Interview

'Die elektronische muziek is lekker, maar er ontbreekt iets'

Live dance, dat is een gastje achter een laptop, armpjes in de lucht. Tot nu. Want Polynation heeft de live dansmuziek opnieuw uitgevonden.

Stijn Hosman (l) met Hessel Stuut: 'Er mogen dingen fout gaan.'Beeld Erik Smits

De grappigste verhalen komen ze over zichzelf tegen. Een Engels muziekblog schreef over Polynation dat zij vooral speelden in 'abandoned warehouses throughout Europe', bijvoorbeeld. Daar konden Hessel Stuut (30) en Stijn Hosman (25) wel om lachen. 'All over Europe?' Nou vooruit. Ze stonden pas nog in Luxemburg. Maar wie het duo opzoekt in zijn natuurlijke habitat, in de uitgestrekte polders tussen Purmerend en De Rijp, ter hoogte van Middenbeemster, ziet onmiddellijk dat deze mannen meer hebben met de vreugde van het landleven dan met post-apocalyptische industriepanden en verlaten pakhuizen.

'Je maakt elektronische muziek en techno', zegt Stuut, 'en kennelijk wordt dan aangenomen dat je speelt in oude fabriekspanden. Dat gaat zomaar een eigen leven leiden. Er werd ook al geschreven dat Polynation zich heeft omringd met oude modulaire synthesizers. Dat is dus ook niet zo. We hebben wel wat oude bakken, maar helaas nog geen modulaire synths.' En dat kunnen ze laten zien.

We wandelen vanuit een rustieke boerderette aan een landweg richting puntige aanbouw, waar de studio van Polynation is opgetrokken. Hosman: 'Ja, dit voelt als een droomstudio. Overdreven luxe, zou je denken.' Dat dachten we inderdaad. Stuut: 'Het is de studio van mijn moeder, die zit ook in de muziek. Die mogen we gebruiken, vandaar.' En dat verklaart waarom een net begonnen, volmaakt fris dancebandje resideert in een geluidskamer als een ruimteschip met heel veel knopjes en flikkerende beeldschermen én een grand piano.

Inspiratiebronnen van Polynation

Al klinkt de muziek van Polynation nog zo nieuw en fris, ook die komt natuurlijk ergens vandaan. De vijf platen die Polynation hebben gevormd.

In de eindeloze maaivelden van de Nederlandse popmuziek stak Polynation vorig jaar het hoofd omhoog. Een duo, dat live groovende, tranceachtige en ook een beetje progrockende muziek maakt op waarachtige instrumenten en dus echt live. Hessel Stuut drumt. Technodrums, met hier en daar een lichte funkroffel. Stijn Hosman bedient de toetsen. Bij voorkeur de analoge synthesizers, zoals de polyfone Roland Juno-6. Maar dus ook de vleugel (hij kan echt pianospelen, ook dat gaat hij straks laten zien). En live én in de studio wordt al dat fraais in elektronische banen geleid, met bobbelende baslijnen en soms toch ook wat ondersteunende drumcomputers.

Polynation speelde al op festivals als Best Kept Secret en daar dacht het publiek: 'Hé, leuk. Best opzwepende, dansbare elektronica, van een duo. En je ziet ze nog muziek maken ook.' Dat is wel eens anders, bij de elektronische dansmuziek. En Polynation bracht eind 2015 een fijn plaatje uit, getiteld Allogamy, een ep'tje en dus eigenlijk een introductie op wat nog komen gaat. Met zeer verzorgde en dus toegankelijke grooves in nummers als Why You, waarin naast techno toch ook wat standvastige prog- en krautrock is te ontdekken. En zelfs een oorwurmachtig dancehitje: Dew, dat dankzij de minuscule vocale inbreng (iemand met een smurfenstem zegt: 'déw') al na één keer luisteren niet meer uit het hoofd te branden is.

En toch, zeggen Stuut en Hosman, dient al die opgenomen en uitgebrachte muziek maar één doel. Het is vooral podiummateriaal. Het moet live door de popzaal of festivaltent spatten, het liefst in immer aangepaste vorm, met ruimte voor improvisaties en brute ingrepen. Polynation wil live dansmuziek maken, omdat die een directe uitwisseling moet zijn van muziekmakers met het - als het goed is - dansende publiek. Ga maar een paar eeuwen terug, naar Afrika of welk continent met een tribale geschiedenis dan ook, en vind de bewijzen voor die stelling.

1 Brian Eno - Thursday Afternoon (1985)

Stijn Hosman: 'Brian Eno is voor ons een leidraad. Alle bijzondere muzikanten die we tegenkomen, van trompettist Jon Hassel tot Daniel Lanois en David Byrne: allemaal hebben ze met Brian Eno samengewerkt. Het verhaal hoe hij midden jaren zeventig op zijn ambientmuziek kwam, vind ik nog altijd prachtig. Hij kreeg een ongeluk, lag in het ziekenhuis, had heel zacht muziek opstaan en luisterde naar de regen. Die regen werd onderdeel van de muziek, en zo ging hij ook zelf muziek maken. Muziek als omgevingsgeluid, die zich niet opdringt, maar als een cocon om je heen gaat zitten, vol subtiele en bijna verstopte lagen.'

Hessel Stuut (vriendelijke hippie-uitstraling, breiwerk op zijn hoofd): 'Ik kom niet uit de dance. Ik drum, al heel lang, en speelde in rockbandjes, later in een funkband. Ik vond elektronische muziek altijd wel te gek maar live vond ik er vaak weinig aan. Nog steeds hoor. Ik zag in Paradiso pas Kiasmos, die we op plaat echt heel goed vinden. Het publiek werd helemaal gek van de opgebouwde beats en die climaxen, maar op het podium gebeurde dus vrij weinig. Althans, dat dacht ik. Wat controleren ze nu precies vanachter die tafels? Die gasten staan er soms bij als Tiësto: armpjes in de lucht.'

Stijn Hosman (ook een vriendelijke hippie-uitstraling, veel haar): 'Dat heb ik dus ook. Ik had wel al langer iets met elektronische muziek, ik studeerde aan de Rockacademie in Tilburg en daar deed ik muziekproductie. Maar ik dacht bij live dance ook vaak: ik zie een gast met een laptop, maar ik mis de connectie. Wat doet hij?'

Stuut: 'Eigenlijk dachten wij allebei; die muziek is lekker, maar er ontbreekt iets. En toen wij anderhalf jaar geleden bij elkaar terechtkwamen en gewoon eens wat muziek gingen maken, dachten we: misschien kunnen we samen die elektronische muziek interessanter maken. Met instrumenten. En een live gespeelde groove.' Ze zagen de inspirerende voorbeelden natuurlijk ook voorbij komen. Stuut: 'De Deense producer en instrumentalist Trentemøller bijvoorbeeld. Ik hoorde zijn muziek voor het eerst in Club 11, een paar jaar geleden. Wow. Daar snapte ik het ineens. Die opzwepende minimal-muziek met die waanzinnige sounds, en emoties! En op festivals speelde hij die muziek dus ook live, waardoor hij het publiek helemaal meetrekt. Dat wilde ik ook wel.'

En zo bouwden Stuut en Hosman aan hun eigen verleidelijke live-sound. In een live-opstelling in deze studio, die dus op een podium reproduceerbaar moest zijn: drum naast toetsen en een tafel vol knoppenspul.

2 Boards of Canada - Music has the Right to Children (1998)

Hessel Stuut: 'Iemand omschreef de muziek van Boards of Canada eens als 'beautifully haunting'. Toen ik deze plaat voor het eerst hoorde, keerde ik voor het eerst helemaal naar binnen. Zo'n mooie, diepe sound: het raakte zo'n specifieke emotie die voor mij niet eerder was benoemd in muziek. En dan zijn ze ook nog meesterlijk in het schrijven van melodieën. Drie akkoorden, en als dan de drums erin komen: bijna angstaanjagend. Een schilderij van Edvard Munch.'

3 Toumani Diabate & Sidiki Diabate - Toumani & Sidiki (2014)

Stuut: 'Die verschuivende ritmes, de polyritmische patronen, zijn voor Afrikanen de gewoonste zaak van de wereld. Maar in deze plaat van koraspeler Toumani Diabaté en zijn zoon zit zo'n mooie, subtiele groove. Die hoor je natuurlijk ook in de dance én in de klassieke muziek van Terry Riley. Het gaat puur om ritme en samenspel.' Hosman: 'In deze muziek zit een soort religieuze overtuiging. Heel mooi vinden wij dat.'

Polynation, je zult het altijd zien, past in een onstuitbare trend van opkomende instrumentale dance. Die trend voelt het duo zelf ook, en het is fijn er deel van uit te maken. Polynation voelt veel verwantschap met bijvoorbeeld de dance- en postrockband Vessel uit Leeds, die het live zelfs doet met twee drummers. En met de Berlijnse pianist Nils Frahm (Stuut en Hosman: 'Onze held') en bijvoorbeeld de live dancebands van James Holden en Floating Points.

Hosman: 'Je ziet de laatste jaren heel veel van dit soort instrumentale crossoverbands, die de muziek niet zo zeer zoeken in liedjes, maar in groove, in een trance waarin toch veel muzikale dingen gebeuren, vol mooie akkoorden. De scheidslijnen tussen pop en dance, tussen liedjes en techno is sowieso aan het verdwijnen. Kijk naar de muziek van Eefje de Visser, dat is eigenlijk pure elektronica met zang en niemand die dat nu heel vreemd vindt.'

In hun paradijselijke studio te Middenbeemster zitten Stuut en Hosman midden in de voorbereidingen op optredens te Eurosonic en Noorderslag. Ze zijn hartstochtelijk verliefd op een track die ze net hebben bedacht: een heel sexy, onderhuidse en hypnotiserende trance vol dromerige soundscapes uit de Juno 6 en opgevuld met een tingelende piano. Hosman en Stuut spelen het even voor. Klinkt goed, al vliegt vooral de elektronica nog even uit de bocht. Hosman: 'We zijn er nog mee aan het werk hè. Soms komen we ook gewoon handen tekort. Maar dit moet hem echt worden volgend weekend.'

4 Trentemøller - The Last Resort (2006)

Hosman: 'Voor ons allebei het album waarmee we voor het eerst echt met elektronische dansmuziek in aanraking kwamen. Sublieme sfeer, duister, melancholisch en emotioneel - ergens tussen geluk en verdriet in - in een te gekke productie met veel aandacht voor detail. Wat ons betreft een nog altijd ongeëvenaarde plaat.'

Het liefst brengen ze bij elke show wat bijzonders, een nieuwe track, een fijne variatie op een bestaand stuk. Als er maar wat gebeurt. Stuut: 'Ons geluid is volop in ontwikkeling en verandert eigenlijk nog na elk optreden. De shows maken Polynation, we leren nog zo veel en dat willen we ook blijven doen. We stonden pas in het poppodium Hedon in Zwolle, echt een te gek optreden. Het publiek ging los, en op een gegeven moment, ergens tegen het einde, keken we elkaar aan zo van: zullen we dat éne stuk doen, dat nog lang niet af is, maar meer een soort aanzet voor een idee? En zullen we dat dan ter plekke gaan uitwerken?' Hosman: 'En er live gewoon een dikke bassynthesizer inschrijven.'

Stuut: 'En ik maar drummen. Zwéten. Ik dacht: wanneer laat hij die kick er nu in komen? En het ging ook aan alle kanten mis, en dat zag het publiek ook, maar het maakte niet uit. We zaten met z'n allen muziek te maken, voor ons gevoel.' Hosman: 'Dit is echt te gek, dachten we. Dit moeten we nóg vaker doen. Nog meer improviseren. Er mogen dingen fout gaan.'

Het grote gevaar, volgens Polynation: dat je als danceband of producer dienstbaar wordt aan je laptop, in plaats van andersom. Hosman: 'Dat merken we als we hier muziek zitten te maken. We zitten te jammen, ontdekken iets moois, gaan daar een nummer omheen bouwen. En dan komen de toeters en bellen. Steeds méér toeters en bellen, nog meer nieuwe laagjes in de sequencer. En dan wordt het zaak weer achteruit te stappen, afstand te doen van alle versieringen zodat je toch weer terugkeert naar die mooie kale versie, waarmee je live tenminste nog muziek kunt maken.'

Stuut: 'En dan het liefst muziek met een heerlijk emo-randje. Die je speelt op een festival, om zes uur 's morgens. Als de zon opkomt.'

Polynation, 16/1, Oosterpoort, Bovenzaal.

5 Simeon ten Holt - Canto Ostinato (1979)

Hosman: 'Een stuk dat ons altijd heeft ontroerd en gehypnotiseerd. Als kind al! Het werkt meditatief. Maar we zouden hier ook andere minimal klassieke componisten kunnen noemen, van Terry Riley tot Philip Glass en Steve Reich. En zelfs Nils Frahm, die dan weer de randen zoekt tussen akoestiek en elektronica. Ook dat inspireert ons enorm.'

Ontvang elke dag de Volkskrant Avond Nieuwsbrief in uw mailbox, met het nieuws van vandaag, tv-tips voor vanavond, en alvast zes artikelen uit de krant van morgen. Schrijf u hier in.

Meer over