Favoriet fragment

Deze boekscène van Meindert Talma vindt Lucky Fonz III stiekem heel herkenbaar

Omdat de zomer er is om te lezen: zes weken achterelkaar de lievelingsboekpassage van een bekendere Nederlander. Deze week het favoriete fragment van zanger Lucky Fonz III (40).

‘Het is hier inderdaad wat troeperig en niet heel erg schoon,’ zei heit voorzichtig. ‘Zeg maar gerust dat het er smerig is!’ riep mem. ‘Het is er smerig,’ gaf heit toe. ‘Overal zie je spinnenwebben en stof!’ riep mem wanhopig. ‘Ik word er gewoon al raar van als ik ernaar kijk. Terwijl de stofzuiger startklaar staat in de hal! Maar even de boel stofzuigen, ho maar! Er moet hier wel een leger huismijten wonen. Jij wilt zanger worden, toch?’ ‘Ik ben al zanger, beginnend zanger.’ ‘Een smerige zanger,’ zei mem met een ontgoochelde gelaatsuitdrukking. ‘Klaske, even rustig nou,’ suste heit. Hij deed zijn best om langzaam en duidelijk te praten. ‘Wat mem denk ik bedoelt, is dit: een zanger met enige ambitie zou niet zo moeten willen leven.’ ‘Nee natuurlijk niet,’ riep mem, ‘zo’n zanger bestaat er ook niet. Zo’n zanger heeft er nog nooit bestaan!’. ‘Dat zal mem nog vies tegenvallen,’ wierp ik tegen, ‘ik ken zat zangers die er nog veel viezer bijzitten dan wij.’

(Meindert Talma, Kelderkoorts, Uitgeverij Passage, 2013, blz 18)

Lucky Fonz III (40): ‘Meindert Talma is voor mij de belichaming van integriteit. Hij heeft een enorm oeuvre, met zowel romans als muziek. Hij creëert dramatiek uit pietluttigheden. In het eerste hoofdstuk komen zijn ouders langs om hem een goedbedoelde brief te geven over hoe hij zich moet gedragen tijdens een sollicitatie. Maar Meindert heeft een visie in z’n hoofd dat hij een glorieuze zanger gaat worden. Zijn ouders hebben daar helemaal geen vertrouwen in.

Tijdens deze passage krijgen ze ruzie, waarbij zijn moeder zich niet kan inhouden en zijn vader de boel probeert te sussen. Een hele liefdevolle ruzie. Hij vervloekt z’n ouders niet, Meindert is niet de klassiek-romantische held die schijt aan alles heeft. Hij begrijpt z’n ouders ook wel. Het zijn tragikomische dialogen, ik ga er telkens helemaal stuk om. De stofzuiger die startklaar staat, het pubergehalte in de ruzie. Dat vind ik stiekem wel herkenbaar. Ik ben ook vrij laat zanger geworden, daar werd ook raar van opgekeken door mijn omgeving. ‘Jij? Op een podium? Zingen?!’ was het dan. Die dynamiek zie je goed terug in deze scène.’

Meer over