Dichter van Odyssee was misschien wel een vrouw

EÉN DING MOET Hans Derks in ieder geval worden nagegeven: hij is geen historicus die zich tevreden stelt met gerommel in de marge van zijn vak....

Niet akkerbouw, zoals Finley (bij leven hoogleraar oude geschiedenis in Cambridge) en de meeste moderne geleerden met hem meenden en menen, maar veeteelt is volgens Derks van overwegend belang geweest voor het ontstaan en de ontwikkeling van de cultuur van Hellas. Hij pleit ervoor het 'akkerbouw-paradigma' te vervangen door een 'dierenteelt-paradigma' (de termen zijn van hem).

De consequenties van deze herinterpretatie wil hij vervolgens laten zien aan de hand van het thema 'democratie' en dat van de 'man-vrouw verhoudingen'. Daarbij verdedigt hij soms opmerkelijke stellingen. Zo zou de dichter van de Odyssee een vrouw zijn en is het leerdicht van Hesiodos over de landbouw 'misschien zelfs incestueus'.

Kan men de schrijver een zeker lef bij het kiezen van zijn stof niet ontzeggen, dat is ook het enige positieve dat er over De koe van Troje te melden valt. Het is een treurig stemmend boek. Wat een pretentie! Wat een warwinkel van slecht verwerkte kennis! En wat een abominabel Nederlands! Dat laatste is misschien nog wel het ergst. Wie onzin verkoopt op een aantrekkelijke wijze, kan (in ieder geval bij mij) nog op enige welwillendheid rekenen. Maar wie, zoals Derks, ook nog slecht schrijft, verspeelt elk krediet.

Nu eens deugt de woordvolgorde niet: 'Vroeger en nu de kameel vervangen is door de automobiel.' Dan is er grammaticaal iets mis, waardoor soms onbedoeld een komisch effect wordt verkregen: 'Die schapen werden in het holst van de nacht direct gedood, gevild, geroosterd en verorberd bang om een spoor achter te laten.' Van sommige uitdrukkingen is de betekenis onbekend: 'Niet in het minst' wordt consequent gebruikt waar 'niet het minst' zou moeten staan. Met de spelling heeft de in 1986 aan de Universiteit van Amsterdam gepromoveerde Derks ook al moeite.

Dit zijn bij lange na niet alle fouten en slordigheden die De koe van Troje ontsieren. Wie het signaleren van dit soort zaken muggezifterij vindt en roept dat de inhoud veel belangrijker is dan de vorm, moet erop worden gewezen dat vorm en inhoud in dit boek op zeldzame wijze met elkaar overeenstemmen.

Met al zijn gefulmineer tegen 'oikoïdale wetenschappers', 'conservatieven/christenen van het continent, waarbij je dan vooral moet denken aan rooms-katholieken en desnoods lutheranen', 'Moses (bedoeld is M.I. Finley) en zijn profeten', met al zijn van her en der bijeengebrachte parallellen (Touaregs, Iraakse bedoeïenen, herders uit Kenya en Tanzania worden gemobiliseerd om het primaat van de 'dierenteeltcultuur' in het oude Griekenland te verdedigen), met al zijn vertoon van belezenheid (de bibliografie telt meer dan driehonderd titels) slaagt Derks er niet in ook maar één van zijn ideeën, laat staan de noodzaak van een paradigma-wisseling, aannemelijk te maken. Maar hij vergast zijn lezers wel op de meest dwaze redeneringen.

Neem een passage waarin gesproken wordt over de 'man-vrouw verhoudingen'. Na eerst opgemerkt te hebben dat tot nu toe in het onderzoek hiernaar de Griekse mythologie verregaand misbruikt is, laat hij vervolgens zien hoe die mythologie dan wel gebruikt zou moeten worden. Hij kiest daarvoor onder meer het verhaal van de Danaïden, de vijftig dochters van Danaos, die gedwongen werden te trouwen met hun neven, maar daar niets voor voelden en - op één na - hun echtgenoten in de bruidsnacht vermoordden.

Derks grijpt dit verhaal aan om te poneren dat in het oude Griekenland het matriarchaat heeft bestaan. Dat doet hij op werkelijk onnavolgbare wijze. Letterlijk staat er: 'Omdat in de mythe talloze malen over tweelingen en tweeling-situaties (50 neven en 50 nichten) wordt geschreven, hadden ethno-psychoanalytici wellicht geraadpleegd moeten worden. Een van de oudste onder hen, Marcel Griaule, heeft nu bij de Dogon in het vooroorlogse frans-koloniale Mali zijn zegsman Ogotêmmeli, een soort Afrikaanse Freud, horen zeggen: 'De clitoris van het meisje is dus een symbolische tweeling, een hindernis voor mannen, waarmee zij nooit kinderen kunnen verwekken en die hen zelfs hindert als zij met een man slapen. . (Deze zou) 'gestoken' worden. Het orgaan, dat zich voor zijn gelijke houdt, zou concurrent van de bijslaper worden.' Nadat Griaule eenmaal van de couch van Ogotêmmeli was opgestaan, heeft hij zich niet gerealiseerd dat de Dogon hem de Danaïden-mythe navertelde: hebben de Danaïden niet met hun haarpin (= clitoris!) in het huwelijksbed (!) een man (!) vermoord (!)? Sterker nog: Artemis komt en redt één van de 50 mannen, 'omdat hij haar maagdelijkheid gespaard heeft'! Hier is toch, afgezien van een paar details, zonder meer het absolute bewijs gevonden dat bijvoorbeeld het matriarchaat bestaat.'

Tot zover Derks. Is het nodig hieraan nog commentaar te verbinden? Met passages als deze - het boek staat er vol mee - diskwalificeert de auteur zichzelf al genoeg. De koe van Troje verdient het niet serieus genomen te worden.

Hans Teitler

Hans Derks: De koe van Troje - De mythe van de Griekse oudheid.

Verloren; ¿ 57,50.

ISBN 90 6550 519 9.

Meer over