Deze jas trek ik nooit meer uit

Door

In 1973 kochten mijn man en ik een grachtenpandje in het centrum van Amsterdam. Huis en buurt waren ernstig verwaarloosd. De metro moest nog komen. Speculanten lagen op de loer. Zij zagen geen heil in ons pandje, wij wel.


Toen de riolering het begaf, bleken we een kat in de zak gekocht te hebben. Na wat slapeloze nachten besloten we tot restauratie. Men verklaarde ons voor gek.


Ons huis werd onze trots: een mooi bescheiden monumentje in een thans geliefde buurt.


We waren er dertig jaar volmaakt gelukkig, totdat kanker roet in ons eten gooide. Drie dagen voor zijn dood werd mijn geliefde man, 60 jaar jong, door de brandweer vanuit het zolderraam, vlak naast ons bed, 'uitgevaren'.


Ons thuis is nu mijn thuis, boordevol dierbare herinneringen.


Marijke Verhaak-Zuidema


Amsterdam


Wij wonen met zijn tweeën in Den Turp, drie verdiepingen hoog, bouwjaar 1898. Dit huis is onvervreemdbaar verbonden met onze dochters en kleinkinderen, die ver van ons in het buitenland wonen. Zij komen graag logeren, het liefste allemaal tegelijk.


Den Turp is hun thuis, een vast punt in hun universum. Zij ruiken het al bij binnenkomst, want het oude huis ruikt ook oud. In de keuken prijkt een fotogalerij van de jongste generatie. Zij hangen daar, van rechts naar links, in volgorde van hun leeftijd. Van boven naar beneden naar de momenten dat zij zijn vereeuwigd, zo om de drie, vier jaren. Zij hechten sterk aan hun vaste plek, het bevestigt hun gevoel dat ze hier thuis zijn en met elkaar verbonden zijn.


Zo omringen ze ons steeds, nooit uit ons oog, nooit uit ons hart. Den Turp, het oude huis, is het monument van onze familieband.


Charles Turpijn


Breda


Elk huis stonk, toen wij zochten naar nieuwe woonruimte. Tot dat ene huis. Ik liep door elk vertrek en rook. Hal. Niets. Keuken. Neutraal. Slaapkamer. Een flauw vermoeden van vrouwenzweet, maar verder niets.


Ik sta in het midden van de huiskamer en sluit mijn ogen. Ik zie mijn vader aan het fornuis. Op het aanrecht zit een jochie van een jaar of vijf met de krullen van mijn zoon. In een hoek van de kamer mijn verpleegster/dochter, omringd door


weeskindjes. In de tuin, achter het huis, wordt in de oude appelboom een boomhut gebouwd. Onder de boom zitten twee tieners over een bouwtekening gebogen.


Op de veranda zit broos een oude dame, die verdacht veel op mevrouw Scholtes lijkt.


Ik open mijn ogen en kijk de makelaar aan. Goedkeurend.


Dit huis ruikt naar thuis. Na de verhuizing voelde het al of we er al jaren woonden.


Paul Scholtes


Noord-Holland


Toen ons ouderlijk huis verkocht moest worden, dacht ik nooit meer zo dol op een plek te kunnen zijn. Maar na ruim veertig jaar gebeurde dat toch. Als een donderslag bij heldere hemel.


Allebei in de vut, wilden we weg uit de Randstad. We keken al een poosje rond in Twente, waar mijn broer al heel lang woonde. Plotseling was er dat huis op Funda. We waren welkom!


Na een lange oprijlaan, lag daar dat witte huis. Ik was op slag verkocht. Het uitzicht over de velden. De oude eiken. De natuurlijke vijver. Dit was wat we zochten. En een maand later was het van ons!


Iedere dag is een feest, van zonsopkomst tot zonsondergang. En dan die donkere nachten met die hemel vol sterren. Hier wil ik nooit meer weg !


Daphne Kruls - Brouwers


Daarlerveen


Op de achtergrond twee tekeningen uit de jaren twintig, waarschijnlijk gemaakt aan de houten tekentafel door de stam-oudste. Nog juist zichtbaar, zijn Blaupunktradio uit 1938. Ernaast een oude schrijfmachine. Een moderne pendant staat in een rood koffertje op de grond.


Dan een stukje van het oude spooremplacement, waar de Märklintrein nog op kan rijden. Voor de kast, de speeltjes van de jongste generatie, de kleinkinderen. Een speurtocht van een kleine eeuw.


Ed. Schulte


Oosterhout


Wakker worden. Genietend van mijn eerste kop koffie, het buiten langzaam licht zien worden. Mijn gedachten de vrije loop laten, over de dag die komen gaat. Later het bos in lopen en spelen met onze puppy in de sneeuw. Thuis komen en weer warm worden. Om mij heen de schoonheid zien, van de dingen die ook herinneringen vormen. Weten dat waar en hoe ver ik ook zal gaan, ik altijd hier weer thuis kan komen.


Moniek Oosterwijk


Waalre-dorp


Ons huis is geen door onszelf ontworpen villa. Geen door onszelf opgeknapt monumentaal pand. Geen knusse en gezellige jarendertigwoning, waar iedereen van droomt. Het is een gewoon nieuwbouwhuis in een nieuwbouwwijk, waar we nu twaalf jaar wonen.


Sinds ons huwelijk in 1979 hebben we in acht huizen gewoond, van Heerlen tot Curaçao, van Geleen tot Alphen aan den Rijn. Alle huizen waren huurwoningen. We woonden er nooit langer dan vijf jaar. Ons huidige huis is ons eerste echte eigen huis. Een huis waar we rust gevonden hebben. Na twaalf jaar zit het ons gegoten, als een lekkere jas die je niet meer wilt uittrekken.


Peter en Muriel Nohlmans


IJsselstein


Al veertig jaar wonen wij in dit huis. Al veertig jaar ben ik mij bewust van de rijkdom van een eigen plek, een eigen kamer waar ik alles kan doen wat ik leuk vind op creatief gebied.


Mijn kamer noem ik stiekem: mijn baarmoeder, de veilige plek. Rondom mij staan de foto's van mijn kinderen en kleinkinderen en de trofeeën die ik meesleep van vakantie.


De 35 jaar dáárvoor zijn jaren geweest van gedwongen of noodzakelijke verhuizingen. Ouders uit elkaar, vermoord. Jaren van onderduik. Jaren, waarvan ik niet meer weet in hoeveel huizen ik heb gewoond.


Op mijn achttiende, tijdens de verpleegstersopleiding, het eerste jaar intern, het tweede jaar het zusterhuis, daarna een klein zolderkamertje.


Jong getrouwd woonden wij met een baby op een zolder waarvan de bewoners de houten latten tijdens de oorlog in de kachel hadden gestopt. Die ruimte hebben wij met board tot een piepklein huiskamertje gemaakt. Nog steeds weet ik hoe geweldig ik het vond: één kamertje om te slapen en een ander om te ontbijten.


Geen wc. Geen andere badkamer dan het badhuis. Een geïmproviseerde keuken met butagas op de overloop. Maar wel op ons zelf!


Wij kregen drie kinderen. Bij ieder kind was er een iets grotere woonruimte. Eerst die zolder en daarna een studentenwoning boven Kriterion. Een week voor de geboorte van onze laatste kind een écht huis in Amsterdam-West.


Toen kwam het moment dat we ons ergens definitief konden vestigen. De stad uit.


In het najaar van 1970 heb ik bollen gepland. In het voorjaar kwamen ze op. Het voelde alsof ik weer een kind kreeg, een wonder! Alleen nu, hoef ik niet meer te verhuizen. Ik woon hier nu tot het niet meer kan.


Chaja Kause van Bergen


Noord-Holland


Ik heb een goede vriendin, onze vriendschap duurt al 69 jaar. Al die jaren wonen we met elkaar.


Ze zag me geboren worden in die koude winter van '41.


Rook kringelde uit haar schoorsteen, warm hield ze me.


Geduldig liet ze mij m'n kaatsballen stuiteren tegen haar stenen huid.


De oude bomen die om haar heen stonden, waren donker genoeg voor afspraakjes.


Toen er getrouwd ging worden mochten we bij haar 'in' blijven wonen.


Haar huid kreeg allerlei spannende kleuren, groen, bruin en blauw.


Nieuwe opmaak verzorgde ik voor haar houtwerk. Tussen haar voegen stopte ik wat vulling.


Ze genoot van de opgroeiende kleine - tot grote mensen.


Nu branden de lichtjes in de kerstboom.


Hij staat op de plek waar ik ben geboren.


Heleen Smit-van der Plas


Maasdijk


Een huis in de Friese wouden. Een bloementuin en lindebomen vóór, een moestuin achter.


Een donkerrode erker en een koperen klingel, waarachter een piepklein winkeltje. Stopflessen waaruit ik soms iets kiezen mocht. Op de houten toonbank een opschrijfboekje voor armlastige klanten. Een bakkerij met een oven. Er gingen takkenbossen in. Goudbruine broden kwamen eruit.


Thuis. Kokoslopers, wastobbes, weckflessen, de kachel waarop gekookt werd. Stoofpeertjes, appelmoes en groentesoep. Bedsteden, gestikte dekens, een warme krentenbol onder mijn kussen. Geen riolering. Geen warm water. Wel geluk.


Mijn thuis heeft onderduikers vastgehouden en mooie dochters laten gaan. Het heeft ieder voorjaar beppes schoonmaak begroet. Het heeft gezien hoe mijn pake zich broodventend door de winter van '63 ploegde. Daarna ging de winkelbel voor het laatst en koelde de oven voorgoed af. Het huis bleef kraken bij iedere storm.


Mijn thuis staat er nog. De koekoeksklok hangt er niet meer.


Marian van Eck


Wezep.


Huis, ik twijfel niet. Ik stuc je muren, schuur je planken, verf je kozijnen de rest van mijn leven. Ik kies met zorg kleuren die je sieren. Ik graaf en plant bloemen en bomen en die je


opvrolijken. Het hout dat jou verwarmt, hak ik eigenhandig met de bijl. Jij vertelt me verhalen over de familie Löv. Ik zie aan je oude gescheurde behang dat ook zij veel van je hielden. Je fluistert over de reizigers die passeerden.


Ik nodig mijn vrienden bij je haard, en ik bereid ze een feestmaal. Al jouw krakende planken ken ik. Ik weet waar de wind door je kieren blaast.


Wat straalt de zon toch mooi door je ramen, in deze tijd van sneeuwkou en schemer. Je past zo lekker om me heen. Je ruikt zo heerlijk. Jij sloot me in je armen vanaf het eerste moment. Verknocht ben ik nu al.


Lucienne coenegracht


In dit huis voel ik me als een koning. De sfeer, de tuin en het uit- zicht rond de woning. maken ons iedere dag weer blij, want dit alles is van mijn vrouw en mij.


De dromen uit mijn jeugd komen weer tot leven. We genieten saampjes, want we hebben nog maar even.


Want na veel oorlogsleed en veel verhuis.


Is deze plek beslist ons laatste thuis.


L.W. Koerts


Zutphen


Meer over