Interview

Deze amateurhistorici proberen fouten te voorkomen bij het Holocaust Namenmonument

Het Holocaust Namenmonument, dat later dit jaar moet verschijnen in Amsterdam, zal herinneren aan 102 duizend slachtoffers. Twee amateurhistorici voorzien fouten met de namen en proberen die te voorkomen. ‘Die namen zijn juist zo wezenlijk omdat de slachtoffers verder álles is afgenomen.’

Amateurhistorici Jim Terlingen en Dennis Koopman bij het in aanbouw zijnde Holocaust Namenmonument in Amsterdam. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
Amateurhistorici Jim Terlingen en Dennis Koopman bij het in aanbouw zijnde Holocaust Namenmonument in Amsterdam.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Het is een monument waarop alles zou moeten kloppen: het Holocaust Namenmonument (HNM) aan de Weesperstraat in Amsterdam, dat naar verwachting komend najaar zal worden onthuld. Het zal herinneren aan ruim 102 duizend slachtoffers van de Shoah: Nederlandse Joden, Sinti en Roma, en Joden die vóór de oorlog een veilig heenkomen in Nederland hebben gezocht. Van deze mensen is vaak weinig meer behouden gebleven dan een naam in een bevolkingsregister.

Bij het eerbetoon aan deze mensen mogen dus geen fouten worden gemaakt. En toch is dat onvermijdelijk, denkt Jacques Grishaver, voorzitter van het Nederlands Auschwitz Comité en initiatiefnemer van het Namenmonument. Onvermijdelijk, gezien de omvang van de volkerenmoord en de hiaten in oude archieven. ‘Als je zeker wilt zijn dat er geen fout in zit, komt er nooit een monument’, zei hij vorig jaar in een interview. ‘We doen met allerlei instanties zo zorgvuldig mogelijk ons werk, maar daarmee zullen fouten nooit volledig kunnen worden voorkomen.’

Bij de uitvoering van het monument is daar rekening mee gehouden: de stenen waaruit de muur bestaat, worden niet ingemetseld maar verlijmd, zodat ze relatief eenvoudig vervangen kunnen worden – zij het dat niet iedere fout onmiddellijk kan worden hersteld. Om tot in de verre toekomst aanvullingen en correcties te kunnen aanbrengen, wordt een extra – vooralsnog lege – muur opgetrokken, en worden 40 duizend blanco stenen achter de hand gehouden.

Namenbeleid

Daarmee kunnen misschien fout gespelde namen worden gecorrigeerd, zegt de amateurhistoricus Dennis Koopman (46), maar er kan niet mee worden voorkomen dat namen ten onrechte op de Namenwand zullen verschijnen, of dat andere er juist ten onrechte op ontbreken. Want dergelijke ongerijmdheden vloeien volgens Koopman voort uit het diffuse namenbeleid van het Nederlands Auschwitz Comité. Bij negenhonderd namen in de database van het HNM heeft hij zijn twijfels.

Koopmans grootmoeder van vaders zijde was Joods, maar het besef dat de oorlog zijn familie hard heeft geraakt, daagde pas toen hij, als 12-jarige, een blikje opende dat hij had aangetroffen in oma’s voorraadkamer. Daarin trof hij oude foto’s aan van mensen die hij niet kende. ‘Oma, wie zijn dat?’, vroeg hij – geruime tijd na de vondst. Maar oma keek slechts zwijgend naar buiten.

Haar zoon, de vader van Koopman, was evenmin mededeelzaam over de mensen op de foto’s. Koopmans moeder vertelde uiteindelijk, na enig aandringen, dat de bijna voltallige familie van zijn oma tijdens de Duitse bezetting om het leven is gebracht. Alleen een schoonzus en een nichtje van zijn oma overleefden de oorlog.

Met een van de Shoah-slachtoffers in zijn familie is Koopman een speciale verwantschap gaan voelen: Schoontje Becht-Beugeltas, een zuster van oma – een oudtante van Koopman dus. Na een verblijf in verschillende kampen, waaronder Auschwitz, is Schoontje op 20 juni 1945 op 46-jarige leeftijd in de Franse bezettingszone van Duitsland overleden. Haar stoffelijke resten zijn bijgezet in het ereveld van Frankfurt, te midden van negen andere Shoah-slachtoffers.

Een impressie van het door architect Daniel Liebeskind ontworpen Holocaust Namenmonument.  Beeld K2
Een impressie van het door architect Daniel Liebeskind ontworpen Holocaust Namenmonument.Beeld K2

Daarover werd Koopmans oma pas in 1955 geïnformeerd. Hij weet niet of zij het graf van haar zus ooit heeft bezocht. Hijzelf is er wel geweest, vorig jaar. Het was een bijzondere ervaring. En het ereveld lag er prachtig bij. Het is alleen in het verkeerde land gesitueerd, vindt hij: in Frankfurt wordt hij eraan herinnerd dat oudtante Schoontje nooit is thuisgekomen. En dat voelt niet goed.

Te meer niet omdat het bestaan van een graf met haar naam, een plek die nabestaanden kunnen bezoeken, haar uitzondert van een vermelding op de Namenwand. Daarover is het Auschwitz Comité duidelijk: ‘De namen die op het Holocaust Namenmonument zullen worden vermeld, zijn van Joden die vanuit Nederland zijn vervolgd en gedeporteerd, alsmede gedeporteerde Nederlandse Joden woonachtig in andere landen, die in naziconcentratie- en vernietigingskampen zijn vermoord, alsook zij die zijn omgekomen door honger of uitputting tijdens transporten en dodenmarsen en waar geen graf van bekend is.’ Jacques Grishaver was daar in het voornoemde interview nog duidelijker over: ‘Het gaat echt alleen om mensen die zijn omgekomen ten gevolge van de Shoah, en die geen graf hebben. Je moet ergens een lijn trekken.’

Laatste rustplaats

Vanwege haar laatste rustplaats in Frankfurt is Schoontje Becht-Beugeltas aan de verkeerde kant van die lijn terechtgekomen. Daarmee zou Dennis Koopman zich mogelijk hebben kunnen verzoenen als de criteria voor een plek op het Namenmonument consequent zouden zijn toegepast. Maar dat is niet het geval, heeft hij vastgesteld. Want Schoontjes echtgenoot Philip, die in kamp Theresienstadt is overleden, zal wel op het Namenmonument worden gememoreerd.

Anders dan Schoontje heeft hij geen graf, maar hij onderscheidde zich ook in een ander opzicht van haar: hij was niet Joods. Hij was dus per definitie geen slachtoffer van de Shoah, zegt Koopman. ‘Hij is door de nazi’s behandeld als vijand van het regime, net als verzetsleden en communisten. Hij had privileges die niet voor Joden golden en kwam door zijn etniciteit niet in een vernietigingskamp terecht.’ In de database van het Namenmonument trof Koopman de namen aan van negentien niet-Joden.

Zijn onbehagen nam toe toen hij ontdekte dat van de tien (Joodse) Shoah-slachtoffers op het ereveld in Frankfurt er drie wel een steen in het Holocaust Namenmonument toebedeeld zullen krijgen. En ook op andere erevelden liggen Shoah-slachtoffers begraven – zo’n 30 procent van het totaal, schat Koopman – wier namen in strijd met de criteria van het Auschwitz Comité op het Holocaust Namenmonument te zien zullen zijn.

Hetzelfde geldt voor het gros van de ongeveer zevenhonderd mensen die tijdens de bezetting in het doorgangskamp Westerbork – meestal aan ziekte of ouderdom – zijn overleden. Na hun crematie zijn hun stoffelijke resten bijgezet in de muur van de Joodse begraafplaats in Diemen. Ze hebben, met andere woorden, een graf gekregen. Niettemin zullen zij ook een plek krijgen op het Namenmonument.

Geen familieband

Over de casus van Schoontje en haar man heeft Koopman het Auschwitz Comité geïnformeerd, maar hij wilde niet de namen noemen van mensen die mogelijk ten onrechte op het Namenmonument zullen figureren. ‘In de eerste plaats vond ik dat niet netjes, omdat het gaat om mensen met wie ik geen familieband heb. Maar ik voelde mij ook bezwaard bij de gedachte dat door mijn toedoen sommige namen misschien niet op het Namenmonument zullen verschijnen en mogelijk al door donateurs zijn geadopteerd, zoals het heet.’ Tot dusverre heeft het Auschwitz Comité hem niet voor een nadere gedachtenwisseling uitgenodigd. Evenmin heeft het als reactie op zijn tip wijzigingen in de database van het Namenmonument aangebracht.

De eerste herdenkingssteen bij het Namenmonument. Beeld ANP
De eerste herdenkingssteen bij het Namenmonument.Beeld ANP

Toch zal Koopman, die sinds zijn niet voltooide studie kunstgeschiedenis werkzaam is als postbesteller en ‘beginnend schrijver’, zich blijven inzetten voor de foutloze herdenking van Shoah-slachtoffers. Een van die amateurhistorici met wie hij dit engagement deelt, is de 55-jarige Jim Terlingen, in het dagelijks leven webredacteur in overheidsdienst en, net als Koopman, postbode. Hij heeft Koopman – waar nodig – ondersteund en diens bevindingen gecontroleerd. En in zijn woonplaats Utrecht heeft hij zich op de namenwand gestort die in 2015 bij het voormalige Maliebaanstation, het huidige Spoorwegmuseum, is geplaatst ter nagedachtenis van de Utrechtse Shoah-slachtoffers. De teller staat nu op 82 fouten, op een monument met ruim twaalfhonderd namen.

Naziterreur

Wat hem en Koopman drijft? Rechtvaardigheidsgevoel, zegt Terlingen. Een zorgplicht tegenover mensen die het slachtoffer zijn geworden van de naziterreur en van de onverschilligheid van veel Nederlanders. Het minste dat zij – postuum – verdienen, is een correcte naamsvermelding op monumenten die voor hen worden opgericht. Maar daarmee is het zo vaak fout gegaan, dat hij zich afvraagt of Nederlandse monumenten niet beter kunnen worden gemodelleerd naar het Holocaust Mahnmal in het centrum van Berlijn: een verzameling stenen zonder opschrift. Zover zou Koopman toch niet willen gaan. ‘Voor mij zijn die namen juist zo wezenlijk omdat de slachtoffers verder álles is afgenomen. Achter elke naam schuilt een mens van vlees en bloed.’

Terlingen – die zelf geen Joodse wortels heeft – raakte in de ban van dit onderwerp vanwege een 6-jarig jongetje dat, tot hij moest onderduiken, aan de Vismarkt in Utrecht heeft gewoond – waar Terlingen is opgegroeid. Edu Keizer, heette hij. Zoon van een Joodse slager. Als enig lid van zijn gezin heeft hij de oorlog niet overleefd. ‘Toen ik in de archieven op zijn korte levensverhaal stuitte, was dat een schok voor me: dat ik zó dicht bij mensen had gewoond van wie ik níéts wist. Ik vroeg mijn moeder meteen: waarom heb je mij dat nooit verteld? Maar zij wist het ook niet. Ik heb een foto van Edu gezien uit het begin van de oorlog, in de sneeuw op de Vismarkt. Ik dacht: dat ben ík.’

In 2015 was Terlingen aanwezig bij de onthulling van de Namenwand bij het Spoorwegmuseum, in gezelschap van een na de oorlog geboren zoon van slager Keizer. Meteen viel zijn oog op een naam waarvan hij wist dat die verkeerd was gespeld. En zo begon, aan de voet van een monument dat aan het grootste misdrijf in de moderne geschiedenis herinnert, een missie die nog altijd niet ten einde is gekomen.

Reactie Auschwitz Comité

‘Voor het Nationaal Holocaust Namenmonument maakt het Auschwitz Comité gebruik van de Nationale Database Vervolgingsslachtoffers. De NDVS is een bestand met de basisgegevens van vervolgingsslachtoffers dat door het Joods Historisch Museum/Joods Monument en het Herinneringscentrum Kamp Westerbork samen beheerd wordt.

Er wordt nog regelmatig gewerkt aan deze database. Wijzigingen en toevoegingen vinden plaats op basis van grondig onderzoek door de twee genoemde organisaties. Dat gebeurt zeer professioneel en consciëntieus. Correcties die ons bereiken en via de site van het Namenmonument worden doorgegeven, worden gedeeld met de NDVS. Mensen die een correctieformulier hebben ingevuld, krijgen vervolgens antwoord en de eventuele wijzigingen worden doorgevoerd in De Nationale Database Vervolgingsslachtoffers. Vlak voordat met het laser-graveren van de 102 duizend stenen begonnen werd, is het tot dat moment bijgewerkte bestand gebruikt. Het graveren nam vervolgens enkele maanden in beslag.’

Meer over