Dialyse klaar voor marktwerking

Dialyseafdeling..

Carlijne Vos

Emmen ‘Wij doen alles dubbel. We voeren eerst de gegevens handmatig in op de daglijst van de patiënt, dan voeren we het in de computer in. Dan komt de arts die op zijn ronde wat krabbelt in de medische status. Dat voeren we weer in op de computer, printen het uit en stoppen het weer in de daglijst en ga zo maar door. Het kost allemaal zoveel tijd.’

Martine Sijbom (26) dialyseverpleegkundige in het Leveste Scheperziekenhuis in Emmen, weet wel een oplossing. ‘Waarom zetten ze geen laptop op zaal? Dan is alle informatie over de patiënt compleet en kan alles direct door iedereen worden ingezien en aangevuld.’

Sijbom is naar schatting anderhalf uur per dag bezig met het invoeren van gegevens. Dat is deels inherent aan het werk, weet ze. Dialyseren – het spoelen van nierpatiënten – is uiterst gespecialiseerd werk. Op deze donderdagochtend is ze samen met een andere verpleegkundige verantwoordelijk voor zes patiënten die vier uur aan het dialyseapparaat liggen. De patiënten op haar afdeling – ‘kantje 3’ – slapen, bladeren wat in een tijdschrift of eten een kaassoufflé die net is rondgebracht.

Toch is veel administratie overbodig en belastend, vindt Sijbom. ‘Waarom moeten we elke dag alles registreren, ook als de dialyse stabiel is verlopen? Het lijkt me logischer om alleen problemen of bijzonderheden te vermelden.’

De bureaucratie en protocollering van behandelingen is werknemers in de zorg een doorn in het oog. Veel verpleegkundigen haken af, beginnen voor zichzelf of kiezen voor meer gespecialiseerd werk zoals Sijbom deed. ‘Na mijn HBO-opleiding heb ik op de verpleegafdeling gynaecologie gewerkt. Het is een nuttig om er ervaring en routine op te doen, maar na een jaar had ik het gezien. Bijna alles moest volgens het protocol. Als je zelf niet meer mag nadenken, moet je waken voor afvlakking.’

Dat het vervelend is om al die gegevens in te voeren, weet afdelingsmanager dialyse Hans van Liere wel. ‘Maar’, zegt hij opgetogen, ‘straks zal blijken waar het allemaal goed voor is.’

Hij doelt op de zogeheten prestatie-indicatoren die straks uit de registraties moeten rollen. ‘Dan weten we bijvoorbeeld hoeveel patiënten overlijden, hoeveel er gedotterd moeten worden en hoeveel complicaties er zijn. Dan weten we, kortom, wat het effect is van onze behandelingen.’

De prestatie-indicatoren zijn volgens Van Liere nodig om straks te kunnen concurreren op de dialysemarkt. Nu valt de behandeling nog onder het gebudgetteerde deel van de ziekenhuiszorg, maar binnenkort moeten ziekenhuizen en zorgverzekeraars met elkaar onderhandelen over de prijs en de kwaliteit van de behandeling. ‘En dan moet je kunnen laten zien welke zorg je levert voor die prijs’, aldus Van Liere.

Het Leveste Scheper Ziekenhuis heeft volgens Van Liere een prima positie op de dialysemarkt, hoewel zelfstandige dialysecentra nu als paddestoelen uit de grond schieten. ‘Die doen hoofdzakelijk de standaardgevallen, wij behandelen de high care patiënten.’ De bewegingen op de markt zullen zich ook vertalen in de prijs, verwacht hij. ‘De prijzen in de privéklinieken zullen dalen en voor de behandeling in het ziekenhuis komt een opslag. Zorgverzekeraars zullen gaan vergelijken wat de instellingen precies leveren voor het tarief dat ze vragen.’

Voorlopig is hij nog bezig om de dialysebehandeling kostendekkend te maken. Dat is nog best lastig aangezien er maar één DBC (diagnose-behandelcombinatie) is voor dialyse. ‘Of je iemand nu drie keer per week vier uur spoelt of vijf keer per week, het tarief blijft hetzelfde.’ Vandaar dat hij nu wil weten wat de kosten van de bedrijfsvoering zijn. ‘Wat kost de energie die we verbruiken? Wat kost het water? Het gespecialiseerde personeel?’

DBC’s, marktwerking, concurrentie. De verpleegkundigen hebben er weinig mee op. ‘Zorg is niet te standaardiseren. Je hebt te maken met mensen. Daar kun je geen prijskaartje op plakken’, vindt Sijbom.

De menselijke maat wordt uit het oog verloren. En dat is doodzonde, vinden de verpleegkundigen die aanschuiven aan de lunchtafel in de kantine. ‘Het is een prachtig vak, waaruit je heel veel voldoening kunt halen.’ Sijbom is vooral gecharmeerd van de combinatie van techniek – van de dialyseapparatuur – en het begeleiden van mensen. ‘Je bouwt echt een band op met mensen. Ze komen hier soms jaren lang. Je bepaalt zelf de behandeling en het is leuk om erover na te denken wat het beste is voor welke patiënt. Die ruimte is er.’

Afdelingsmanager Van Liere is zich bewust van de frustraties op de werkvloer. De klachten over automatisering – of liever gezegd, het gebrek eraan – zijn volgens hem het gevolg van de wet op de remmende voorsprong. ‘Wij werken al met meer geavanceerde software die – nog – niet te koppelen is met de software van andere afdelingen, zoals de röntgenafdeling. Het is ook waardeloos om met printjes te werken.’

In het idee van laptops ziet hij wel wat. ‘Maar zeker niet iedereen denkt zo voortvarend als Martine’, waarschuwt Van Liere. ‘Er zijn verpleegkundigen die amper weten hoe ze de computer moeten opstarten. Die denken: ‘Als ik een briefje op de status plak, dan vindt de dokter het wel.’

Het is goed dat de zorgmarkt in beweging komt, vinden Van Liere en Sijbom. Maar marktwerking is een middel en geen doel. ‘Inzicht in kosten is prima, maar DBC’s zijn waardeloos’, aldus Sijbom.

Van Liere ziet dat instellengen nu vooral gericht zijn om het vergroten van hun werkgebied zodat ze meer contracteerruimte krijgen van de verzekeraar. ‘Dat leidt tot een soort landjepik.’

Carlijne Vos

Meer over