INTERVIEWLAURENS MEYER

Desnoods gaat de grootste kroegbaas van Nederland met zijn terrassen de hoogte in

Laurens Meyer, op het strand in Scheveningen.Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Dat op 1 juni maximaal dertig mensen in kroeg of restaurant mogen zitten, vindt de grootste kroegbaas van Nederland een zoethoudertje. ‘Met personeel erbij kan ik ongeveer twintig mensen verwelkomen. Dat is ridicuul.’ 

Met een cola light in de hand kijkt Laurens Meyer (60) somber door grand café Moeke in Scheveningen. ‘Hier hadden vandaag tussen de vijf- en zeshonderd mensen moeten zitten, maar we hebben nog geen gast ontvangen.’ Op 17  maart zou het restaurant aan het strand zijn deuren openen, op 15 maart ging Nederland op slot.

Nederland leerde Meyer de afgelopen weken kennen als de voorvechter van de Nederlandse horeca. ‘Wij gaan hoe dan ook op 1 juni open’, zei hij op 30 april tegen het Algemeen Dagblad. ‘Dat was gecalculeerd bluffen’, zegt Meyer lachend. ‘1 juni was een logische datum. Bijna alle andere Europese landen hadden al aangekondigd dat cafés en restaurants voor die datum zouden opengaan.’

Meyer begon zijn carrière in de horeca op zijn 15de als glazenhaler in een discotheek. In 1988 opende hij zijn eerste kroeg in Breda en inmiddels heeft hij ruim vijftig horecazaken door heel Nederland. ‘Het is mijn levenswerk geworden.’

U bent de grootste kroegbaas van Nederland. Hoe heeft u 15 maart beleefd?

‘Ik voelde me een beetje zoals op 11 september 2001. Je ziet de wereld veranderen en hebt totaal geen besef wat de nieuwe situatie voor je bedrijf gaat betekenen. Dat dringt de dagen daarna langzaam door.

‘Wat ik die dag het meest schrijnend vond, was dat we al onze gasten voor zes uur de tent uit moesten jagen. Dat vond ik zo overtrokken, onzinnig en onrechtvaardig. We hadden best kunnen wachten tot iedereen was uitgegeten. Dat had voor het aantal besmettingen weinig uitgemaakt.’

Wat deed u toen al uw zaken dichtgingen en er tweeduizend werknemers thuis kwamen te zitten?

‘We hebben direct gekeken welke rekeningen we konden uitstellen en welke contracten we konden terugdraaien. Het vuilnis hoeft bijvoorbeeld niet drie keer per week opgehaald te worden, dat contract hebben we meteen aangepast. Het is een voordeel dat we geleerd hebben van de crisis van 2008. Toen hebben te passief gehandeld en te lang gedacht: ‘Dit komt wel goed.’ Nu hebben we direct actie ondernomen.’

De overheid leek kordaat te handelen met een ruimhartig steunpakket voor ondernemers.

‘Dat beeld is ontstaan, maar in feite zijn we een oor aangenaaid. Onze D66-minister Koolmees (Sociale Zaken, red.) beloofde om 90 procent van de loonkosten te vergoeden, dat blijkt in praktijk maximaal 60 procent. Buiten dat ons dat veel geld kost, veroorzaakt het ook een scheef beeld bij werknemers, die denken dat de loonschade voor de ondernemer wel meevalt.’

Wat verwacht u van het tweede steunpakket?

‘Allereerst dat het eerste steunpakket wordt hersteld en we krijgen wat is beloofd: 90 procent vergoeding van de loonkosten. Daarnaast moet er een compensatie voor de vaste lasten komen. Wij kunnen straks wel weer open, maar met alle restricties gaan we natuurlijk verlies draaien. Als de overheid nu alleen het eerste steunpakket verlengt en geen vaste lasten compenseert, bestaat een groot deel van de horecabedrijven over een paar maanden niet meer.’

Helpt het dat de terrassen op 1 juni weer open mogen en dat er binnen straks dertig mensen mogen zitten?

‘Dat is een zoethoudertje. Als je een hond een hondenbrokje geeft, kwispelt hij even maar de volgende dag gaat hij nog steeds dood van de honger. Het steunpakket moet in balans zijn met de exploitatie die je kunt draaien, en daarnaast zijn sommige regels echt belachelijk. Zo geldt in bijna alle Europese landen voor binnen een percentage van ongeveer de helft van de horecacapaciteit. Waarom kiest Nederland dan weer voor een regel met dertig mensen? Met personeel achter de bar en in de keuken, kan ik in dit grand café ongeveer twintig mensen verwelkomen. Dat is ridicuul. We zouden hier binnen prima driehonderd gasten kunnen ontvangen, waarbij alle tafels op anderhalve meter van elkaar staan.’

Buiten geldt die restrictie van dertig mensen niet. Kunt u de terrassen flink uitbreiden.

‘Daar kijken we nu naar. In Breda, Groningen, Den Haag en alle andere steden waar we horecagelegenheden hebben, denken de gemeenten echt goed mee. In Groningen hebben wij bijvoorbeeld op de Grote Markt het grand café De Drie Gezusters. Daar zouden we buiten flink willen uitbreiden, maar ons terras grenst aan een busbaan. De gemeente is nu aan het kijken of ze die busbaan kunnen verleggen. Dat noem ik samenwerken.’

Wat kunt u verder nog?

‘De hoogte in. In 2017 hebben we een ontwerp getekend om op de Grote Markt een dubbel terras neer te zetten. Dat was destijds een 1-aprilgrap, maar inmiddels zijn we ingehaald door de realiteit. De komende dagen zullen we kijken of we daadwerkelijk een tweede plateau op ons terras gaan bouwen. Deze week hoop ik daar meer duidelijkheid over te krijgen van overheid en gemeenten. Ik heb contact met evenementenbouwers, die op festivals driedubbele vipdecks bouwen. Een dubbel terras met een paar tafels en stoelen is voor hen een peulenschil.’

Waar zit u zelf op 1 juni?

‘Ik denk dat ik bij ongeveer vijftien zaken langsga om te kijken hoe het gaat. Ik hoop overigens dat de heropening niet op 1 juni is, dat zou ontzettend onhandig zijn. Op Tweede Pinksterdag is iedereen vrij. Als onze terrassen dan gelijk overspoeld worden door mensen, gaat het erg moeilijk worden. Ons personeel zal moeten wennen aan nieuwe regels en een andere werkwijze.’

Dus liever 2 juni dan 1 juni?

‘Absoluut niet! Met elke dag die we langer wachten, slachtofferen we een paar bedrijven. Mijn mensen staan te trappelen om weer te beginnen en ik hoop dat de overheid ons de mogelijkheid geeft om vanaf de woensdag 27 mei te beginnen met proefdraaien. Dan zijn wij in het pinksterweekend helemaal klaar om onze gasten op een veilige manier te verwelkomen.’

Meer over