Dictatuur van de deugdzaamheid

Het multiculturalisme viert in Amerika hoogtij. Bevolkingsgroepen die er in het verleden niet aan te pas kwamen, hebben recht op de erkenning van hun historische en culturele waarde....

DE ontoegankelijkheid van exacte wetenschapsrichtingen voor minderheden en vrouwen, daar ging de paneldiscussie over. Een van de deelnemers was een welbespraakte zwarte vrouw, in het dagelijks leven assistant professor aan het gerenommeerde Massachusetts Institute of Technology. Ze schilderde in schrille kleuren de 'sfeer van intimidatie' waaronder minderheden en vrouwen op veel universiteiten te lijden hebben. Ter illustratie vertelde ze het verhaal van een niet nader genoemde blanke hoogleraar aan een kleinere hogeschool, die zich volgens de krant van die instelling had laten ontvallen dat het makkelijker is wiskunde te leren aan vijf apen dan aan vijf zwarten.

Er ging een zucht van ontzetting door de zaal. Hier werden de bangste vermoedens over het onverbeterlijke karakter van het blanke racisme bewaarheid.

Er was evenwel één aanwezige op wie het collectieve afgrijzen niet oversloeg. Hij had zich al zitten ergeren aan het feit dat niemand met een woord repte over de opmerkelijke prestaties die studenten van Aziatische origine juist op het terrein van de beta-wetenschappen leveren. En die behoren toch ook tot een minderheid. Bij het aanhoren van het verhaal over die racistische ontboezeming was zijn overheersende gedachte: waarom heb ik hier nog nooit iets over gelezen? Dit is toch typisch een schandaal dat tegenwoordig tot de kolommen van de kranten doordringt?

Na afloop van de paneldiscussie schoot hij de spreekster erover aan. Kon ze hem vertellen aan welke universiteit dit kwalijke incident had plaatsgevonden? Nee, was het antwoord, ze had het verhaal van een bevriende docent. O, was ze er dan wel zeker van dat die abjecte uitspraak zo was gedaan? Nee, dat was ze eigenlijk niet, ze moest dat nader uitzoeken. Als ze dat had gedaan, zou ze de informatie dan aan hem willen doorgeven? Ja, ze was gaarne bereid zijn telefoonnummer te noteren en hem erover te bellen.

'Uiteraard heeft ze me nooit gebeld', zegt New York Times-redacteur Richard Bernstein - hij was de ongelovige Thomas. 'Er klopte namelijk niets van het verhaal. Maar intussen had ze wel een grote groep mensen gesterkt in de gedachte dat vrouwen en minderheden blootstaan aan zware discriminatie op de universiteit. Het vertekenen van de ware omvang van misstanden is kenmerkend voor de multiculturalisten.'

WE ZITTEN in een rommelig café aan Broadway in Lower Manhattan. Schuin aan de overkant ligt Gracie Mansion, de residentie van de burgemeester van New York. Twee blokken verderop bevindt zich het Federal District Court. Daar houdt Bernstein tijdelijk kantoor: hij verslaat het begin van de rechtszaak tegen de blinde Egyptische sjeik Omar Abd Al-Rahman, die ervan wordt beschuldigd een terreurcampagne te hebben willen ontketenen in Amerika.

Het is een geruchtmakend proces, maar Bernstein ligt er niet wakker van. De passie van de voormalige correspondent in Parijs - vandaar één keer naar Nederland gestuurd: voor een verhaal over de Elfstedentocht - gaat uit naar een ander onderwerp: het multiculturalisme, dat met name in de universitaire wereld zoveel opgeld doet. Daarover heeft hij de afgelopen jaren als national cultural correspondent - zeg maar: redacteur sociaal-culturele ontwikkelingen - bericht en daarover heeft hij onlangs een boek geschreven: Dictatorship of Virtue.

Het begrip multiculturalisme staat voor de opvatting dat het leven in Amerika in vrijwel al zijn facetten veel te lang is gedomineerd door een bepaalde groep - blanke mannen met een Europese achtergrond - en dat krachtige correctie-maatregelen zijn geboden om recht te doen aan de historische en culturele waarde van bevolkingsgroepen die er in het verleden niet of nauwelijks aan te pas kwamen. Althans, zo luidt de definitie van de multiculturalisten zelf. Diversity is hun wapenspreuk, inclusion het parool dat op hun lippen bestorven ligt.

Voor critici liggen de zaken een flinke slag anders. Zij beschouwen het multiculturalisme op z'n best als een goed bedoelde maar slecht doordachte celebratie van de etnische en culturele pluriformiteit van de Amerikaanse samenleving. Op z'n slechtst is het een moedwillige vertekening van de werkelijkheid. Bij ideologisch decreet wordt vastgelegd dat alle elementen in het Amerikaanse culturele erfgoed een zelfde waarde vertegenwoordigen: Shakespeare staat op een lijn met de sagen van de Cherokee-indianen. Tevens is sprake van een bedekte aanval op de grondbeginselen van de liberale maatschappij doordat groepsidentiteit tot hoogste norm wordt verklaard (en vervolgens de ene na de andere bevolkingsgroep tot slachtoffer van een niet-aflatende onderdrukking wordt uitgeroepen).

IN BERNSTEINS boek wordt aan de hand van diverse gevallen de benauwende uitwerking van het multiculturalisme gedocumenteerd. De gevallen lopen van de Philadelphia Inquirer, waar de voltallige journalistieke staf werd onderworpen aan een raciale sensitivity-training na een hoofdredactioneel commentaar over de zorgwekkende toename van zwangerschappen bij arme, ongehuwde zwarte vrouwen, tot de school in Minnesota waar in de geschiedenisles Jeanne d'Arc plaats heeft gemaakt voor de Ashanti-koningin Yaa Asantewaa en groter gewicht wordt toegekend aan de indiaanse leider Tecumseh en de zwarte abolitionist Frederick Douglass dan aan de 'slavenhouder' George Washington en de 'indianenvervolger' Andrew Jackson.

De voorbeelden van ideologische scherpslijperij - en van verkettering van lieden die zich niet wensen te conformeren aan het multiculturele gedachtengoed - zijn niet mis. Toch rijst de vraag of er meer aan de hand is dan een tijdelijke uitwas. Volgens de recensent van The New York Review of Books, een hoogleraar aan de Newyorkse City University (een instelling die niet onbekend is met de door Bernstein gesignaleerde verschijnselen), is dat zelfs geen vraag: in Dictatorship of Virtue wordt het multiculturalisme te zeer verengd tot een rechtlijnige ideologie en bovendien ziet de auteur de nodige spoken, luidt zijn oordeel.

De vermeende spokenjager schudt het hoofd. 'Beweer ik dat we bedreigd worden door een amendement op de grondwet dat de Bill of Rights buiten werking stelt? Nee. Lig ik 's nachts wakker met de angst dat de politie mij elk moment kan komen oppakken omdat ik een afwijkende mening heb geventileerd? Nee. Maar er is wel degelijk sprake van een geleidelijke verbreiding van bedenkelijke ideeën en praktijken.

'Kijk naar het onderwijskundig programma van de National Education Association, de grootste onderwijsorganisatie, die onder meer hamert op de noodzaak van tweetalig onderwijs, terwijl proefondervindelijk is vastgesteld dat dat niet werkt. Kijk naar het aantal universiteiten die de studenten verplichten tot het volgen van een cursus met een multiculturalistische inslag. Kijk naar het aantal bedrijven op de Fortune 500-lijst die hun werknemers naar een 'training in raciale en seksuele diversiteit' sturen om te voorkomen dat ze worden bestookt met het verwijt dat ze een sfeer van discriminatie tegen minderheden scheppen. Kijk naar het afrocentrisme dat het onderwijs aan zwarte kinderen in de binnensteden meer en meer doortrekt en dat niet alleen geschiedkundige nonsens verkoopt, maar hen ook op geen enkele manier helpt om in deze maatschappij vooruit te komen.'

MEER in het algemeen signaleert Bernstein een verschraling van het intellectuele klimaat. 'Je wordt al vreemd aangekeken als je de stelling verkondigt dat het verkrijgen van inzicht in de elementaire noties van de Westerse beschaving en het kennis nemen van de grote werken van de westerse filosofie en kunst de grondslag dienen te vormen van een brede opleiding. Dat kun je eigenlijk niet meer zeggen.'

Maar waarom eigenlijk niet? Omdat 'het multiculturalisme zich hult in een vocabulaire dat kritiek als het ware de pas afsnijdt. De uitgangsstelling is: de ongelijkheid is het grootste probleem van de Amerikaanse samenleving, en die kan alleen worden opgeheven door een fundamentele verandering van onze collectieve identiteit. We moeten onze maatschappij niet langer zien als een voornamelijk westers produkt, maar als een mozaïek waarin alle culturele kleuren even helder schijnen.'

Daarbij wordt volgens Bernstein veronachtzaamd welke enorme veranderingen zich de laatste decennia hebben voltrokken. 'De burgerrechtenbeweging heeft een unieke sociale omwenteling teweeggebracht. Het denken over rassenbetrekkingen is sterk veranderd, de zwarte gemeenschap heeft zich in razend tempo geëmancipeerd. De multiculturalisten doen alsof dat weinig voorstelt. Of ze willen nog een stap verder zetten: niet alleen zorgen dat er gelijke kansen zijn voor iedereen, maar ook garanderen dat de uitkomst voor iedereen gelijk is.

'Dat betekent onvermijdelijk dat er ongelijke criteria moeten worden gehanteerd. En dat gebeurt dan ook: er is een waaier van voorkeursregelingen voor bepaalde groepen. Een kostbare en ingrijpende exercitie. Zou die een overwegend gunstig effect sorteren, dan zou ik zeggen: best. Maar dat is niet het geval. Bovendien worden mensen aangemoedigd zich vast te klampen aan de rol van slachtoffer.

'Het multiculturalisme voert de sociale harmonie hoog in het vaandel. Maar in feite zet het mensen ertoe aan zichzelf meer te beschouwen als leden van een belangengroep dan als burgers van een omvattende natie. Het versterkt het idee dat je lot vooral afhangt van je groepsidentiteit en niet zozeer van wat je er zelf voor doet. Dat staat op gespannen voet met elementaire liberale waarden.'

De centrale plaats van het individu in de liberale cultuur maakt ook dat Bernstein weinig op heeft met het omstreden boek The Bell Curve, waarin het verband tussen ras en intelligentie wordt geanalyseerd. 'Ik zie de relevantie er niet van in. Het gaat om de intelligentie van het individu, niet van de groep. Mijn stelling is dat je nog zo intelligent kunt zijn, maar als je opgroeit in een cultuur die weinig waarde hecht aan individuele verantwoordelijkheid en hard werken, kom je niet ver.'

ER WORDEN door de multiculturalisten vele verderfelijke ismes in stelling gebracht - tot en met ableism (definitie: oppression of the differently abled by the temporarily able) en lookism (the belief that appearance is an indicator of a person's value) -, maar het zwaarste kanon blijft toch het racisme. Niet in de laatste plaats doordat met name de Afrikaans-Amerikaanse gemeenschap zich zeer gevoelig toont voor de opvatting dat de formele gelijkstelling weinig heeft opgeleverd en dat men nog steeds hevig te lijden heeft onder (blank) racisme. Niet de openlijke rassenhaat van Jim Crow, maar de subtiele discriminatie die bijvoorbeeld ligt opgesloten in schoolprestatienormen die zouden zijn toegesneden op blanke kinderen.

Wat daarvan te denken en waarom laat de zwarte middenklasse, die de 'blanke' barrières wel heeft genomen, zo weinig van zich horen? Bernstein: 'Het introduceren van aparte normen voor verschillende bevolkingsgroepen is een heilloze weg. Dat zwarte leerlingen vaker mislukken, heeft een culturele achtergrond en komt niet doordat er zogenaamd met blanke maten wordt gemeten. En wat de zwarte middenklasse betreft, die laat wel degelijk van zich horen. Maar gematigde zwarten staan onder dezelfde druk als blanken, namelijk dat de tegenstander uit een arsenaal van sentimenten kan putten dat zeer intimiderend is. Ik merk dat zelf ook in openbare discussies. Dan neemt een zwarte academicus het woord en schildert hoe zijn cultuur eeuwenlang is onderdrukt, om eraan toe te voegen: en net nu we de achterstand een beetje beginnen in te halen, komt deze bevoorrechte meneer Bernstein hier beweren dat het multiculturalisme niet deugt.'

En wat is daartegen dan zijn verweer? Een zucht: 'Allereerst dat ik mezelf niet herken in de wereld die hij beschrijft. Het staat helemaal niet vast dat ik zo bevoorrecht ben. Misschien heeft hij zijn positie wel te danken aan een voorkeursregeling voor zwarten of is hij de zoon van een dokter die niettemin in aanmerking kwam voor een op raciale gronden toegekende beurs. In beide gevallen heeft hij meer dan een streepje voor gehad. Ik ben van eenvoudige komaf. Natuurlijk wil ik niet wegpoetsen dat het racisme een krachtig stempel heeft gedrukt op de Amerikaanse geschiedenis. Maar een verkeerd beleid blijft een verkeerd beleid, ook al is de intentie een onrechtvaardigheid uit het verleden te corrigeren.'

Assimilatie blijft volgens Bernstein, zoon van een joodse kippenfarmhouder in Connecticut, het devies voor elke minderheid. 'Assimilatie gaat gepaard met zekere offers. Je moet een stukje van je eigen cultuur opgeven. Maar daar staat een hoge beloning tegenover: het lidmaatschap van de Amerikaanse club. De voordelen daarvan zijn zeer aanzienlijk. Ik ben zeer dankbaar voor de kansen die de liberale cultuur van dit land mij heeft geboden. En de ironie is: veel multiculturalisten, intellectuelen die behoren tot de middenklasse, hebben daar zelf ook enorm van geprofiteerd.'

Richard Bernstein: Dictatorship of Virtue. Multiculturalism and the battle for America's future.

Alfred Knopf; $25.

ISBN 0 679 41156 9.

Meer over