Dikke mevrouw met een gewei

'Schrijfsters van nu' staat op de omslag van het onlangs uitgekomen zomernummer van Lust & Gratie. Inmiddels bekende schrijfsters als Pam Emmerik en Maria Barnas worden in deze 'doorsnede van wat er zich op dit moment afspeelt onder de femmes de lettres' afgewisseld met debutanten als Yasmine Allas en Sabine...

PETER SWANBORN

In een inleiding doet voormalig redacteur Annelies Passchier een poging om vast te stellen waar een 'schrijfster van nu' aan moet beantwoorden. Ze roept Elias Canetti, Kees Fens en Sinterklaas te hulp, maar boekt desondanks weinig resultaat: 'Een schrijfster van nu is een schrijfster van deze tijd, maar waar het om gaat is dat er teksten worden geschreven waar we niet omheen kunnen, dat er beelden worden opgeroepen die in onze herinnering blijven.'

Om dit te bereiken moet een schrijver (m/v) zich in de eerste plaats in een ander wezen kunnen verplaatsen, een talent dat zeldzaam is onder jonge, Nederlandse schrijvers gezien een citaat van Kees Fens: 'Men peilt zichzelf, maar zelden zichzelf in een ander.'

Het zou het motto van deze Lust & Gratie kunnen zijn, want bij elk van de twaalf schrijfsters en drie dichteressen bekruipt de lezer al snel het gevoel dat de afstand van de schrijfster tot haar personage bijzonder klein is. De eigen ziel wordt gepeild, maar geen van de schrijfsters lijkt in de huid van een ander te kruipen.

Waarschijnlijk heeft Passchier haar essay geschreven voordat zij de verschillende bijdragen had gelezen, anders had zij in haar poging om de 'schrijfster van nu' te definiëren heel wat meer overeenkomsten kunnen noemen. In bijna ieder verhaal of gedicht wordt een vader-dochter of een moeder-dochter relatie beschreven, wordt een vriendje aan de kant gezet en zelden worden de vier muren van het eigen huis verlaten.

Alleen Marion Vredeling steekt de zee over en belandt op een Mexicaans eiland dat in dit verband de wel erg toepasselijke naam 'Isla Mujeres', oftewel 'Vrouweneiland' draagt. Het verhaal van Vredeling bevat mooie elementen (zoals de groentevrouw die hardnekkig volhoudt dat haar basilicum alleen gebruikt mag worden om het lichaam mee te reinigen, niet om mee te koken), maar het overmatig gebruik van zinnen die uit niet meer dan tien woorden mogen bestaan, leidt uiteindelijk tot een nogal vermoeiende stijl.

Humor is in deze Lust & Gratie zo goed als afwezig, met Josien Laurier als uitzondering. Haar sprookjesachtige bijdrage vernoemde zij met een vette knipoog naar het tijdschrift, maar vanaf de eerste regel is duidelijk dat er weinig 'lust en gratie' te beleven valt aan haar dikke mevrouw 'op twee omgekeerde kerktorens' en met een gewei op het hoofd.

Bij de meeste schrijfsters lijkt het thema belangrijker dan de stijl en des te spijtiger is het dat ze over hun thema's (nog) niet veel te zeggen hebben. Schrijfsters als Christine Otten, Najoua Bijjir en Eva de Jong lijken vooral een poging te doen om van hun dagboeken literatuur te maken.

Passchier zei echter in haar inleiding dat literatuur bestaat uit teksten 'waar we niet omheen kunnen' en uit beelden die 'in onze herinnering blijven'. Het enige wat mij van deze Lust & Gratie zal bijblijven zijn de 'Opmerkingen' van de Franse Nathalie Quintane, vertaald door Jan Mysjkin.

Ook Quintane beperkt zich tot huishoudelijke onderwerpen (schoenen, washandjes, soeplepels), maar haar droogkomische manier van kijken en formuleren is dwingend genoeg om de aandacht van de lezer vast te houden: 'Huizen met namen dragen vooral namen van vrouwen en wintervaste struiken.' Peter Swanborn

Lust & Gratie, Uitgeverij Vassallucci, jaargang 15, nummer 58, * 15,-

Meer over