'Dictatuur winst is een schande'

Eén miljoen exemplaren zijn verkocht van L'Horreur économique. De tirade van Viviane Forrester tegen de 'speculatie-economie' heeft met Une étrange dictature (over de nieuwe economie) een minstens zo fel vervolg gekregen....

Tussen de vacatures van de Franse arbeidsbureaus en de uitleg over de sollicitatieplicht hingen in 1996 opeens volstrekt andere teksten. Vlammende, verontwaardigde betogen over hoe werklozen aan hun lot worden overgelaten. Dat de maatschappij werklozen minacht, terwijl diezelfde samenleving niet in staat is hen het werk te bieden waar ze recht op hebben. Dat ze op hun best onderbetaalde, tweederangs baantjes kunnen krijgen. Dat het, kortom, een schande is.

De opgeplakte fragmenten kwamen uit L'Horreur économique. President Chirac zou knarsetandend hebben aangezien hoe het boek week na week de verkooplijsten aanvoerde. In Nederland verscheen het als De terreur van de economie (uitgever Ambo/Anthos, 34,90 gulden). Het essay is in 24 talen uitgeven en haalde een oplage van één miljoen exemplaren.

'Onder het schrijven van L'Horreur économique dacht ik nog dat niemand het zou lezen', vertelt Viviane Forrester in haar appartement in Saint Germain des Prés, Parijs. 'Maar ik dacht: als maar zes werklozen stoppen zich te schamen dat ze werkloos zijn, dan is het de moeite waard geweest. Het werden véél meer lezers. Bij protesten werd het boek demonstratief in de lucht gehouden.'

L'Horreur économique en het recent verschenen vervolg Une étrange dictature (De terreur van de nieuwe economie, Byblos Boeken, 39,90 gulden) gaat over meer dan werkloosheid. Het gaat over de markteconomie, die plaats heeft moeten maken voor een speculatie-economie. Waarin winsten het hoogste doel zijn en waar het ultraliberalisme zich als een kwade macht in ons doen en laten heeft genesteld.

Pure propaganda, fulmineert de 76-jarige Forrester. 'De globalisering wordt gestuurd door ultraliberale krachten. Het is een vreemde dictatuur, een dictatuur zonder dictator, een dictatuur die roept dat veranderingen onvermijdelijk zijn. ''De globalisering noopt ons...'', zeggen ze dan., of ''Door de harde concurrentie in onze branche....'', of ''De druk van aandeelhouders dwingt ons...'''

Clubkampioenschap

Concurrentie, nog zo'n woord waartegen de Franse schrijfster verontwaardigd kan uitvaren. 'Concurrentie is slechts een clubkampioenschap. De deelnemers hebben afgesproken mee te doen, terwijl ze pretenderen dat deelname hen wordt opgedrongen. Heerlijk vinden ze het als een concurrent een reorganisatie afkondigt. Dan kunnen ze dat zelf ook doen. Want ja, de concurrentie...'

Forrester mag een scherpe pen hebben, haar nieuwe litanie tegen het grootkapitaal klinkt minder overtuigend en actueel dan haar aanklacht van een paar jaar geleden. Terwijl de Française in hoofdlijnen dezelfde stokpaardjes van stal haalt, is in de (Franse) economie veel ten goede gekeerd. De werkloosheid nam sinds 1997 met één miljoen mensen af, de economische groei steeg fors, het zelfvertrouwen van ondernemers en consumenten is toegenomen.

Toch verweert ze zich. 'Goed, de werkgelegenheid neemt toe - maar let op hoe schaamteloos politici zeggen dat we ''slechts'' 2,3 miljoen werklozen hebben. Ondertussen verruilen we werklozen voor armen. Hebben ze eindelijk een baan, is het met een inkomen onder de armoedegrens. Is dat een verbetering? Ik vind van niet. Mensen verliezen hun laatste greintje waardigheid. Ik verzet me tegen de propaganda die zegt dat het zo goed gaat. De mensen met wie het niet goed gaat, denken dat ze de enigen zijn en voelen zich dom, mislukt. We moeten ons verzetten, we zijn niet waakzaam geweest. Als ik het niet had opgeschreven, was ik geïmplodeerd.

'Aan de echt belangrijke banen besteden we nog steeds veel te weinig geld. Rechters, verpleegkundigen, politieagenten, leerkrachten: ze zijn er te weinig en ze krijgen te weinig betaald. Een begrotingstekort is sociale winst, maar dat telt niet op de effectenbeurzen.'

Ultraliberalisering

De schuldige aan dit alles, betoogt de Parijse, is het ultraliberalisme. Níet de globalisering. 'Globalisering is onvermijdelijk en een onomkeerbaar historisch proces. Maar hoe dat proces vorm krijgt, ligt niet vast. De ultraliberale propaganda wil ons wijsmaken dat de globalisering nu eenmaal, hoe erg het ook is, noopt tot ontslagrondes, fabriekssluitingen en overheidsbezuinigingen. Je voelt je er klein door, verlegen, nietig. Maar verzet is niet zinloos. Globalisering kan zonder de massaontslagen waarover de kranten vol staan.'

Want die massaontslagen - vijfduizend man hier eruit, tienduizend daar - zitten Viviane Forrester nog wel het meest dwars. Een dosis retoriek is haar daarbij niet vreemd: 'Bedrijven zeggen dat ze winst moeten maken, want dat is ook goed voor de werkgelegenheid. Maar om die winst op te voeren, ontslaan ze mensen - dan gaan de beurskoersen immers omhoog. Volgens deze redenering is mensen ontslaan goed voor de werkgelegenheid.'

Nog zo een: 'Massaontslagen zijn goed voor de beurskoersen, dus goed voor de rendementen van pensioenfondsen. Moeten werknemers nu dus blij zijn dat ze ontslagen worden? Is goed voor hun pensioen!'

Verwijten dat ze geen verstand zou hebben van economie, wuift ze weg. 'Ik ben niet sentimenteel, ik baseer me op feiten.' Maar op die feiten, zegt ze, wordt ze nooit aangevallen. 'Critici zeggen dat ik geen econoom ben - hetgeen klopt, maar moet ik dan mijn mond houden? Een schrijver heeft de tijd en de gave om te horen wat niet gehoord mag worden. En te zeggen wat niet wordt verteld. Dat was ook zo bij mijn biografie over Vincent van Gogh.

'Andere critici zeggen dat ik een charmante dame ben, met wie ze graag eens een kopje thee zouden drinken. Dat is geen inhoudelijke kritiek. Dat ik die werklozen zielig vind. Onzin. Dat ik tegen mondialisering ben - ook flauwekul. Dat ik pessimistisch ben. Fout, ik zie juist dat dingen ánders kunnen.'

Verzet en onbehagen

Toch is dat een van de zwakheden van het boek - hóe kan het dan anders? Forrester vindt dat een zaak van later belang. 'Je gaat niet een nieuw huis ontwerpen zolang het oude huis in brand staat.' Laat het huis dan afbranden, als het ultraliberalisme zo verfoeilijk is. Ze lacht: 'Nee, want het ultraliberalisme is niet het huis, maar het vuur.'

Blijft het gevaar dat ze haar lezers met alle onheilstijdingen alleen maar schrik aanjaagt, of angst inboezemt die niet in daden kan worden omgezet.

Maar haar lezers, zo constateerde ze, zijn helemaal niet boos of bang. Ze zijn verontwaardigd. 'Ze zeggen me: ''Wat u schrijft dacht ik ook, maar ik realiseerde het me niet. Of ik durfde het me niet te realiseren.'' Het verzet en het onbehagen is groter dan ik dacht, maar het is nog niet verenigd. Kijk naar de protesten in Praag en in Seattle, tegen instituten als het IMF en de Wereldbank.

'Het is lastig een dictatuur zonder dictator te bevechten, maar het helpt te bedenken dat het een politiek systeem is waartegen we vechten, niet een historische onvermijdelijkheid. Het leek ook zinloos tegen Hitler te vechten. Toch is hij verslagen.'

Meer over