al aan het begin van de 20ste eeuw adverteren fabrikanten met afslankmiddelen. Toch zou het nog geruime tijd duren voor afslanken in Nederland werkelijk ingeburgerd zou raken. In de eerste naoorlogse jaren wordt er in het damesblad Libelle niet over geschreven. Een volk dat de hongerwinter heeft overleefd, zal niet zo snel aan de slanke lijn doen. In die jaren staat Libelle in het teken van de schaarste. 'We zouden zoo graag willen dat we weer elke dag -vleesch op tafel konden brengen, maar de vleeschrantsoenering laat dit helaas nog lang niet toe. Het is wel jammer, want een maaltijd met vleesch is altijd zooveel smakelijker, hetgeen zijn oorzaak gedeeltelijk vindt in de lekkere jus, die we bij een goede bereiding van het vleesch verkrijgen.' Gelukkig presenteerde Libelle een alternatief: pikante havermoutlapjes.

Schaarste doet verlangen naar volheid. Het schoonheidsideaal wordt ook in de jaren vijftig eerder belichaamd door Marilyn Monroe of Sophia Loren dan door graatmagere meisjes.

Het ultradunne Engelse model Twiggy duikt pas halverwege de jaren zestig op, als de welvaart sterk is toegenomen, het aanbod aan eten toeneemt en, in 1967, de Alliance Gastronomique Néerlandaise wordt opgericht. Bij de keuring voor de militaire dienst blijkt dat jongeren gestaag dikker zijn geworden. Ook Libelle begint dan pas echt over diëten te schrijven.

Rond 1970 dringt het rumoer van de nieuwe tijd werkelijk door in het altijd wat traditionele damesblad. Een reportage over zwarte fotomodellen ('gaan we die in Nederland ook mooi vinden?'), een stuk over het belang van communicatie ('praten is puik'). De feministische actiegroep Dolle Mina mag haar ideeën zelfs uiteenzetten in een apart katern, geheel door de activisten volgeschreven. Hoofdredacteur Dick Hendrikse kan overigens de verleiding niet weerstaan om in een begeleidend stukje te schrijven dat hij niet van Dolle Mina houdt, omdat zulke vrouwen er 'niet leuk uitzien'.

In dat memorabele jaar richt Libelle ook de dieetclub op. Tweewekelijks wordt de lezeres bijgepraat over voeding en dieet. De voorschriften variëren van verstandig tot draconisch. Befaamd is het sherrydieet, een schokbehandeling voor het dikke lijf die officieel maar drie dagen mag worden volgehouden. Een dag op sherrydieet zag er als volgt uit:

8 uur: 1 hardgekookt ei, 1 kop zwarte koffie 10 uur: 50 gram jonge kaas, 1 glas sherry 12 uur: 100 gram geroosterde of gegrillde biefstuk, 1 glas mineraalwater 14 uur: 1 hardgekookt ei, 1 kop zwarte koffie 16 uur: 50 gram jonge kaas, 1 glas sherry 18 uur: 50 gram geroosterde biefstuk, 1 glas mineraalwater 20 uur: 50 gram jonge kaas, 1 glas sherry 22 uur: 1 hardgekookt ei, 1 kop zwarte koffie

Het is een wonder dat de lezeressen hierbij overeind bleven. De Libelle van 1970 gaf ook tips om zulke diëten vol te houden. Zij vormen een merkwaardige echo van de discussies in het hongerende gezin Oldeman uit 1870. 'Eet met kleine hapjes, kauw langzaam en de kleine porties zullen meer lijken', schreef het blad. En: 'Op een klein bord lijkt een kleine portie méér.' Nog een kunstgreep: 'Bewaar uw verhalen over de belevenissen van de dag tot aan de maaltijd: wie praat, kan niet tegelijkertijd eten.' Ook waarschuwde Libelle voor vriendinnen, die soms gemener zijn dan men zou denken. 'Zwijg over uw slanke lijn-intenties. Slechts zelden kunt u op meeleven en aanmoediging rekenen. Integendeel! Met: Doe niet zo ongezellig , Och, wat geeft nu dat ene ? Hoelang ben je nu al bezig? Is er eigenlijk al wat af?, wordt iemands doorzettingsvermogen ondergraven. Niet iedere vriendin is zo onzelfzuchtig om te zien hoe slank u wordt.'

Sindsdien kent ook Nederland zijn carrousel van diëten. Telkens opnieuw worden nieuwe diëten gelanceerd, die slechts een variant zijn van afslankmethoden die ooit uit de mode raakten, omdat ze niet effectief bleken. Zo heeft het Atkinsdieet een lange voorgeschiedenis. Rond 1880 was in Duitsland een dieet met veel vet en weinig koolhydraten populair, schrijft historicus Hillel Schwartz. In 1946 werd het in de Verenigde Staten geïntroduceerd en het herleefde in de jaren vijftig als het Du Pontdieet. In de jaren zestig werd het aangeprezen in veelverkochte boeken als Calories Don't Count en Martini's & Whipped Cream. In 1974 werd het vette dieet nog aantrekkelijker aangeprezen in The New Drinking Man's Diet & Cookbook. Geen wereld zo a-historisch als de dieetwereld, constateert Schwartz, zelfs na een eeuw van mislukte diëten. 'Maar afslanken heeft te maken met fantasie. Mensen op dieet kunnen geen vrede sluiten met het verleden, omdat elk dieet de fantasie van een bevrijd en getransformeerd lichaam met zich meedraagt.' Die fantasie van een nieuw stralend lichaam is veel aantrekkelijker dan de recapitulatie van mislukte beloften, aldus Schwartz.

Brooddieet En zo viel ook Nederland massaal voor het brooddieet, de ananaskuur, Montignac, de ahornsiroop, het detoxdieet, Een Leven Lang Fit of het sapvasten. Zonder resultaat. De wetenschap is het er allang over eens dat diëten niet helpen, omdat de verloren kilo's er binnen de kortste keren weer aan zitten. Onlangs constateerden Finse onderzoekers zelfs dat het 'jojo-effect' gevaarlijk is. Mensen wier gewicht sterk schommelt, leven gemiddeld korter.

Na vier decennia afslanken is de Nederlander dikker dan ooit. Ongeveer de helft van de Nederlanders is te zwaar, volgens het rapport Ons eten gemeten van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne uit 2004. Nog eens 10 procent van de mannen en 12 procent van de vrouwen lijdt aan ernstig overgewicht. Toch is de gemiddelde Nederlander juist minder vet en energierijk gaan eten, mede dankzij de opmars van light-producten. Die daling is echter niet voldoende om het gebrek aan beweging te compenseren.

De aloude spanning tussen genotzucht en discipline, tussen luilekkerland en de dreiging van de hel voor veelvraten, is alleen maar toegenomen. Aan de ene kant is de samenleving 'obesogeen' geworden, stelt het RIVM. De dikkerd is niet langer de abnormale figuur in een wereld van normale slanke mensen. Het is juist omgekeerd, vindt hoogleraar Jaap Seidell. Dik zijn is normaal in een omgeving die, vanuit het perspectief van het bestrijden van de vetzucht, abnormaal is geworden. De lekkernijen liggen voor het grijpen, zwaar lichamelijk werk is vrijwel afgeschaft en het transport is grotendeels gemechaniseerd. Het is eigenlijk een wonder dat we niet dikker zijn.

Aan de andere kant is het slankheidsideaal steeds dwinger geworden. 'Veel meer dan vroeger gaan we af op hoe iemand eruitziet', zegt socioloog Anneke van Otterloo. Sociale posities liggen minder vast dan vroeger. De samenleving is mobieler en competitiever geworden. Uiterlijk speelt daarbij een belangrijke rol. Het lichaamsbeeld in de media wordt steeds onrealistischer. Volgens een publicatie in de British Medical Journal is de body mass index van veel modellen gezakt tot onder de 19, waardoor ze technisch gezien ondervoed zijn. Vaak hebben superslanke vrouwen niettemin volle borsten, dankzij de siliconen. Veel foto's worden op de computer bewerkt, zodat de modellen ook nog eens duizelingwekkend lange benen hebben.

De geschiedenis van de vetzucht is geen geschiedenis van almaar toenemende onmatigheid. Het ligt veel ingewikkelder. De Nederlander schranst niet, hij tobt, als een gedisciplineerde hedonist op zoek naar een slank lichaam in een dikmakende wereld.

Meer over