'Deze aanslag komt Erdogan alleen maar goed uit'

Op de dag na de bloedige aanslagen in Ankara, waarbij bijna honderd doden vielen, overheerst de woede. De sympathisanten van de slachtoffers vertrouwen de Turkse autoriteiten voor geen cent. 'Dit kan toch geen toeval zijn?'

Het moment van de bomexplosie op zaterdag. Betogers demonstreren in de buurt van het station in Ankara voor een vreedzame oplossing van het conflict in Zuidoost-Turkije als achter hen een bom afgaat. Beeld EPA
Het moment van de bomexplosie op zaterdag. Betogers demonstreren in de buurt van het station in Ankara voor een vreedzame oplossing van het conflict in Zuidoost-Turkije als achter hen een bom afgaat.Beeld EPA

De eerste explosie heeft een enorme zwart geblakerde plek achtergelaten op het asfalt voor het treinstation van Ankara. Overal liggen nog bebloede vlaggen van de Koerdische partij HDP die werden gebruikt om de slachtoffers af te dekken. Het wemelt van de politie die de tientallen cameraploegen op afstand houdt en niemand toelaat op de plaats waar zaterdagochtend de bloedigste aanslag uit de Turkse geschiedenis tenminste 95 levens eiste.

De omgeving ligt bezaaid met ronde rode bordjes met het opschrift BARI¿ ofwel VREDE. Want dat had het moeten worden, zaterdagochtend, een mars voor de vrede, georganiseerd door vakbonden, maatschappelijke organisaties en het plaatselijke bestuur van de HDP, de Koerdische partij.

Een beklemmende sfeer hangt er rond het treinstation, waar je alleen te voet kunt komen. De politie heeft op flinke afstand al de toegaande wegen naar het station afgesloten. Groepjes vrienden en familieleden van de slachtoffers staan zwijgend de plek van de explosies in zich op te nemen. Sommigen nog steeds vol ongeloof en woede, hand voor de mond, tranen in de ogen. De ministers van Volksgezondheid en Binnenlandse Zaken die uren na de aanslag naar het station kwamen, werden uitgejouwd en met flessen bekogeld. Ze doken snel weer in hun auto's en zochten een goed heenkomen.

De politie moest de woedende betogers op afstand houden, er werden leuzen geschreeuwd tegen de regering en tegen de Erdogans regeringspartij AKP die volgens de demonstranten verantwoordelijk is voor het toenemende geweld in de aanloop naar de verkiezingen van 1 november.

Nabestaanden van Korkmaz Tedik, die omkwam door de bommen in Ankara. Beeld EPA
Nabestaanden van Korkmaz Tedik, die omkwam door de bommen in Ankara.Beeld EPA

Nummer 95

Remzi, die alleen zijn voornaam wil noemen, is naar het station gekomen om de plek te zien waar een medestudent van zijn faculteit is omgekomen en een ander gewond is geraakt. 'Het gebeurde om een paar minuten over tien. Twee grote groepen demonstranten waren net bezig om zich te verzamelen op het plein voor het station. Het waren twee bommen die drie of vier seconden na elkaar afgingen. Toen de mensen probeerden weg te komen van de eerste explosie ging de andere af.' Hij neemt trillend een trek van zijn zoveelste sigaret en kijkt steeds om zich heen of er misschien anderen meeluisteren. 'Toen ik hier aankwam was de politie bezig om menselijke resten bij de lichamen te leggen van de doden. Ze waren ook bezig ze te nummeren en ik heb gezien dat ze als laatste het nummer 95 gebruikten.'

Nabestaanden wachten op nieuws bij een geïmproviseerd mortuarium. Beeld AFP
Nabestaanden wachten op nieuws bij een geïmproviseerd mortuarium.Beeld AFP

Volgens Remzi moet het een zelfmoordaanslag zijn geweest. 'Je ziet toch geen gat in de grond of iets dergelijks. Er is een grote zwarte plek van de explosie en er lagen ook allemaal menselijke resten verspreid op de grond.' Maar dat dit dan juist in de richting van IS of de Koerdische PKK zou wijzen gelooft hij niet. Inmiddels is Murat bij het gesprek komen staan, hij stond in het station op een trein te wachten toen de twee bommen kort na elkaar ontploften. Volgens hem is het vooral het staatsapparaat en president Erdogan die belang hebben bij chaos. 'Voordat de bommen ontploften was er hier heel weinig politie. Dat kan toch ook niet toevallig zijn. Alsof ze wisten dat er iets ging gebeuren. Want daarna krioelde het van de veiligheidsmensen en politie, toen waren ze er plotseling wel.'

In het centrum van Ankara proberen groepjes jongeren zaterdagavond nog een protest te organiseren, maar al snel worden ze uit elkaar gedreven door oproerpolitie die zelfs traangas gebruikt. Opvallend is het grote aantal veiligheidsmensen in burger. Met de demonstranten spreken is bijna niet mogelijk, want onmiddellijk komen er enkele stoere types in spijkerjack en op sportschoenen bij staan. Regelmatig worden mensen naar papieren gevraagd en soms na een haastig telefoontje afgevoerd naar een klaarstaand busje.

Rake klappen

De sfeer blijft beklemmend in Ankara, waar zondagmorgen al vroeg een politiehelikopter boven het centrum cirkelt. Duizenden demonstranten, onder wie veel vrienden en familieleden van de slachtoffers, verzamelen zich rond het middaguur om naar de plek van de aanslag te gaan. Ze willen een herdenking houden en hebben bloemen bij zich, foto's van de slachtoffers, spandoeken, pamfletten en vlaggen. Maar de oproerpolitie vormt een enorm cordon gesteund door enkele waterkanonnen en sluit de weg richting het station hermetisch af. Het duurt niet lang of de menigte wordt uit elkaar gedreven. Er vallen rake klappen, terwijl er beledigingen worden geschreeuwd tegen de politie, de AKP en president Erdogan.

De straat van het partijkantoor van HDP in de wijk Çankaya is gedeeltelijk afgezet met dranghekken en ook daar staan twee bussen oproerpolitie klaar om in te grijpen. 'Ja nu worden we plotseling wel goed bewaakt,' zegt Evren Çevik, lid van de buitenlandcommissie van de partij. De laatste aanslag op het kantoor van de pro-Koerdische HDP was op 8 september, toen een brandbom een hele verdieping van het gebouw in de as legde.

Çevik was een van de deelnemers aan de manifestatie bij het station toen de bommen ontploften. Hij heeft duidelijk niet geslapen en hij met praat met een mengeling van verdriet en ingehouden woede, een sfeer die in het hele kantoor hangt. Twee van kandidaten van de HDP voor de komende parlementsverkiezingen, Abdullah Erol en Kübra Mollao¿lu, zijn bij de aanslag omgekomen. Evren heeft een lijst voor zich met 530 namen. Daarvan zijn er volgens de HDP met zekerheid 122 overleden, de rest zijn gewonden, van wie een aantal nog in kritische toestand. Hij haalt zijn schouders op over de belofte van de regering dat ze alles zullen doen om de daders te pakken.

Ervin twijfelt er niet aan dat er een direct verband bestaat tussen deze gruwelijke aanslag en eerdere aanslagen tegen HDP-aanhangers. 'Het zijn extreme elementen, ultra-nationalisten en fascisten die deze aanslagen plegen. Ze zijn bekend bij de staatsveiligheid, maar ze doen er niets tegen. Ik wil niet zeggen dat de AKP van Erdogan directe banden met ze heeft, maar het komt hen wel goed uit.' Hij vreest dat de polarisatie door deze gruwelijke aanslag alleen maar erger wordt en zelfs de toekomst van Turkije kan bedreigen.

HDP leider Selahattin Demirta¿ heeft voorlopig alle verkiezingsactiviteiten van de partij opgeschort, in elk geval tijdens de drie dagen van nationale rouw. Begin deze week komt de partijtop bijeen om zich te beraden. 'Ik vind zelf dat we geen grote bijeenkomsten meer moeten organiseren, het is te gevaarlijk geworden', verzucht Evren. 'En of we er bij de komende verkiezingen beter uit komen durf ik ook niet te zeggen. Wat ik wel weet is dat we hoop moeten blijven creëren voor de mensen, voor onze kiezers. Dat is onze plicht.'

Turkse veiligheidsdiensten: IS achter aanslagen

De eerste tekenen wijzen erop dat Islamitische Staat (IS) verantwoordelijk is voor de bomaanslagen van zaterdag in de Turkse hoofdstad Ankara. Dat hebben twee hooggeplaatste bronnen in de Turkse veiligheidsdiensten zondag gezegd. Bij de aanslagen kwamen ten minste 95 mensen om het leven en vielen zeker 250 gewonden. Gevreesd wordt dat de aantallen nog zullen stijgen. Twee zelfmoordterroristen bliezen zich op tijdens een vredesmars waarmee de deelnemers wilden laten zien dat ze fel tegen het gewapende conflict zijn dat in het zuidoosten van het land woedt tussen het Turkse leger en strijders van de Koerdische arbeiderspartij PKK. Premier Ahmet Davutoglu heeft zaterdag drie dagen van nationale rouw afgekondigd. De parlementsverkiezingen in november gaan gewoon door, wel wordt de beveiliging flink opgevoerd. President Recep Erdogan riep zaterdag op tot ‘solidariteit en vastberadenheid’. De aanslag was volgens hem een poging het Turkse volk te verdelen. Wereldwijd is met afschuw op de aanslagen gereageerd. Vanwege een ‘publicatieverbod’ werd in Turkije dit weekeinde de toegang tot sociale media beperkt.

Meer over