DESIGN VOOR HET GOEDE DOEL

Steeds meer ontwerpers maken maatschappelijk verantwoorde producten. Zelfs grote producenten als Ikea schrikken niet meer terug voor geëngageerd design. Mits het er een beetje sexy uitziet, natuurlijk....

JEROEN JUNTE

Hofors heet het geinige opbergkastje – het lijkt op een ovalen lampenkapje voor aan de muur. De stoere no-nonsense tafel (gewoon vier poten en een rechthoekig blad) heet Pet Plastic. De fleurige kussenovertrekken, die wel wat weg hebben van exotische quilts, heten Grindtorp. Leuke meubeltjes zijn het die Ikea vorig seizoen onder de naam PS op de markt bracht. Uit duizenden herkenbaar als echte Ikea-spulletjes, al was het alleen al vanwege die koddige namen. Ze zijn betaalbaar als altijd, en hebben ook de speelse vormen waar het Zweedse woonwarenhuis naam mee maakte.

Toch is er een groot verschil met de doorsnee Ikea-collectie. Zo zijn de opbergkastjes gemaakt van oud papier van melkpakken. De tafel is vervaardigd van gerecyclede plastic (pet-)flessen. Afval uit Indiase textielfabriekjes is de grondstof voor de kussens.

‘We wilden wel eens zien of ons motto – goed design voor iedereen – ook is te realiseren met alternatieve materialen’, zegt Ikea-woordvoerster Ellen van den Boomgaard. Vooralsnog gaat het hier om een beperkte collectie die met extra aandacht wordt gepresenteerd; het is tenslotte nog niet zo lang geleden dat Ikea werd beschuldigd van kinderarbeid. ‘Maar als er voldoende vraag is naar deze producten, dan worden ze gewoon in de reguliere collectie opgenomen.’

Dat het Ikea menens is met verantwoorde producten blijkt vooral uit de productie van kussens van afvaltextiel, die niet worden gemaakt in grauwe naaiateliers maar door zelfstandig werkende vrouwen op het Indiase platteland. ‘Het doel is deze vrouwen economisch onafhankelijk te maken, waardoor ook hun maatschappelijke positie versterkt.’ Over enige tijd zal worden geëvalueerd of structurele samenwerking mogelijk is. ‘Maar nu al staat vast dat goed design en ontwikkelingshulp, of samenwerking moet ik eigenlijk zeggen, elkaar niet in de weg hoeven te staan’, aldus Ikea.

Design en de Derde Wereld, lange tijd waren het slechts verre verwanten. Bij derdewereldmeubels denk je al snel aan bebaarde mannen op geitenwollensokken die gebatikte kleden en handgemaakte tafeltjes en stoeltjes aan de man brengen; producten die weliswaar met aandacht in elkaar zijn gezet door lokcale timmerlui maar die eerder vertedering dan begeerte oproepen. En die uiteraard worden verkocht zonder winstoogmerk. De designwereld daarentegen, dat zijn oogstrelende producten met een stevig prijskaartje, vervaardigd met hypermoderne materialen door topontwerpers. Maar deze clichés lijken hun beste tijd te hebben gehad. Zelfs grote producenten als Ikea schrikken niet meer terug voor maatschappelijk verantwoord design, mits het er een beetje sexy uitziet natuurlijk.

Tegelijkertijd nemen ook steeds meer ontwerpers hun maatschappelijke verantwoordelijkheid serieus. Een voorbeeld: de sierlijke slinger van wol waaraan ingenieuze gehaakte bloemen van wol hangen, een ontwerp van Lotte van Laatum (27). Dit kleurrijke sieraad kan als een sjaal worden gedragen of als een broche aan kleding worden bevestigd. Maar het was niet vanwege de originele vormgeving dat dit eindexamenproject aan de Design Academy in Eindhoven vorig najaar niets dan lof oogstte.

Voor de productie van dit handwerkje maakte Van Laatum gebruik van tien Turkse oude vrouwen. ‘Ruim driekwart van de Turkse vrouwen van de eerste generatie in Nederland leeft in een sociaal isolement. Ze spreken de taal niet en hebben amper onderwijs genoten. Maar waar ze wél in uitblinken is handwerk. Dus heb ik een aantal eigentijdse producten voor ze ontworpen, die ze gezamenlijk kunnen maken. Zo kunnen de vrouwen toch een actieve rol in de samenleving spelen.’

Uitgangspunt was wel dat het moest resulteren in mooie producten. ‘Het is geen werkgelegenheidsproject.’ De naam van dit project: Bloei!. ‘Ik maak nu nog de ontwerpen en genereer de opdrachten, maar uiteindelijk moeten de vrouwen alles zelf leren doen. Zelf opdrachten binnenhalen, zelf verkooppunten vinden en misschien ook wel zelf een producten ontwerpen. Ze moeten opbloeien dus.’

Van Laatum is geen uitzondering. ‘Ik bespeur onder jonge ontwerpers al jaren een stijgende interesse in vraagstukken als integratie, milieu en ontwikkelingshulp’, zegt Lieke Hooft van Huysduynen, manager van de Mastersopleiding aan de Design Academy. ‘Logisch ook’, vind ze, ‘want een goede ontwerper speelt in op maatschappelijke behoeftes. En nog meer geld- en energieverspillende spullen is wel het laatste waar we behoefte aan hebben.’

De afgelopen vijf jaar reisden ongeveer zestig studenten af naar ontwikkelingslanden om daar te werken met locale ambachtsmensen. Dit najaar gaan er tien á vijftien naar Mali om nieuwe toepassingen te verzinnen voor het afvalprobleem aldaar. ‘Bijkomend effect is dat deze regio schoner wordt en dus aantrekkelijker voor toerisme. Design dat het milieu spaart maar werkeloosheid bevordert is niet duurzaam.’

Het animo voor ‘duurzaam design’ is inmiddels zo groot dat enkele maanden geleden het platform House Of Humanity is opgericht, dat deze initiatieven op de Design Academy coördineert. Duurzaam design betekent niet per se projecten in verre ontwikkelingslanden, zegt Hooft van Huys Duynen. Zo werd onlangs een project afgerond met een plaatselijke kringloopwinkel door en voor vluchtelingen. ‘Die mensen kunnen vaak heerlijke exotische gerechten bereiden. Dus hebben we samen een catering opgezet, waarbij wij de menukaart en de verpakking verzonnen en zij de hapjes leverden. Ook werden nieuwe toepassingen bedacht voor het overvloedige restmateriaal in de kringloopwinkels, zoals tassen gemaakt van oude luchtbedden.’

Recyclen, niemand die er tegenwoordig nog van opkijkt. Toch is het amper twaalf jaar geleden dat Droog Design milieu en grondstofschaarste op de designagenda zette met kasten van sloophout (Piet Hein Eek) en stoelen van oude vodden (Tejo Remy). Thema’s die nog niets aan actualiteit hebben ingeboet. Het Utrechtse designbureau Meesters & Van der Park bijvoorbeeld lanceerde onlangs Re:use/Re:make/Re:value, een collectie met onder meer een vloerkleed van oude dekens en gezandstraalde, afgedankte meubels. ‘Als ontwerper draag je bij aan de groeiende afvalberg. Dus is het ook je verplichting om oplossingen daarvoor aan te dragen’, verduidelijkt Jo Meesters (32).

Een ander project van dit twee jaar oude ontwerpbureau is Naald en draad, dat verwant is aan het project van Lotte van Laatum. Dit keer zijn het vrouwen van alle leeftijden die samen handwerken aan een groot tafellaken. ‘Niet alleen kunnen oude handwerktechnieken zo worden doorgegeven aan jongere generaties, maar ook worden ouderen uit hun isolement gehaald en draaien ze weer volwaardig mee in een productieproces.’ Inmiddels heeft dit idee een praktische invulling gekregen. ‘Met het Rode Kruis zijn we nu soortgelijke handwerk-workshops door en voor oudere dames aan het opzetten. We zijn nu de winkels aan het selecteren om dit handwerk te verkopen. De opbrengsten zijn uiteraard voor het Rode Kruis.’

Het zijn kleinschalige projecten, Naald en draad van Meesters & Van der Park en Bloei! van Lotte van Laatum; sympathiek, dat zeker, maar vooral met een symbolische functie. Immers, het multiculturele drama of de vergrijzingsproblematiek los je niet op met een breiclubje. Maar de goede bedoeling verzanden niet in conceptuele ontwerpen, het klassieke manco van dutch design. Ontwerpers met een praktische inslag kunnen terecht bij het ontwikkelingsproject Dutch Design in Development (DDID), een samenwerking van vormgevingsinstituut Premsela, de Beroepsorganisatie Nederlandse Ontwerpers en het Nederlands Comité voor Duurzame ontwikkeling, een hulporganisatie van de overheid.

‘Ons doel is het stimuleren van export naar westerse landen door kleine ondernemers in ontwikkelingslanden’, vertelt Inge Toussaint van DDID. ‘En omdat export begint met een goed product, hebben we ervoor gekozen om deze ondernemers te koppelen aan Nederlandse vormgevers.’

Afgelopen jaar werkten zeven ontwerpers mee aan projecten in Brazilië, Indonesië, Argentinië en Bangladesh. ‘Voorwaarde is dat de ondernemers daar zich richten op export. Voor producten voor de plaatselijke markt hebben ze immers geen hulp van Nederlandse ontwerpers nodig.’

De animo onder ontwerpers is groot. ‘We hebben al meer dan honderd aanmeldingen.’ Natuurlijk doen de ontwerpers inspiratie op door contact met nieuwe productietechnieken en materialen. Maar volgens Toussaint zou dit project geen kans van slagen hebben zonder engagement onder de ontwerpers. ‘Rijk word je niet van het ontwikkelen van een stoel voor een werkplaats voor vrouwen op het platteland van Mali. Je moet dus gemotiveerd zijn om voor het goede doel te werken.’

Sandra Dijkstra en Anne Brouwer werkten afgelopen winter bijna twee maanden bij vier bedrijfjes op Bali, waarvoor ze onder meer meubels, kleding en sieraden ontwierpen. Voor een bedrijfje dat standaard kussen produceerde, ontwierpen ze een armleuning voor op bed en een knuffelkussen. ‘Producten die ze daar niet kennen maar maar waar hier vraag naar is’, zegt Dijkstra. De 30-jarige ontwerpster presenteerde deze Balinese producten vorige maand op de jaarlijkse Salone del Mobile in Milaan, de meest prestigieuze designbeurs ter wereld. ‘Want dan heeft zo’n fabrikant hartstikke leuke producten, maar dan weet hij nog niet hoe hij ze hier aan de man moet brengen. En de beste plek om contact te leggen met potentiële afnemers is de beurs in Milaan.’ De reacties waren positief. ‘Onze sieraden zijn gestolen, dus ik neem aan dat men ze wel mooi vond.’

Maar wat ook opviel, is dat veel mensen aanvankelijk niet doorhadden dat het duurzaam design was. ‘Men vond het gewoon mooi. En als we dan vertelden dat deze producten waren ontwikkeld in samenwerking met een ondernemer op Bali, dan vond men ze nóg mooier.’ Precies wat de twee ontwerpers voor ogen hadden. ‘We wilden hippe producten maken, die zo de Bijenkorf in kunnen. Dat is gelukt. Die kussens zijn bijvoorbeeld bekleed met uniek handwerk en gemaakt van authentieke, op Bali geweven stoffen. Echt eersteklas design. Dat kan ik hier niet eens voor die prijs produceren.’

Ook duurzaam design moet uiteindelijk verkocht worden, beaamt Hooft van Huysduynen van de Design Academy. ‘Alleen maar je ei leggen als ontwerper en weer doorgaan heeft geen zin.’

Het klinkende verkoopsucces van duurzaam design is nog slechts ‘een kwestie van tijd’, is haar vaste overtuiging. ‘Want als je ziet hoe schitterend die producten soms zijn. Duurzaam design heeft de toekomst.’

Meer over