Design

Designhistoricus Timo de Rijk (47) is sinds deze week bijzonder hoogleraar design cultures. Hij wil ontwerpers meer historisch en cultureel besef bijbrengen. Wat kunnen zij leren van Chinese restaurants en spijkerbroeken?

MACHTELD VAN HULTEN

Sinds woensdag bent u de eerste bijzonder hoogleraar van design cultures in Nederland, en eigenlijk in heel de wereld. Wat houdt het vak in?

'Het is een masteropleiding van een jaar aan de VU. Bedoeld voor cultuurwetenschappers en aanverwanten, zeg maar voor de toekomstige critici, curatoren en journalisten. Maar ook voor ontwerpers.'

Wat hebben die eraan?

'Ontwerpers zijn altijd bezig met hun volgende ontwerp, met materialen, en hoe ze een fabrikant kunnen overtuigen van hun product. Ze houden zich in hun dagelijkse praktijk nooit bezig met grotere, abstractere thema's.

'Het debat dat ontwerpers voeren is eigenlijk best grauw. De enige motivatie die ontwerpers noemen om een nieuw product te maken, is hun persoonlijke ontwikkeling. En daar komt hij mee weg. Dat is voor een architect ondenkbaar. In elk debat zit je altijd met Rem Koolhaas of Le Corbusier aan tafel. Bij design bestaat geschiedenis eigenlijk helemaal niet.

'Deze leerstoel is een poging een academische beschouwing te verbinden aan de wereld van het ontwerp. Door de bedoelingen en betekenissen van design te analyseren zullen ontwerpers uiteindelijk in staat zijn om op een rijkere, intellectuele manier over ontwerpen na te denken.'

Wat is uw mooiste bezit?

'Mijn Alfa Romeo GTV6... Of nee, dat is een Leerdam Glasverzameling: twintig vazen uit de jaren twintig. Daar kan ik erg van genieten. Ze staan op mijn werkkamer. Ik heb al mijn studentencentjes aan die collectie gespendeerd, wat achteraf niet zo handig is. Want ze waren toen veel duurder dan nu.'

Wat is er zo mooi aan?

'Het vertegenwoordigt een pure artistieke prestatie. Die vazen zijn modern, ongedecoreerd. Simpele, heldere vormen - dat was outstanding voor de jaren twintig. Het verkocht slecht in die tijd. En om dat dan in productie te brengen bij dé grote Glasfabriek Leerdam, dat was wat. De ontwerpers hadden bovendien een verheffingsideaal, heel moralistisch dat als je arbeiders maar betere spullen gaf, ze dan ook betere mensen werden.'

Zijn de vazen een voorbeeld van goed design?

'Goed design impliceert dat er ook slecht design is, slecht in de zin van slecht functionerende producten, die bestaan wel, maar goed en slecht interesseren mij niet, net zo min als mooi of lelijk. Persoonlijk wel natuurlijk, ik hou van mooie spullen. Maar professioneel gezien gaat het mij alleen om de betekenis van design.'

Wat kan design dan allemaal betekenen?

'Design gaat niet alleen over wat de designer bedenkt. Design is een veel groter gebied waarbij niet alleen de ontwerper betekenis geeft aan een product maar ook marketeers en, heel belangrijk, consumenten zoals jij en ik. Kijk bijvoorbeeld maar hoe jij gekleed bent. Dat Adidas-jack is zeg veertig jaar geleden ontworpen als atletiekjasje. Door het nu, zo te dragen geef jij er een nieuwe betekenis aan die zich onttrekt aan het oorspronkelijke idee van de ontwerper.

'Maar dat geldt ook voor auto's. BMW maakt zijn auto's voor jonge, snelle zakenmannen. Maar op de tweedehandsmarkt zijn BMW's heel populair onder Marokkaanse jongens. In Engeland heeft de 'Beemer' daardoor een ronduit proleterig imago. Design is niet meer het primaat van de ontwerper. Je kunt nog zoiets moois maken, maar als de verkeerde persoon het koopt...?'

Dan gaat een product een eigen leven leiden.

'Producten kunnen per land een heel andere betekenis hebben. Met auto's is dat heel duidelijk. Een Volkswagen Golf in Duitsland is voor de jonge professional, in Nederland is het een duurdere gezinsauto, en in Amerika is het een auto voor jongeren. Kijk ook bijvoorbeeld wat er met het champagnemerk Cristal is gebeurd. In de jaren zeventig was het een chique Hollywood-drank. Nu is het een drank van zwarte rappers. Als Jay-Z iets te vieren heeft, laat hij die flessen van 3.000 dollar per stuk aanrukken.'

U zegt ook: design ligt veel dichter bij popmuziek en de culinaire wereld, dan bij kunst en architectuur.

'Vroeger werd designgeschiedenis beperkt tot het debat onder ontwerpers. Net zoals de kunstgeschiedenis over kunstenaars gaat. Maar design heeft eigenlijk heel weinig met beeldende kunst te maken. Zoals gezegd: design ontleent zijn betekenis aan allerlei factoren, in tegenstelling tot beeldende kunst die altijd dicht bij de intentie van de kunstenaar blijft. Daarom gedijt kunst het best in een museum, tussen vier kale witte muren. Kunst is rijk in zichzelf. Dat is ook de kracht.

'De kracht van design ligt niet in de galerie. Maar bij jou en mij, bij marketing. De manier waarop de designindustrie werkt, en die van de mode, lijkt veel meer op hoe de popmuziekindustrie werkt. De zanger of een band is natuurlijk het boegbeeld, maar behalve de muziek zijn er zo veel factoren - styling, grafische vormgeving - die bepalen hoe een ontwerp wordt ontvangen. In dit vak meng ik de geschiedenis van ontwerpers met economische en sociale ontwikkelingen.'

Uit uw oratie blijkt een enorme fascinatie voor Chinese restaurants in Nederland.

'Ja, dat valt inderdaad niet te ontkennen. Ik heb me altijd wel, uit een soort weerbarstigheid, ook aangetrokken gevoeld tot uitermate lelijke producten. Maar het is begonnen toen ik vier jaar geleden naar een suburb verhuisde en tegenover zo'n typisch Chinees restaurant kwam wonen dat net op dat moment helemaal werd leeggetrokken voor een nieuw interieur. Dat gebeurt in heel Nederland, de authentieke Chinees gaat eruit. Op Marktplaats kun je elke week voor 100 euro een heel Chinees interieur op de kop tikken.

'In mijn oratie laat ik zien hoe absurd het is dat die exotische Chinese restaurants, na de oorlog, voet aan de grond kregen in calvinistisch Nederland. Voor het eerst werd op een grootschalige manier een hele middenklasse in de gelegenheid gesteld uit eten te gaan - dat werd een nieuwe vrijetijdsbesteding.

'Als je je erin verdiept, is het zo bizar dat wij die restaurants volkomen gewoon zijn gaan vinden, ondanks het exotische, krankzinnig lelijke interieur van draken en goudvissen en ondanks een keuken waarvan wij het originele eten eigenlijk helemaal niet lekker vonden, maar die door de Chinezen meteen werd aangepast. Dat is een absurde ontwikkeling. In China bestaan dit soort restaurants niet eens.

'En wat het nog interessanter maakt is dat nu, honderd jaar nadat de eerste Chinees in Nederland zijn deuren opende, ze weer dezelfde truc uithalen. De nieuwe Chinezen, vaak gerund door de kinderen en kleinkinderen, zijn modern, gemengd met Frans, of geënt op een Nam Kee-achtige authentieke sfeer. Alles draait om authenticiteit. De opkomst van het wokken helpt ook mee in die trend: de gerechten worden voor het oog van de klant bereidt. Maar de grap is, als er één volk niets met authenticiteit heeft, zijn het wel de Chinezen.'

Ik denk dat veel mensen nu denken: wat heeft dit nou met design te maken?

'Het gaat erom: hoe ziet een restaurant eruit? Door het wokken wordt het interieur bepaald. Maar er komen inderdaad geen officiële vormgevers aan te pas. Dit is wat ik bedoel met: design is een veel groter gebied. Ook wat de groothandels aanbieden aan lakpanelen met ivoor en visjes, het liefst van plastic, dat is allemaal design.'

Een van de centrale stellingen in uw oratie is dat de consument een sterke hang heeft naar onveranderlijkheid, naar oermodellen. Zoals de spijkerbroek.

'Ja, de ontwerper pleit natuurlijk altijd voor verandering. Die wil altijd iets nieuws, anders hoef je niet meer te ontwerpen. Maar zowel ontwerpers als consumenten hebben ook een sterke neiging naar onveranderlijkheid. De hang naar authenticiteit zit in de onze westerse maatschappij cultureel ingebakken, veel meer dan in China of zelfs Amerika. Wij hebben sterk de behoefte aan oermodellen. Die stellen gerust.'

'Jeans is wereldwijd het bestverkochte product aller tijden en in de 150 jaar dat de spijkerbroek bestaat is er nauwelijks iets veranderd aan het uiterlijk. Wat bizar is, want van oorsprong is de jeans een 19de-eeuwse werkmansbroek, voor cowboys en andere arme drommels. Die broeken krompen enorm en verkleurden. Slechter kun je het eigenlijk niet hebben - kijk maar naar wasmiddelenreclames! En uitgerekend die jeans werd het meestgedragen kledingstuk ter wereld. Welkom in Absurdistan.'

Niet echt goed nieuws voor ontwerpers, dat consumenten zo conservatief zijn?

'Nee hoor, het is niet per se slecht nieuws. De rol van de ontwerper hoeft niet te veranderen. Het kapitalistisch systeem blijft vragen om verandering en vooruitgang, zodat er groei is. Wat ik mijn studenten wil bijbrengen, is het besef dat de wereld van de vormgeving rijk is, groter dan de wereld van de ontwerper. Maar die omslag in bewustzijn is allang gaande. Bij een bedrijf als Akzo Nobel maken ze niet alleen een technisch product als verf, maar ook kleur en sfeer. Daarvan is iedereen doordrongen. Het gaat er meer om dat ontwerpers beseffen dat onveranderlijkheid diep in onze cultuur zit. En dat de betekenis van hun ontwerp verder reikt dan de tekentafel, waardoor nieuwe betekenissen worden gegenereerd. Daar kun je als ontwerper mee spelen, op anticiperen, waardoor je product beter kan worden.'

Ja, want de wereld staat toch nog steeds bol van de nieuwe producten, smart phones, tablets, tomtom. Die vinden gretig aftrek.

'Tuurlijk, en de mens verandert er ook door. Wij zijn compleet andere mensen dan twintig jaar geleden, laat staan dan honderd jaar geleden. Maar toch, ik geloof dat 9 op de 10 innovaties niet aanslaan. Mensen hebben een fascinatie voor vernieuwing én ze zijn er bang voor.'

Wat is het meest interessante product van dit moment?

'Dat is de digitale revolutie. Hoewel de grootste productverandering in mijn ogen niet de computer is geweest maar de radio. Dat gewone mensen in de jaren twintig tot vijftig op gigantische schaal een radio aanschaften voor honderden gulden, was revolutionair. Dat is te vergelijken met een computer van 10 duizend euro. De radio bracht voor het eerst een heel andere wereld je huis binnen, zoals later ook de tv zou doen. Dat je met je moeder kon praten en tegelijk naar een bokswedstrijd aan de andere kant van het land kon luisteren, gaf een ongekende opdeling van de werkelijkheid.'

Wat vindt u het interessantste product van dit moment?

'De Duitse ontwerper Konstantin Grcic vind ik een briljante kerel. Ik snap hem ook heel goed, waarschijnlijk omdat hij van mijn generatie is. Dan denk je misschien: moet je nou weer een stoel maken. Maar dan gebruikt hij toch weer een heel nieuw materiaal. Hier, kijk, een stoel met een betonnen poot en een aluminium zitting, zo zwaar en zo licht in een ontwerp. Echt een topding. En hij kost nog geen 400 euro. Geen geld.'

Toch echt designers design, in de klassieke betekenis van het woord!

'Ja dat is het ook. Het is echt van de klasse van Charles Eames. Alles een 10 en soms een 9. Wat dat betreft ben ik een normaal mens. Ik val ook gewoon voor mooie spullen.'

---------------------------

'Ik val voor mooie spullen'

Timo de Rijk bekleedt sinds deze week de Premsela Leerstoel als bijzonder hoogleraar design cultures aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Daarnaast is hij ook universitair hoofddocent designgeschiedenis en designtheorie aan de faculteit Industrieel Ontwerpen van de TU Delft. Eerder gaf hij ook les aan de Design Academy in Eindhoven.

De Rijk studeerde kunstgeschiedenis in Leiden en promoveerde aan de Technische Universiteit Delft. Hij schreef boeken en artikelen over de (Nederlandse) designgeschiedenis en stelde als curator designtentoonstellingen samen onder meer in het Gemeentemuseum Den Haag en de Kunsthal in Rotterdam. Ook is De Rijk hoofdredacteur van het tijdschrift Morf en hetDutch Design Yearbook.

undefined

Meer over