Column

Dieptepunt: hamburgertent met naam als 'Burgertrut'

Ik was somber, maar thuis mag ik niet meer zeuren, dus ging ik naar buiten om een tijdje tegen de wind in te fietsen.

null Beeld anp
Beeld anp

In het park stuitte ik op een zogeheten food truck. Het idee achter food trucks is aardig; een eenvoudig gerechtje eten bij een kraampje op wielen. In de praktijk voegen die wielen verbazend weinig toe, zodat de affaire meestal neerkomt op een 'artisanaal' broodje kapsones dat 8,95 kost, en dat je staand in de motregen moet opeten terwijl de ambachtelijke ketchup over je kin druipt en de baardige uitbater in steenkolenengels aan stonede Finse toeristen probeert uit te leggen dat de 'pulled pork' vervaardigd is van zingend geslachte montessorivarkens die achttien uur in de biologisch mahoniehout gestookte oven hebben liggen slowcooken; waarna die Finnen alsnog, geschrokken van de prijs, zigzaggend op hun huurfiets afdruipen naar de snackbar.

Op de food truck in kwestie stond met grote letters 'SLA-GEREI'. Ik heb een verschrikkelijke hekel aan woordspelingen, vooral in de culinaire sfeer: bedroevend dieptepunt is de recente randstedelijke explosie van ambachtelijke hamburgerrestaurants die zich 'De Burgerij' 'De Burgertrut' of 'Burgermeester' noemen, waar je een slordig vormgegeven broodje gehakt kunt eten voor de prijs van een pond kogelbiefstuk.

De man van SLA-GEREI verkocht, zoals te vrezen viel, handgepekelde 'pastrami' uit een 'Big Green Egg', benevens moeilijke hipsterlimonade en door hompen pompoen geschraagde salades, tegen prijzen als boven vermeld. Klanten had hij niet, maar uiteindelijk stopte er toch een fiets. Een moeder en haar zoontje van 8, allebei met helmen en kniestukken, alsof ze aan het mijnwerken waren.

'Kijk eens Jurre! Wat staat daar nou?!', riep de vrouw op de schel-onderwijzende toon van iemand die het moederschap onnodig serieus neemt. Ze wees op de tekst 'SLA-GEREI'.

Het jongetje keek, maar zei niets. 'Daar staat 'slagerij', hè, maar hoe schrijf je dat, 'slagerij'?' Het jongetje zweeg. 'Schrijf je dat met een korte of een lange ij?', drong de moeder aan, zonder resultaat.

'Met een lange ij hè, Jurre?', joelde ze voort. Het jongetje knikte aarzelend. ' Goed zo!!', gierde de vrouw. 'Met een lange ij, héél goed! Ja, nu denk jij misschien, 'die meneer moet maar eens terug naar groep 4!' Maar dat is niet zo, want dat heeft die meneer expres gedaan! Dat heet een woordspeling. Een woord-spe-ling! Snap je het? Leuk hè?!' Het jongetje knikte maar weer eens, om ervan af te zijn. Zonder iets te kopen fietste het tweetal verder, de vrouw kakelend, het jongetje zwijgend.

'Was het fijn, buiten?', vroeg huisgenoot P. toen ik thuiskwam.

'Nee', zei ik.

Meer over