Die Verwandlung

Op zijn 19de vertrok Thomas Azier naar Berlijn

Het grauwe grijs van de wijk Lichtenberg steekt zwart af tegen de witte sneeuwlaag die de stad bedekt. Hier in het oosten van Berlijn lijkt de DDR nog te bestaan: grijze flatgebouwen, grijze winkels, grijze mensen en nergens een café. Het vriest 11 graden.

In een verlaten fabriek aan de Herzbergstrasse laat de Nederlander Thomas Azier (26) zien waar hij zijn debuutalbum Hylas opnam. Azier en zijn onmisbare sounddesigner Robin Hunt huren voor een habbekrats een ruimte in de fabriek. Hunt knapte alles op en bouwde er een prima studio.

De rest van het complex is spookachtig leeg. Azier en Hunt zijn er de onofficiële beheerders van. De zware machines staan zwijgend op werk te wachten ('de meeste doen het nog') en wanneer de groene meterkast piepend opengaat, ligt daar een puntgaaf exemplaar van het partijblad Die Arbeit uit 1976. Alsof het personeel op een dag zomaar is weggelopen en er daarna nooit meer iemand is geweest.

'Cause we are the only ones alive in this town. When everything is going down, we're becoming ghosts as well', galmt Azier in Ghostcity, een song met een diep bassende Depeche Mode-beat op marcheertempo, malend als fabrieksmachinerie. Het ritme is onontkoombaar: electropop, new wave, r&b, het zit er allemaal een beetje in. 'Snap je nu waarom ik mijn muziek soms DDR&B noem?', vraagt Azier - en hij lacht. Met zijn lange bruine jas en soldatenkisten oogt hij als een sovjetmilitair na de strijd, volmaakt passend in het décor.

Op basis van zijn eerste ep's, Hylas 001 en Hylas 002 (2012), eindigde Azier hoog in alle beloftenlijsten voor 2014, ook in die van de Volkskrant (tweede plaats). Hij doorkruiste Europa als voorprogramma van Stromae, met wie hij bevriend is. Stromae hoorde Aziers single Red Eyes, een nummer waarin het opbeurend bliepende substraat prachtig contrasteert met de slepende, dramatische melodie.

Stromae nam contact op en stond in Berlijn voor Azier er erg in had. Stijlgenoten zijn ze niet, maar de melodie en het volle, ruimtelijke geluid bevielen Stromae: hij herkende een muzikant die net zo over sound denkt als hijzelf. Azier hielp drie tracks op Stromaes succesplaat Racine Carrée produceren.

Nu is Aziers langverwachte albumdebuut er eindelijk: Hylas, een persoonlijk verslag van zeven turbulente jaren in Berlijn (doorgebracht op negen adressen), verpakt in compacte maar groots klinkende elektronische popsongs met zware industriële beats en Aziers hoge, harde zang.

Ja, zegt hij, haast verontschuldigend. 'Ik zing hard en hoog op deze plaat. De laatste tijd ontdek ik mijn rustige zangstem pas. Die hoor je nog wel op volgende platen. De zang op Hylas had lager gekund, maar ik voelde in dat hoge register een pijn die ik te lijf moest en die er alleen dáár uit kon.'

Pijn is alomtegenwoordig op Hylas. Het album draagt de naam van de figuur uit de Griekse mythologie die naar een eiland ging om water te halen, maar daarbij kopje onder werd getrokken door zeven nimfen. Hylas verdronk en leefde voort als nimf onder de nimfen.

De mythe staat symbool voor het Berlijnse overlevingsverhaal van Azier, die werd geboren in Leiderdorp maar opgroeide in het doodstille Nijeberkoop, in de zuidoostelijke hoek van Friesland, waar zijn pianolerares hem leerde voortborduren op het werk van Chopin en Liszt. 'Ik ben een pianist, een man van harmonie, melodie en symmetrie. Hylas is een symmetrische plaat, zoals de meeste westerse pop dat is.' Maar dat gaat veranderen. 'Ik heb veel voor Koreaanse en Japanse muzikanten gewerkt: K-Pop en J-Pop. Die muziek is verrassender en grilliger: ze valt je onverwacht aan van de zijkant. Geen symmetrie. Dat inspireert me.'

Zijn vertrek naar Berlijn, op zijn 19de, was niet zozeer een vlucht maar een persoonlijke, muzikale zoektocht. In de Duitse metropool der creativiteit wilde hij zijn eigen stem vinden, maar tot zijn grote ongenoegen had hij 'nog niets te vertellen'. In Berlijn zou dat vast veranderen, maar dat viel vies tegen: de stad vrat hem op, hij leek ten onder te gaan als Hylas.

'Ik wist niets van Berlijn, behalve dat er een artistiek klimaat heerst, dat je je er met weinig geld kunt redden en dat totaal verschillende muzikale helden van me elkaar hadden gevonden in Prenzlauer Berg en Mitte: Feist, Gonzales, Mocky, Jamie Lidell. Toen ik hier neerstreek, bleken zij allang weer te zijn vertrokken. Zo'n scene bleek überhaupt niet te bestaan.'

Al die jonge, creatieve mensen in Berlijn, uit alle hoeken van de wereld, keken in werkelijkheid niet naar elkaar om - in elk geval niet naar Thomas Azier, die zich zo moederziel alleen voelde dat hij de deur niet meer uit durfde. Het was de zwaarste periode uit zijn leven. Zijn stem trilt nog altijd een beetje als hij erover vertelt. 'Ik werd bang, kreeg paniekaanvallen. Ik zocht naar schoonheid en mooie melodieën, terwijl de schoonheid van Berlijn juist zit in het lelijke en kapotte. Maar daar kon ik aanvankelijk niet van houden. Mijn eerste drie Berlijnse jaren waren echt vreselijk. Ik leidde een dolend bestaan. Mijn ouders wilden in de auto springen om me op te halen, maar dat wilde ik niet, want ondanks alles voelde ik dat ik hier als muzikant tot de kern kon doordringen.'

In Futuresounds klinkt Azier nog strijdbaar, maar langzaam schreden wanhoop en angst voort. Verwandlung gaat volgens Azier over 'het gevoel dat je in je bed ligt en niets meer kunt, als een kever op zijn rug'. Of neem Red Eyes, dat hij opnam toen hij een gruwelijke kater had. Voor hij het wist stond hij de woorden als een bezetene in de microfoon te schreeuwen.

Overal op Hylas zit pijn: in de woorden, in de donkere elektronische omlijsting, maar in Aziers zang nog wel het meest. Het dieptepunt? Hij noemt Shade Of Black, van zijn tweede ep. In dat lied smeekt hij om wat 'light in the back of my head' en flikkert plotseling het lemmet van een mes: 'I'm pulling the knife out and cut some light in this canvas.'

'Ik ontwikkelde een diepe angst voor haat, agressie en geweld en dan vooral haat, agressie en geweld in mijzelf: ik werd bang dat ik de mensen van wie ik hield iets aan zou kunnen doen. Ja, ik weet dat het extreem klinkt.'

Alle songs die nu onder de albumtitel Hylas zijn uitgebracht, zijn geschreven toen Azier in 2009 Robin Hunt ontmoette, een jongen uit de wereld van hardcore en gabber, die Aziers geluidsesthetiek snel begreep. Van sommige had Azier tientallen versies liggen, hij zag door de bomen het bos niet meer. Hunt hielp Azier de liedjes het gewenste geluid te geven.

'Ik móést delegeren, want ik stond op het punt van doordraaien. Een van de problemen waar veel jonge muzikanten mee worstelen, is dat je tegenwoordig alle petten zelf op je hoofd hebt: tekstschrijver, producer, mixer. Dat kun je niet allemaal zelf. Robin was een geschenk uit de hemel.'

Plotseling zat er schot in de zaak. Toen Stromae Red Eyes hoorde, zag de wereld van Azier er ineens heel anders uit. Stukje bij beetje kreeg hij ook oog voor de rauwe, morsige schoonheid van de stad waar hij lang van het ene kraakpand naar het andere rotkamertje trok en waar hij nog altijd tamelijk spartaans leeft: voor zijn kleine, eenvoudige kamer in Neukölln betaalt hij 50 euro per maand.

Azier is veranderd, zegt hij zelf. Vroeger in Friesland was hij een sociaal kind, met veel vrienden. Nu is hij het liefst alleen. Hij zou - als de tournees erop zitten - graag een woning vinden waar hij eindelijk tot rust kan komen, ondanks alles thuis in Berlijn, als Hylas ná zijn verdrinkingsdood.

om zijn eigen stem te vinden. Maar hij voelde zich vooral bang en eenzaam, 'als een kever op zijn rug'. Al het leed verwerkte hij in het album Hylas.

Gigolo

Niet alle songs op Hylas gaan over Thomas Aziers eigen gevoelsleven.

Hij vertelt ons ook over tragische Berlijners. Sirens Of The Citylight gaat over de opvallend grote groep Israëlische homo's die zich in clubs als Berghain als gigolo aanbieden en een tragisch bestaan leiden, verslaafd aan drugs en 'easy money': 'Call him the siren of the citylight, luring the boys into the afterlife'.

bokskampioen

Tekstueel buitenbeentje op Hylas is Rukeli's Last Dance, Thomas Aziers eerbetoon aan Johann 'Rukeli' Trollmann (1907-1943), een Duitse Sinto en bokskampioen die van de nazi's wel mocht boksen, maar niet mocht winnen. Uit protest betrad hij in 1933 de ring als een 'parodie op een ariër': gebleekt haar en een met bloem witgemaakt gezicht. Hij liet zich moedwillig door zijn tegenstander afranselen, zonder zich te verdedigen. In het concentratiekamp Neuengamme werd hij gedwongen te boksen tegen kampbewaker Emil Cornelius. Rukeli won, maar Cornelius nam wraak door hem tijdens de arbeid met een spade dood te slaan.

Thomas Azier: Hylas. Live: 8/3 Where The Wild Things Are, Zeewolde. 13/5 Melkweg, Amsterdam. 14/5 Doornroosje, Nijmegen. 15/5 Vera, Groningen

undefined

Meer over