Drie vragen

Deze drie vaccinatie-vragen hebben dringend een antwoord nodig

De vaccinatiestrategie is er met de prikstop van AstraZeneca bij 60-minners niet overzichtelijker op geworden. Vanavond komt er meer duidelijkheid, beloven RIVM en het ministerie van VWS. Op deze drie vragen zullen zij in elk geval met een antwoord moeten komen.

60-plussers worden in een huisartsenpraktijk in Voorschoten gevaccineerd met het AstraZeneca-vaccin. Beeld ANP
60-plussers worden in een huisartsenpraktijk in Voorschoten gevaccineerd met het AstraZeneca-vaccin.Beeld ANP

Wat gebeurt er met de 60-minners die al klaarstonden voor een AstraZeneca-prik?

Het is een grote frustratie voor huisartsen. Hadden zij net helemaal uitgezocht wie van hun patiënten tot de hoog-risico-groepen behoorden (mensen met het syndroom van down, met morbide obesitas, of bepaalde neurologische aandoeningen), hen uitgenodigd, ja blij gemaakt met het vooruitzicht hen snel te vaccineren, blijkt al het werk en de vreugde voor niets. Want door hun snelle vaccinatie is nu een streep gezet.

Het gaat om ongeveer 26 duizend patiënten, zegt een woordvoerder van de Landelijke Huisartsenvereniging (LHV). Maar er zijn meer patiënten die al een belletje van de huisarts hadden gekregen. Als zij vaccins over zouden houden na hun vaccinatieronde, mochten zij namelijk andere patiënten onder de 60 jaar met een kwetsbare gezondheid daarmee inenten. Ook dat feest gaat nu niet door.

Huisarts Matthijs van der Poel vertelde gisterenavond bij Beau de overgebleven vaccins nu maar onder kennissen te verdelen, anders had hij de kostbare vaccins weg moeten gooien.

De LHV riep dit weekend op snel met duidelijkheid te komen over deze groepen kwetsbare patiënten. Hoewel de prikstop met AstraZeneca nu elf dagen geleden werd ingevoerd, is nog altijd niet duidelijk waar, wanneer, door wie en met welk vaccin het RIVM en ministerie denken deze mensen te gaan vaccineren.

De Gezondheidsraad, het RIVM en VWS bezweren dat de vaccinatiestrategie geen vertraging zal oplopen door de prikstop. Op algemeen niveau kan dat best waar zijn, maar op individueel niveau zijn er natuurlijk wel tienduizenden patiënten die langer moeten wachten. Daarom verzuchtte huisarts Bart Meijman maandag: ‘[Het] is al snel duidelijk dat je alleen kunt switchen of stoppen met een vaccin, als de volgende al klaarstaat. Dat is gewoon boerenverstand en dat mist mijn inziens.’

Wat gebeurt er met de 60-plussers die geen AstraZeneca willen?

Ander probleem: veel 60-plussers lijken van het AstraZeneca-vaccin af te zien, hoe klein de kans op bijwerkingen ook is, en hoeveel groter het risico op een ziekenhuis- en/of ic-opname in de praktijk ook blijkt te zijn.

Huisartsen door het hele land melden een veel lagere opkomst dan vóór de prikstop van 60-minners. Er zijn praktijken waar slechts 30 tot 40 procent van de zestigers komt opdagen. Hoeveel ‘no-shows’ er precies zijn, is onduidelijk. De registratie van de door huisartsen gevaccineerde personen rammelt. Het RIVM is het overzicht vooralsnog kwijt. Maandag publiceerde het instituut zelfs helemaal geen vaccinatiecijfers.

Volgens onderzoek van I&O Research in opdracht van de NOS heeft 42 procent van de 60-plussers die nog gevaccineerd moeten worden geen behoefte meer aan het coronavaccin van AstraZeneca. De vaccinatiebereidheid voor dat veel besproken vaccin is veel geringer dan die voor de andere coronavaccins. Volgens I&O Research is 92 procent van de 60-plussers wel bereid zich te laten inenten met het Pfizer-vaccin.

Dat betekent dat er voorlopig een grote groep hoog-risico-patiënten ongevaccineerd zal blijven. Met alle gevolgen voor de druk op de zorg van dien, waardoor het ook voor het kabinet lastiger wordt om de maatregelen te versoepelen.

De zestigers nu toch een ander vaccin in het vooruitzicht stellen is geen sluitende oplossing. Het zal de opkomstpercentages voor AstraZeneca nog verder doen kelderen, én de vaccinatiestrategie verder vertragen. Eerst zijn de zeventigers immers aan de beurt voor Pfizer en Moderna. Maar ook niets doen zal betekenen dat veel mensen die een groter risico lopen op een ziekenhuisopname voorlopig onbeschermd blijven.

Wat gebeurt er met de huisartsen die toch 60-minners met AstraZeneca prikken?

Waarom kunnen huisartsen eigenlijk niet zelf beslissen – in goed overleg met de patiënt – AstraZeneca toe te dienen aan een 60-minner? Met die vraag worstelt ook de Haagse huisarts Hedwig Vos, vertelde ze dit weekend. ‘Dat is nou juist de kern van mijn werk: risico-inschatting. Met patiënten het gesprek aangaan over de risico’s van een medicijn en de aandoening, en een afweging maken. Die route is nu doorgesneden, terwijl wij de patiënten het beste kennen.’

Maandag leek die route opeens toch mogelijk. De NOS meldde dat wat betreft de Gezondheidsraad artsen wél in overleg met hun patiënten zelf de afweging konden maken, een bewering die in een haastig opgesteld persbericht vervolgens weer ongedaan werd gemaakt.

De uiteindelijke formele conclusie van de Gezondheidsraad: ‘Het advies van de raad gaat alleen over ‘welke vaccins er bij voorkeur aangeboden worden aan bepaalde patiëntengroepen’, mailt de raad, op de vraag of het niet veel handiger is de beslissing over wel of niet vaccineren aan de huisartsen over te laten. ‘Dat staat los van de juridische ruimte die artsen altijd hebben om van richtlijnen en adviezen af te wijken. Het is aan de minister dan wel de uitvoerende partijen te besluiten of het logistiek mogelijk is die ruimte structureel te bieden.’

De Inspectie voor de Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) kondigde maandag overigens aan niet actief achter artsen aan te gaan die gaan ‘guerrilla-vaccineren’, zoals de hashtag die onder huisartsen op Twitter de ronde doet. ‘De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd begrijpt dat huisartsen vragen krijgen van patiënten onder de 60 die op de lijst stonden om gevaccineerd te worden, en die graag alsnog door de huisarts gevaccineerd willen worden met AstraZeneca’, aldus een woordvoerder. ‘Tegelijkertijd is er op dit moment ook geen norm van de beroepsorganisaties van huisartsen die het gebruik van AstraZeneca onder de 60 jaar verbiedt, zodat handhaving op dit moment niet aan de orde is.’

Toch zijn huisartsen huiverig. Want wat gebeurt er als zo’n patiënt wél de zeldzame aandoening krijgt en een civiele rechtszaak begint? En bovendien: hoe goed is het voor het vertrouwen en het welzijn van de patiënten als de arts tegen een richtlijn van de overheid ingaat? Is het aanwakkeren van het wantrouwen tegen de overheid wel verstandig als arts, zeker bij mensen met een kwetsbare gezondheid en/of leefomgeving?

De LHV adviseert artsen voorlopig ‘dat hellende vlak’ niet op te gaan. Vanavond zullen RIVM en VWS duidelijk moeten maken wat de - snel beschikbare - alternatieven zijn.

Meer over