Dichter des Vaderlands (minus PVV)

In zijn nieuwste dichtbundel schetst hij Nederland 'als een woestijn van vrijheid'. Dichter en acteur Ramsey Nasr vindt zichzelf een optimist. 'Ik zie dat mensen op straat soms voorkomender worden, bijna als statement. We zijn ons eigen verval zat.'

SARA BERKELJON

'Ramsey Nasr je bent zelf een facist en ook nog een nep Nederlander. Man flikker op naar je zandbak waar je vandaan komt want vuil zoals jou hebben we hier niet nodig.'

Donderdag verscheen Mijn nieuwe vaderland. Gedichten van crisis en angst, een selectie uit gedichten en opiniestukken die Nasr (37) de laatste jaren schreef als Dichter des Vaderlands. Hij neemt duidelijk stelling - tegen het huidige kabinet, tegen Geert Wilders. Op de eerste pagina's van de bundel staat 'een greep uit de fanmail' van het afgelopen jaar. Nasr koos niet de ergste voorbeelden. 'Ik word ook doodgewenst, mijn familie wordt voor Hamas uitgemaakt, ik word antisemiet genoemd. Ik lees zo vaak dat ik moet oprotten, het land uit.

'Je went er aan. Er zijn mensen die houden van wat ik schrijf, maar er zijn er ook een héleboel die mij haten.'

Krijg je veel van dit soort fanmail?

'Ook, maar het zijn vooral reacties op Geenstijl en dergelijke. Het riool van Nederland, zeg maar.'

Waarom vinden ze jou bij Geenstijl zo verschrikkelijk?

'Voor veel Geenstijlers is elk idealisme, elke oprechte bevlogenheid verdacht. Je kunt niet zeggen dat Geenstijl een PVV-club is - ze zijn gewoon tegen álles. Alles moet ontmaskerd, kapot. Reaguren is de ultieme vrijheid zonder de minste verantwoording. Natuurlijk werkt een opiniestuk of gedicht over zaken als onze nationale identiteit of de Nederlandse cultuur als een rode lap op een stier: meneer de kut-Gaza-dichter komt even het vaderland redden, tieft toch op man. Het ene moment wordt er gezegd dat kunstenaars uit hun ivoren toren moeten komen, zich moeten bezighouden met de maatschappij. En als je dat vervolgens doet, bijvoorbeeld in opiniestukken, krijg je te horen dat je maar weer gedichtjes moet gaan schrijven.'

Dominique Weesie zei, live op televisie tijdens PowNews: ik voel me niet aangesproken, en je bent ook míjn Dichter des Vaderlands.

'Ja, om vervolgens zijn middelvinger op te steken richting de camera. Weet je, in het begin was ik een allemansvriendje, probeerde ik zo veel mogelijk mensen te betrekken. Maar als zo iemand zijn middelvinger naar mij opsteekt, wíl ik zijn Dichter des Vaderlands helemaal niet zijn. En dan is het ook nog iemand van een programma waarin anderen uitsluitend worden afgezeken. Als je ziet wat zo'n... eh, hoe heet die journalist, hun sterverslaggever?'

Rutger Castricum.

'Als je ziet wat zo'n Rutger doet... Het gaat nergens, maar dan ook nérgens over inhoud. Het is geen journalistiek, het is alleen maar ranzig. Een voorbeeld: Jeroen Pauw vertelde laatst op televisie dat hij tweehonderd vrouwen heeft gehad. Dus ging die Castricum allerlei politici ondervragen - alleen vrouwen natuurlijk. Jeroen Pauw, erop of eronder? Dan kun je nog zeggen: ha-ha-ha, maar tegen Kathleen Ferrier ging hij nog een stapje verder: is een hele mond vol hè, Jeroen Pauw? Is dat lekker? Heel veel slikken, hè? Gaat het dan helemaal zó?' Nasr beweegt zijn vuist voor z'n mond en maakt kokhalsgeluiden. 'Je ziet Ferrier kijken en denken: ik kan niet weglopen, ik moet hierop reageren. Die politici schijten in hun broek en die Castricum bepaalt wat er gebeurt. Politici kiezen er voor om die ranzigheid over zich heen te laten komen uit angst stemmen te verliezen en om populair over te komen. Daar kan ik niet bij.'

'Dat is zo, maar ik hoef toch niet de mening van alle Nederlanders te delen? Ik keer me niet tegen PVV-stemmers. Ik snáp de mensen die vinden dat hun land onherkenbaar is veranderd. Ik snap die onvrede en die sentimenten, maar dat doet niets af aan mijn kritiek op de PVV en Wilders. Want die partij stookt enkel de onderbuikgevoelens op. Als je pleit voor etnische registratie en kopvoddentaks ben je gewoon gevaarlijk.'

Heb je getwijfeld over het gebruik van het woord fascist? Het kan de aandacht nogal afleiden.

'Jawel, maar het is geen dichterlijke vrijheid. Er zijn argumenten voor. Je hoeft niet meteen aan nazi's of de Tweede Wereldoorlog te denken om te kunnen spreken van een fascistisch gedachtengoed. Wilders partij is autoritair, anti-democratisch, anti-liberaal, ultranationalistisch, wil artikel 1 van de Grondwet schrappen, discrediteert de Nederlandse én internationale rechtspraak en schept een beeld van een zuiver, mythisch Nederlands volk, waarbij een andere groep systematisch tot zondebok wordt verklaard. Volgens het woordenboek kom je dan al snel uit bij de kwalificatie fascist. Punt. Dat is geen demonisering, maar een definiëring.'

Uit deze bundel rijst een bijzonder negatief beeld op van Nederland, als een totaal doorgeslagen, platvloers land, 'een woestijn van vrijheid'.

'Verweesd, denk ik. En bijzonder negatief vind ik het absoluut niet. Ik ben een optimist. Het zijn alleen geen fijne tijden, in geen enkel Europees land.'

Je zou ook kunnen denken: Nasr kijkt neer op de massa.

'Nee, helemáál niet! Totáál niet! Ik kijk nergens op neer. Mijn moeder en mijn lief kijken ook wel eens naar soaps - wat is daar mis mee? Ik weet heel goed wat het belang is van een spelletje als Lingo. Het is gewoon fijn om even niet aan ellende of de buitenwereld te hoeven denken.'

Kijk je zelf naar Lingo?

'Nee, maar dat wil niet zeggen dat ik erop neerkijk. Er is nu een beweging, gesteund door politiek en media, die dat soort programma's als zaligmakend propageert, die zegt: dát is onze cultuur en de rest is elitair gezeik. In België hoor je nog wel eens een politicus praten over een boek dat hij heeft gelezen. Hoor je Nederlandse politici dat ooit doen? Nee toch? Ik wil een politicus die z'n saaie werk doet, geen politicus die twittert omdat dat zo populair is.'

Alle politici twitteren. Dat is niet meer terug te draaien.

'Ja. En ik verbind daar een conclusie aan, namelijk dat we in een crisis verkeren - dat kun je negatief noemen, maar het is zo. Alles moet leuker, platter, simplistischer, grover.'

Hoe komen we daaruit?

'Ik zie dat er een soort tegenbeweging op gang komt. Ik zie dat mensen op straat soms voorkomender worden, ook hier in Amsterdam, bijna als statement. We zijn ons eigen verval zat, denk ik.'

Ramsey Nasr, zoon van een Nederlandse moeder en een Palestijnse vader, groeide op in Rotterdam. Zijn ouders besloten bewust om Nasr en zijn twee broers (hij is de middelste) een eentalige, Nederlandse opvoeding te geven, zegt hij. 'Als Palestijn heeft mijn vader het hier tamelijk zwaar gehad. Nasr, dat klonk exotisch. Egypte! Piramides! Als hij dan vertelde dat hij niet uit Egypte kwam, zoals president Nasser, maar uit Palestina, zag hij de gezichten verstarren. Dan hoop ik maar dat je geen bommen bij je hebt, werd er dan gezegd.'

Hij zucht. 'Zoiets is één keer leuk, niet honderd keer. Met een Nederlandse opvoeding zijn we van het gedonder af, hebben hij en mijn moeder waarschijnlijk gedacht. Ik heb me altijd volstrekt Nederlands gevoeld.'

Was je altijd een idealist?

'Wás ik maar een idealist. Ik vind dat ik veel te weinig doe. Mensen die bejaarden of gehandicapten verzorgen, Artsen zonder Grenzen, dat zijn idealisten. Rechtvaardigheidsgevoel heb ik wel. Ik denk dat dat is ingegeven door het feit dat mijn vader Palestijn is.'

Was je als kind met je Palestijnse afkomst bezig?

'Nee. Ik was wel tegen Israël, maar ik had geen idee waarom. Ik weet nog dat ik met een button rondliep, Israel Out, uit de bezette gebieden dus. Daar wonden docenten zich over op, maar ik wist niet eens waar de bezette gebieden precies lágen. Ik was geëngageerd zonder argumenten. Pas op de toneelschool ben ik gaan lezen over de geschiedenis van de Palestijnen. Mijn vader had daar nooit over uitgeweid.'

En jij had hem er nooit naar gevraagd?

'Niet zo specifiek. Wij discussieerden wel altijd, aan tafel, over politiek, over abortus, over de doodstraf.'

Had jij de grootste mond?

'Helaas wel. Ik vond mezelf onweerstaanbaar grappig en interessant. Nee, dat is niet waar. Dat vind ik nu.' Harde lach. 'Ik was gewoon een aandachttrekker. Acteur, hè. Als de juf even de klas uit ging, sprong ik op tafel, haalde ik m'n piemel uit m'n broek en ging ik er gitaar op spelen. Met de hele klas gieren van het lachen. Maar goed, dit speelde zich af toen ik 5 of 6 was, hè - dat je het weet. Dat je niet denkt dat ik als 17-jarige gymnasiast...'

Je deed wel je best op school?

'Jaha, daarom tolereerde men mijn gedrag. Ik haalde de hoogste cijfers , dus ik was ook een beetje het lievelingetje van de leraren. Het ene hield het andere in evenwicht.'

Waarom wilde je acteur worden?

'Om de aandacht, denk ik. Het is natuurlijk een afwijking, maar ik genoot als een zaal stil was en naar mij luisterde. Op de kleuterschool wilde ik koningin worden, toen Darwin, toen striptekenaar en op de middelbare school deed ik mee met schooltoneel en werd het acteur. Rocky, 48 Hours, The Deer Hunter, ik vond het allemaal prachtig. Ik wilde rijk en beroemd worden, naar Hollywood. Op die drijfveren van toen ben ik niet trots, maar misschien had het met iets zinvollers te maken, namelijk het verlangen om autonoom te zijn, als mens.'

Nu geef je er wel een erg positieve draai aan.

Lachend: 'Terwijl ik eigenlijk gewoon heel ziek ben, bedoel je, in mijn hoofd? Ik kan me dat verlangen nu niet meer voorstellen, dus geef ik er een positieve draai aan, ja. Maar ik wilde écht acteren. Dat was wezenlijker dan rijk en beroemd willen worden. Dat leek me vooral geweldig omdat je dan je eigen leven kunt bepalen. Zodat je onbeschoft een mandarijntje kunt eten tijdens een interview met de Volkskrant, zonder dat iemand er wat van zegt.' (Neemt een hap.)

Sinds twee jaar woont Nasr weer in Nederland, in het centrum van Amsterdam, na achttien jaar Antwerpen. Daar bleef hij na de toneelschool hangen en was hij in 2005 een jaar stadsdichter. Over zijn verhuizing naar Amsterdam: 'Ik was toe aan iets nieuws, ook vanwege een liefdesgeschiedenis die ik wilde afronden. Als je met je ex in exact dezelfde wereld leeft en exact dezelfde vrienden hebt, is dat vragen om problemen. Dan kun je niet tot rust komen.'

Zit je veel alleen thuis?

'Ik ben - het is een scheldwoord, mijn huidige lief gebruikt het wel eens - huiselijk geworden.'

Bulderlach. 'Maar ik ben echt niet altijd zo rustig. Gelukkig was ik eergisteren weer eens dronken. Vroeger werd ik heel baldadig door drank, ging ik in gebouwen klimmen en heel hard roepen. Ik schreeuw nog steeds wel, maar vroeger was het echt niet te harden. Reed ik met een opgevoerde brommer het café in. Dan werd ik de volgende dag wakker en dacht ik: hè, heb ík dat gedaan? En dan bracht ik de barman maar weer een vetplantje, om het goed te maken.'

Nasr acteert ook nog steeds, in de VARA-serie Overspel bijvoorbeeld. En hij is bezig aan zijn debuutroman - al jaren trouwens.

'Een paar jaar geleden moest ik van mezelf geforceerd aan die roman werken. Daar heb ik mijn relatie mee verpest. Op vakantie gaan - dat doen we wel als de roman af is! Maar als je alles uitstelt, ondergraaft dat op den duur ook alles. Nu gaat het weer goed hoor, met iemand anders, maar in die tijd heb ik mezelf en mijn toenmalige vriendin veel ontzegd.'

Je hebt wel eens gezegd dat schrijven belangrijker is dan een vrouw.

'Dat zijn van die uitspraken waarvan je later denkt: hoe heb ik dat ooit kunnen zeggen? Terwijl, als je er langer over nadenkt...'

Zit er eigenlijk wel wat in.

'Ja. Je wilt het natuurlijk allebei. Ik merk dat ik nu veel meer moeite doe voor een relatie, dat ik er meer aandacht aan besteed. Misschien duurt het nog vijf jaar voor die roman af is, jammer dan. De concrete vraag blijft: waarom ben je hier? Wil ik gelukkig zijn in de liefde en in de kunst niets van betekenis maken? Of wil ik iets maken van betekenis en dan maar ongelukkig sterven?'

En?

'Het kan mij uiteindelijk geen reet schelen of Dostojevski en Van Gogh gelukkig waren. Ik ben gewoon blij dat die boeken en schilderijen er zijn. Dus dan kies ik toch voor het laatste. Omdat ik me niet kan voorstellen dat ik gelukkig zou blijven als ik voor de liefde zoveel zou moeten laten liggen.'

Na een verhandeling over Dante, die zijn liefdesverdriet wist om te zetten in De goddelijke komedie, 'een perfect kunstwerk', is Nasr ineens even stil. 'Als je mij nou écht vraagt om te kiezen, dan kies ik, tóch, voor de vrouw. Ik kan het nu misschien nog niet, maar uiteindelijk is dat het doel. Niet zozeer die vrouw, als wel een kind - van ons sámen. Omdat dat het enige is wat me echt over de dood heen kan tillen.

'Ik denk dat ik een leuke vader zou zijn en, wat wezenlijker is, als je niet in een God gelooft is er maar één ding dat overblijft: de evolutietheorie. Dat is de enige reden waarom we hier zijn. Over een paar honderdduizend jaar bestaan we niet meer. Dante, de Nachtwacht - dat is dan wég.'

Denk je na over wat jouw nalatenschap als kunstenaar zal zijn, over honderd jaar?

'Ja, en misschien moet ik daar eens mee stoppen, want ik ben al onzeker genoeg over wat ik maak. I like to think big. Hugo Claus heeft ooit gezegd dat hij dacht dat hij een paar jaar na zijn dood al niet meer gelezen zou worden. Hij meende dat en vond dat niet erg. Dan denk ik: jézus, dat je dát kunt zeggen en toch dat oeuvre schrijven. Daar heb ik veel ontzag voor.

'Ik bedoel met nalaten niet eens zozeer iets als De goddelijke komedie of de Nachtwacht. Neem Wim T. Schippers en Paul Haenen, de stemmen van Bert en Ernie. Hoeveel generaties zijn daarmee opgegroeid? Als je aan Ernie denkt, hoor je Schippers. Dat zou ik mooi vinden, als een paar van mijn verzen zich zouden nestelen, als een soort virus. Het hoeft allemaal niet zo hoogdravend.'

Is het genoeg, een paar gedichten?

'Ja, dat is wel genoeg, maar dan heb ik het wel over het eind van mijn leven - dan heb ik hopelijk een rijtje boeken geschreven.'

Nasr is even stil. 'Dit gesprek gaat een verkeerde kant op. Het gaat nu over mijn intiemste drijfveer, dat is niet iets wat ik graag met iedereen wil delen.

'Ik weet van mezelf: als ik één ding moet leren, is het om nederig te zijn. Vooral ten opzichte van mijn eigen wensen.'

Waarom lukt het je nu wel om een relatie in stand te houden?

'Ik weet inmiddels dat je niet gelijk moet denken: o jee, het gaat weer verkeerd. De eerste vakantie zijn er dingen die wringen, maar door dat op een eerlijke manier te bespreken, loopt tijdens de tweede reis alles op rolletjes. En voor je het weet zit je op een cruise over de Zwarte Zee. Dat was voor werk, trouwens, ik moest lezingen geven aan boord. De reisorganisatie zei: waarom neem je je vriendin niet mee? Eerst dacht ik: ja, nou, ik ben aan het werk enzo, maar het was gewéldig. Sta je ineens als twee bejaarden op een cruise.'

Hoe lang is ze al je vriendin?

'Een dik jaar.'

Zie je jezelf trouwen?

'Dat zie ik mezelf altíjd. Misschien gaat het nu goed omdat ik daar dit keer niet zo mee bezig ben. Voorheen maakte ik altijd toekomstplannen. Ik wist al welke band ik zou uitnodigen op de bruiloft. En als het dan ineens uitgaat, zit je daar, met de namen van je kinderen.

'Ik probeer in het nu te leven in plaats van in mijn eigen onmogelijke toekomstbeelden: de ideale vrouw, de ideale roman, de ideale mens, de ideale wereld.'

Heb je je neergelegd bij het feit dat die dingen niet bestaan?

'De ideale vrouw bestaat wel, alleen ben ík niet ideaal. En de ideale roman bestaat ook, maar die is al geschreven. Ik moet gewoon een aardig verhaal maken. Dat bedoel ik met nederigheid - met dat eerste boek wilde ik de roman opnieuw uitvinden. Ik heb zeshonderd pagina's in een la liggen. Alles blijft ideaal, zolang je het nooit uitvoert. De ideale roman is misschien wel de roman die alleen maar in mijn hoofd blijft zitten.'

undefined

Meer over