Desnoods statenloos naar Spelen

Bij de opheffing van de Nederlandse Antillen is de sport over het hoofd gezien. Dat leidt tot merkwaardige taferelen bij internationale toernooien als het WK-atletiek of de Davis Cup.

AMSTERDAM - Met de ontmanteling van de Nederlandse Antillen is tevens het Antilliaanse hockeyelftal opgeheven. De internationale atletiekfederatie (IAAF) had een ontnuchterende boodschap voor de Antilliaanse topsprinter Churandy Martina: ga jij maar voor Nederland lopen. Maar het Antilliaanse tennisteam bestaat nog wel. 'Bij de herschikking van de eilanden heeft een visie op de organisatie van de sport ontbroken', zegt Geert Slot van NOC*NSF.


Tot 10 oktober 2010 kende het Koninkrijk der Nederlanden drie sportnationaliteiten: de Nederlandse, de Arubaanse en de Antilliaanse. Nu de Nederlandse Antillen alleen nog als verzamelnaam voor de eilanden bestaan - Curaçao en St. Maarten kregen een onafhankelijke status binnen het Koninkrijk - wordt het olympisch comité niet langer erkend. Curaçao en St. Maarten mogen van het IOC echter geen eigen olympisch comité oprichten. 'En dat leidt tot complicaties', aldus Slot.


Het Internationaal Olympisch Comité wil de status van de Antilliaanse sporters pas na de Spelen van Londen regelen. Met als gevolg dat Martina in 2012 twee mogelijkheden heeft: via Nederland naar de Spelen of als 'statenloos burger' onder de olympische vlag uitkomen. Dat recht werd al bij de Spelen van Barcelona in 1992 verleend aan sporters uit voormalig Joegoslavië.


Het IAAF laat Martina echter geen keuze: hij zal op het WK voor Nederland moeten uitkomen. Slot: 'Dat stelt hem voor een dilemma. Martina zal als Nederlands atleet niet alleen moeten voldoen aan de limieten van NOC*NSF. Wij kunnen hem niet uitzenden naar regionale evenementen als de Pan-American Games. Daar mag hij als Nederlander niet aan meedoen, maar als Antilliaan of Arubaan wel.'


NOC*NSF wil echter voorkomen dat atleten gaan 'shoppen': wie de Nederlandse limiet voor de Spelen niet haalt, kiest de Antilliaanse sluiproute. 'Vergelijk het met Bart Veldkamp die voor België ging schaatsen', zegt Slot.


Zo deden Nederlandse hockeysters - veelal uit de overgangsklasse - onder de vlag van de Antillen mee aan het olympisch kwalificatietoernooi voor de Spelen van Peking. De missie mislukte. 'Het zette vooral kwaad bloed', zegt een woordvoerder van de Nederlandse hockeybond.


En Slot namens NOC*NSF: 'De internationale hockeyfederatie FIH volgde dat proces met argusogen. Stel dat je bij de Spelen Nederland 1 tegen Nederland 2 had gekregen. Het zou de bijl hebben gelegd aan de wortels van onafhankelijke olympische comités. Emigratie is niet het probleem. De bonden en het IOC willen wel voorkomen dat landen sporters kunnen kopen door ze een ander paspoort te geven. We gaan er na de Spelen van Londen met alle rijksdelen over praten.'


De Koninklijke Nederlandse Honkbal en Softbalbond (KNHSB) maakt zich geen zorgen. 'Onze Antillianen hebben een Nederlands paspoort', zegt directeur Hans Meijer. 'En jongens van Curaçao of St. Maarten zullen voor het Nederlandse team blijven kiezen zolang ze bij ons op een hoger niveau kunnen spelen. We hebben honkballers op Bonaire, Saba en St. Eustatius al opgeroepen om clubs op te richten. Dan kunnen ze zich bij ons aansluiten.'


Met de Antillen verdween wel het nationale hockeyelftal, maar niet het tennisteam in de Davis Cup. Zolang het IOC zich afzijdig houdt, is elke sport aangewezen op de internationale federaties. Afspraken tussen atleten en hun bonden leiden echter tot rechtsongelijkheid, zegt Slot. 'De wereldvoetbalbond FIFA erkent het olympisch comité van de Antillen nog wel, de IAAF niet. Het is een ingewikkeld proces. Voor de sporters is het een ramp. Ze weten totaal niet waar ze aan toe zijn.'


Meer over