Dictatuur der kleine minderheid

De Muur is al acht jaar geleden geslecht. De communisten zijn in Europa verdwenen of hebben zich tot de markt bekeerd....

JAN VAN DER PUTTEN

Van onze correspondent

ROME

Bertinotti is secretaris en Cossutta voorzitter van Communistische Herstichting. Deze partij komt voort uit de weigering om de afgang van het wereldcommunisme op Italië te betrekken. Ze begon als een stevige splinter van de opgeheven Italiaanse communistische partij. In de laatste verkiezingen, in april vorig jaar, haalde ze iets meer dan 8 procent van de stemmen.

Daarmee werd ze de vierde partij van Italië. Anderhalf jaar later is ze de machtigste partij geworden, omdat ze met het doodvonnis over de regering-Prodi zwaait. Na bijna zes jaar crisis is dat het treurige resultaat van het geknutsel om Italië, het land met ieder jaar een nieuwe regering, politiek stabiel te maken.

Laatst verklapte Prodi aan een applausgraag publiek dat hij in zijn eerste maanden als premier, op internationale bijeenkomsten steeds maar dezelfde vraag moest beantwoorden: hoe lang houd jij het nog uit? Triomfantelijk zei de premier dat hij de laatste tijd van die vernederende vraag geen last meer had. Want de regering, zei hij, heeft succes op succes geboekt en zit nu stevig in het zadel. Kort daarna begonnen Bertinotti en Cossutta verwoed aan dat zadel te rukken. En daarmee maakten ze het nare vraagje weer volop actueel.

Prodi zou onbezorgd tot het einde van zijn ambtstermijn kunnen blijven zitten als de politici een beter kiesstelsel in elkaar hadden gezet. Italië kan alleen regeerbaar worden als er een duidelijke politieke tweedeling komt tussen progressieven en conservatieven. Het winnende blok zou een stevige parlementaire meerderheid moeten krijgen. Als de regering het slecht doet, kunnen de kiezers in de daarop volgende verkiezingen het andere blok een kans geven.

Maar een kieswet die vlees noch vis is, baart vreemde coalities. In 1994 ging Berlusconi in zee met het ongeleide projectiel Bossi van de Liga Noord. Na zeven maanden trof het projectiel doel en was Berlusconi zijn regeringsmeerderheid kwijt.

In 1996 moest ook de nieuwe centrum-linkse coalitie Olijf een lastige partij als coalitiegenoot nemen om aan een meerderheid te komen, Communistische Herstichting. Bertinotti kwam door deze cohabitatie op rozen te zitten. Hij legt de regering zijn wil op, zonder zelf regeringsverantwoordelijkheid te willen dragen. Niet de lasten, wel de lusten, en vooral de schijnwerpers.

Met zijn veto tegen de ontwerp-begroting voor 1998 beheerst Bertinotti sinds een week het nieuws en smaakt daarbij genoegen op genoegen. Vriend en vooral vijand nemen hem nu serieus. Zijn ex-kameraad en aartsvijand Massimo D'Alema, leider van de bijna drie keer grotere PDS, heeft hem gesmeekt om redelijk te zijn. En Bertinotti heeft laten zien dat je zijn neocommunistische partij niet kunt afdoen als een restant uit het verleden.

Maar wat is dat voor een partij, die Communistische Herstichting? Sommigen zien haar als een naadloze voortzetting van de oude Italiaanse communistische partij. Maar ze is vooral een partij van gepensioneerden en van bepaalde groepen fabrieksarbeiders. Die streven niet naar de dictatuur van het proletariaat, maar naar de handhaving van de - in Italië zeer genereuze - vut. Aan Marx of Maastricht hebben ze geen boodschap, maar wel aan de handhaving en uitbreiding van hun (voor)rechten.

Herstichting moet van Bertinotti de partij van de onvrede worden. Haar natuurlijke plaats is dus de oppositie. Maar als ze haar doel kan bereiken via de regering, des te beter. De vraag is natuurlijk hoe ver de regering kan gaan met concessies aan haar tegennatuurlijk wordende bondgenoot als die, zoals president Scalfaro zei, een stok tussen de wielen steekt.

Het is mogelijk dat ook deze keer de stok op het laatste moment wordt teruggetrokken, omdat concessies aan Bertinotti voor de regering minder erg zijn dan het alternatief: een uitzichtloze politieke en financiële crisis, verlies op het nippertje van de aansluiting met de EMU, oplaaien van de afscheidingsbeweging in Noord-Italië.

Maar dat is geen basis waarop een regering kan werken. Een coalitie is geen coalitie als een van de partners geen partner is, maar een dwingeland en een sta-in-de-weg. Met de dictatuur van het proletariaat valt het wel mee. Maar de dictatuur van een kleine minderheid blijkt in Italië nog altijd mogelijk.

Jan van der Putten

Meer over