'Deze drie deden wat bankiers altijd doen'

Voormalig topbankier Seán FitzPatrick staat in Ierland met twee oud-collega's terecht. Ze zouden illegaal leningen hebben verstrekt toen hun bank Anglo Irish in 2008 instortte.

DOOR PATRICK VAN IJZENDOORN

'Tjeempie, hij is veel kleiner dan ik dacht....' Wachtend voor de ingang van zaal 19 in het gerechtshof van Dublin kijkt bezoekster Marian McCaffrey nieuwsgierig naar Seán FitzPatrick. De voormalige topbankier, die het gezicht zou worden van de Ierse bankencrisis, zit 3 meter verderop. Moederziel alleen, met een beker Fair Trade-koffie in zijn handen. 'Het is wel goed dat hij voor de rechter staat', fluistert de 60-jarige McCaffrey, een docente die vanwege de bezuinigingen met vervroegd pensioen moest, 'maar er zijn tal van andere mensen die eigenlijk ook hier zouden moeten zitten. Hij is nu eenmaal de bekendste.'

Het is de derde van de zevende week in het Ierse bankiersproces waarin de voormalige top van de bank Anglo Irish terechtstaat. Onder leiding van de charismatische boerenzoon FitzPatrick groeide deze bank in een kwart eeuw tijd uit van een kleine middenstandsbank tot een miljardenonderneming die symbool kwam te staan voor de opkomst en val van de Keltische Tijger. Met het grootste gemak leende de bank miljarden euro's aan projectontwikkelaars. Zelfs aan golfballen werd een miljoen uitgegeven. In 2008 stortte het kaartenhuis ineen en het sleepte de Ierse economie mee. Alleen deze bank al bleek 30 miljard euro aan schulden te hebben.

Seán Fitzpatrick (65), financieel-directeur Willie McAteer (63) en directeur leningen Pat Whelan (51) staan niet terecht voor de teloorgang van Anglo, noch voor het ruïneren van de economie. Justitie vervolgt ze wegens het illegaal verstrekken van leningen, een strafbaar feit uit de Companies Act waarop maximaal tien jaar cel staat. In 2008 verstrekte de bank haar tien rijkste cliënten, de Gouden Cirkel, in het geheim 480 miljoen euro aan leningen, mits ze er aandelen mee zouden kopen. Dit was nodig om verdere koersdaling tegen te gaan. Na de teloorgang van Bear Stearns had Anglo op 17 maart 2008 zelfs 15 procent van zijn waarde verloren.

Die instorting, het 'bloedbad van St Patrick's Day', bracht een ongezonde relatie tussen Anglo en zakenman Seán Quinn aan het licht. Ierlands rijkste man, een voormalige zandgraver, had heimelijk een belang van 28 procent in Anglo verworven. Hij betaalde die aandelen nog niet, maar kocht ze op basis van 'contracts for difference', waarbij de koper een bescheiden aanbetaling doet en erop vertrouwt dat de koers stijgt. Na de koersval moest Quinn met geld over de brug komen. Tegen alle regels in plunderde hij zijn eigen verzekeringsbedrijf en Anglo leende hem een half miljard om de aandelen daadwerkelijk te kopen. De rest van Quinns aandelen werd verdeeld onder de Gouden Cirkel. Het schuiven met geld was uitstel van executie.

Begin 2009 zag de Ierse staat zich gedwongen de hele janboel over te nemen, waarna FitzPatrick en de zijnen veranderden van helden in schurken. 'Ze verdienen te worden neergeschoten', kopte een krant. Boze Ieren belaagden zijn villa in Greystones en restaurants liepen leeg zodra hij binnenkwam. In 2010 werd de man die zijn werkende leven was begonnen als bouwvakker failliet verklaard en een jaar later volgde een politieverhoor van 31 uur. Deze arrestatie zou leiden tot de onderhavige rechtszaak in het gloednieuwe gerechtshof, dat als een burcht aan de westrand van de Ierse hoofdstad ligt. Voor de ingang staan fotografen, maar geen demonstranten.

Trots beweerde justitie dat Ierland het enige land is waar bankiers in het beklaagdenbankje zijn beland. Er is zes maanden voor het proces uitgetrokken, een record, en in de kartonnen dozen van het merk Bankers Boxes zitten liefst 24 miljoen documenten. Op de eerste dag, begin februari, zat de publieke tribune vol, maar al snel werd het rustig. Dagelijks zitten er zo'n tien toeschouwers en de reservezaal met videoverbinding is inmiddels overbodig gebleken. 'Ik loop af en toe even binnen', zegt P.J. Watson, een bejaarde boer uit Athlone die zijn oude dag grotendeels als belangstellende in rechtszalen doorbrengt, 'maar ik zit liever bij een spannende moordzaak.'

Voorafgaand aan het proces hadden 350 burgers zich vrijwillig bij de griffie aangemeld voor de jury. Rechter Martin Nolan heeft uiteindelijk vijftien mensen geselecteerd, drie meer dan gebruikelijk, rekening houdend met uitvallers tijdens de slijtageslag. Dat was niet onverstandig, want vorige week hoorde een jurylid tijdens de getuigenverhoren een naam van een vriendin vallen die bij de financiële waakhond werkt. Hij mocht vertrekken. Uiteindelijk moeten twaalf juryleden beslissen over het lot van de drie bankiers, wat betekent dat twee juryleden maandenlang voor niets bij de zaak zullen hebben gezeten. Geen enkel jurylid werkt in de financiële sector.

Het hoogtepunt tot dusver was het getuigenverhoor van 'Citizen Quinn' die ooit twee handen op een buik was met 'Seanie Fitz' maar zich nu door Anglo bedonderd voelt. Als Quinn had geweten dat het een kaartenhuis was, zou hij nooit op de aandelenkoers hebben gegokt. Hij is nu van plan de voormalige Anglo-top voor de civiele rechter te dagen. Voormalig onderwijzeres McCaffrey, die net als Quinn uit graafschap Cavan komt, toont wel enig begrip voor de in ongenade gevallen bouwkoning. 'Hij was een goede ondernemer die veel werk heeft gecreëerd, maar werd een gokker en deed zaken alsof hij met vrienden in de kroeg aan het kaarten was.'

Minder onder de indruk is ze van de financiële toezichthouders die verklaringen afleggen over de verdachten met wie ze destijds vele uren op de golfbaan hebben doorgebracht. 'Zij hebben hun werk niet gedaan of doelbewust een oogje toegeknepen', zegt ze misprijzend, 'Het is allemaal weinig hoopgevend.' Na een ochtendsessie houdt ze het voor gezien. 'Ik moet boodschappen doen.' Meer zitvlees en geduld heeft Fergus Gannon. Deze accountant is dagelijks aanwezig en houdt zijn vrienden via de mail op de hoogte van de ontwikkelingen. 'Weet je, eigenlijk is het een heel surreële zaak', zegt hij, 'een soort opvoering van Hamlet zonder de prins.'

Met de ontbrekende prins doelt hij op David Drumm, het voormalige hoofd van Anglo's Amerikaanse activiteiten die FitzPatrick in 2004 als bestuursvoorzitter was opgevolgd. Terwijl FitzPatrick de raad van commissarissen presideerde, werd Drumm, zoon van een vrachtwagenchauffeur, verantwoordelijk voor de dagelijks gang van zaken. Tegenwoordig woont Drumm, die failliet is verklaard, in Cap Cod aan de Amerikaanse oostkust. Hij zit daar veilig omdat de Amerikanen hem niet zullen uitleveren. Het wetsartikel waarop zijn drie ex-collega's worden vervolgd, bestaat niet in de Verenigde Staten.

Drumms afwezigheid zal zeker meespelen bij de pleidooien, later dit voorjaar, van de zeven topadvocaten die de drie verdachten met pruik en al bijstaan. Kern van de verdediging is dat Anglo de gewraakte leningen met instemming van Morgan Stanley-adviseurs, de Dublinse beurs en de toezichthouder heeft verstrekt. Het liefst zouden ze aandragen dat ze ook op juridisch advies hebben gehandeld, maar rechter Nolan weigert deze verdediging vooralsnog toe te staan en stuurt de jury telkens de zaal uit als dit onderwerp ter sprake dreigt te komen. Juristen zeggen doorgaans wat de klant wil horen, luidt Nolans redenering, daarvoor worden ze betaald.

Door dergelijke juridische subtiliteiten leeft het proces niet echt. In de rechtbankkantine zegt Gannon, terwijl FitzPatrick een tafeltje verderop documenten doorneemt met een van zijn advocaten, dat hij benieuwd is hoe het twaalfkoppige volksgericht zal oordelen. 'In wezen deden de drie wat bankiers altijd doen, geld uitlenen. Ze gingen te ver, maar zij niet alleen. Er heerste een hedendaagse tulpenmanie. Op een dag wilde ik mijn auto laten repareren, maar mijn vaste monteur bleek opeens projectontwikkelaar te zijn geworden. Niemand wilde het feest verstoren, politici niet, accountants niet, journalisten niet. En de FitzPatricks? Die stonden achter de bar.'

Rabobank

Tijdens het proces valt regelmatig de naam Rabobank. Op zoek naar een reddingsboei had David Drumm in de zomer van 2008 Rabo Ierland benaderd met een fusievoorstel. De Nederlandse bank had problemen met haar Ierse dochter ACC, die flink had geleend aan Ierse projectontwikkelaars. Drumm stelde voor, schrijft Tom Lyons in zijn boek The FitzPatrick Tapes, om deze probleemgevallen over te nemen en in ruil konden Anglo's deposito's onder de vleugels worden gebracht van Rabo met haar AAA-rating. De Rabobank had echter geen zin om nog dieper in het Ierse moeras weg te zakken en besloot wanbetalende projectontwikkelaars genadeloos te achtervolgen, om vervolgens de Ierse vastgoedtak te ontbinden. De Ierse bankiers kozen een andere benadering: het te vriend houden van de schuldenaren.

De wijsheden van Seán FitzPatrick

'Mijn ouders stammen uit een ongelooflijk altruïstische generatie. Ze deden alles voor hun kinderen, zeker bij ons thuis.'

'Ik had helemaal geen voornemen om een carrière te maken in het bankwezen. Ik ben ooit bij een bank gaan werken om een hypotheek te krijgen.'

'Wat nieuws over de financiele wereld betreft is FT.com een van de beste bronnen, voor analyses lees je The Economist, maar voor het echte nieuws gaat niets boven de negentiende hole van de golfbaan.'

'Het zou makkelijk voor me zijn om sorry te zeggen. De oorzaak van Anglo's problemen was de ellende in de wereldeconomie. Ik kan met enig fatsoen en waarachtigheid geen sorry zeggen, maar ik dank u voor het aanbod.'

undefined

Meer over