interview

Deze Surinaamse docent was onaangenaam verrast dat ze in Nederland haar opleiding opnieuw moest doen

Soeraya Herman was in Suriname al docent Spaans, maar moest in Nederland onverwachts haar volledige opleiding opnieuw doen. Ze buffelt stevig door en ziet nu de pedagogische voordelen van het Nederlandse onderwijssysteem.

Dylan van Bekkum
Soeraya Herman, docent Spaans op het Ir. Lely Lyceum in Amsterdam Beeld Annabel Miedema
Soeraya Herman, docent Spaans op het Ir. Lely Lyceum in AmsterdamBeeld Annabel Miedema

Als Soeraya Herman (36) vertelt over de eerste les die ze in Nederland gaf – in september 2020 was dat, als stagiaire op een middelbare school in Almere – beginnen haar ogen net zo te glinsteren als haar ronde oorbellen. ‘Ik stond eindelijk weer voor de klas, een heel bekend podium voor mij. Tegenover mijn collega’s en medestudenten ben ik terughoudend, maar niet tegenover kinderen. Toen ik weer mocht lesgeven, werd aan een oud verlangen voldaan.’

Toen ze op de mulo in Suriname Spaanse les kreeg, wist ze dat ze docent Spaans wilde worden. ‘Ik heb het altijd heel mooi gevonden om een andere, vreemde taal te kunnen spreken. Ik bewonderde mensen die dat konden.’ Het lukte: ze studeerde Spaans en werd docent.

Herman verhuisde drie jaar geleden naar Nederland. Ze kwam destijds net uit een relatie, ze wilde een nieuwe toekomst tegemoet gaan en ze was in Suriname ‘uitgegroeid’. Nederland was voorheen nooit in haar hoofd opgekomen, maar het kwam ‘op haar pad’ – meer wil ze over haar verhuizing niet kwijt.

Goede voorbereiding

Herman is wat gespannen voor het gesprek, en ‘voor maar 30 procent voorbereid, man’. Meermaals kijkt ze peinzend uit het raam van het biologielokaal. Of naar de vier kantjes aan aantekeningen over haar komst naar Nederland, die verraden dat ze helemaal niet zo slecht is voorbereid.

Dat ze haar zaken goed op orde wil hebben, komt niet uit het niets. Haar docentschap in Nederland kwam haar namelijk niet aanwaaien. ‘De DUO (de Dienst Uitvoering Onderwijs van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, red.) zei dat ik me maar een jaar hoefde bij te scholen. Maar toen ik me inschreef bij de Hogeschool Utrecht, vonden ze mijn cijferlijst niet genoeg. Ze vroegen een syllabus van de vakken, de boeken die ik had gelezen, videomateriaal om te laten zien dat ik les heb gegeven. Dat was te veel gevraagd, het lukte niet om dat aan te leveren.’

Het kwam erop neer dat Herman de volledige opleiding opnieuw moest volgen. ‘Ik heb het daar twee jaar heel moeilijk mee gehad. Ik zocht de fouten bij mezelf, bij het feit dat Suriname minder goed georganiseerd was. Bovendien had ik al zeven jaar lesgegeven, ik beheerste het vak al. Aan de andere kant was de opleiding ook lastig. Het eerste dossier dat ik inleverde, had een plagiaatscore van 70 procent. ‘Alle benodigde informatie is er toch al? Copy-paste, dacht ik. Maar in Nederland is dat niet hoe het werkt.’

Pedagogische voordelen

Herman overwoog even te stoppen, maar ze doet nog steeds de opleiding. Na 186 sollicitaties werd ze als uitzendkracht aangenomen op het Ir. Lely Lyceum in Amsterdam. Daar zag ze de waarde van de Nederlandse manier van lesgeven. ‘Het Nederlandse systeem sluit heel goed aan bij de vrijheden en mogelijkheden van leerlingen. Ik kan nu differentiëren en kinderen leren dat ze elk einddoel kunnen bereiken. Ik vind het prachtig dat een leerling die op z’n 13de op de mavo begint op z’n 30ste nog arts kan worden. In Suriname kies je al heel vroeg een beroep.’

‘Nederlandse leerlingen zijn individuen en leren al heel jong om mondig en kritisch te zijn. In Suriname verwachten we meer discipline en beleefdheid, al was ik zelf als kind niet de liefste. Ik zal je eerlijk toegeven, sinds ik hier ben gekomen, kan ik het niet helpen om tegen mijn drie eigen kinderen vaker dingen te zeggen als: ‘Hé lieve schat, hoe gaat het, hoe voel je je?’ Ik heb dat overgenomen, ik zie de pedagogische voordelen van die vrijheid.’

Aan de mondigheid van Nederlandse kinderen hoefde Herman dus niet te wennen. ‘Integendeel, ik wil ooit terug naar Suriname. Er is geen verschil, ook Surinaamse kinderen zijn individuen. Ik wil ze leren dat ze moeten durven praten en voor zichzelf moeten opkomen. Dat is mijn droom.’

Meer over