Analyse

Dertig jaar na de val van de Sovjet-Unie: hoe Rusland onder Poetin opnieuw een wereldmacht werd

In Moskou verzet de bevolking zich tegen de couppoging van de communistische oude garde. Delen van het leger scharen zich, tot vreugde van deze man, achter dat verzet, augustus 1991. Beeld David Turnley/Corbis via Getty Images
In Moskou verzet de bevolking zich tegen de couppoging van de communistische oude garde. Delen van het leger scharen zich, tot vreugde van deze man, achter dat verzet, augustus 1991.Beeld David Turnley/Corbis via Getty Images

Dertig jaar geleden viel de Sovjet-Unie om. Een imposant machtsblok verkruimelde. Onder het nieuwe leiderschap bleef ook van de economie niets over. Toch werd Rusland onder Poetin opnieuw een wereldmacht, die de confrontatie met het Westen niet schuwt.

Bert Lanting

‘Het gevaarlijkste moment voor een slechte regering is wanneer ze begint te hervormen’, schreef de Franse politiek filosoof Alexis de Tocqueville ooit. Dat bleek wel toen Sovjetleider Michail Gorbatsjov de Sovjet-Unie in de jaren tachtig nieuw leven probeerde in te blazen. Na nog geen zes jaar ‘perestrojka’ (verbouwing) en ‘glasnost’ (openheid) stortte het Sovjetrijk ineen. Dertig jaar geleden, in de nacht van 25 op 26 december 1991, werd de vlag met de hamer en sikkel voor het laatst gestreken boven het Kremlin.

Het uiteenvallen van de Sovjet-Unie was een traumatisch moment voor Vladimir Poetin, op dat moment nog officier bij de geheime dienst KGB. De huidige Russische president omschreef die gebeurtenis later als de ‘grootste geopolitieke catastrofe van de twintigste eeuw’. De grootmacht die hij jarenlang had gediend, was opeens gereduceerd tot verliezer van de Koude Oorlog. Ook zelf leek hij aan de verkeerde kant van de geschiedenis te staan.

De Sovjet-Unie sukkelt

De Sovjet-Unie was voor het aantreden van Gorbatsjov zichtbaar aan een opknapbeurt toe. Het leven was grauw, de planeconomie was vastgelopen, in de winkels prijkten onappetijtelijke waren op de schappen en in de communistische ideologie leken nog maar weinig mensen te geloven. Om de bejaarde Sovjetleider Leonid Brezjnev werd gegniffeld, een levend lijk dat het woord ‘socialistisch’ verhaspelde tot sosiski, worstjes.

Ook fysiek leek de partij naar haar einde te sukkelen. Kort achter elkaar stierven drie partijleiders: Brezjnev, Andropov en Tsjernenko. Om een einde te maken aan de beschamende reeks staatsbegrafenissen besloot het Politburo van de communistische partij de 54-jarige Gorbatsjov te kiezen als nieuwe Sovjetleider.

Gorbatsjov begreep dat het tijd was het communistische stelsel te vernieuwen, waarbij hij de glasnost, het toestaan van kritiek, als brandstof voor de hervormingen gebruikte. Maar met het vieren van de teugels kwamen zulke enorme krachten los dat hij en de partij de controle over de gebeurtenissen steeds meer begonnen te verliezen.

Tij niet te keren

De partij gaf uiteindelijk haar machtsmonopolie op, de Berlijnse Muur en het Oostblok bezweken en ook het Sovjetrijk zelf begon te wankelen. Overal doken afscheidingsbewegingen op. De Baltische Sovjetrepublieken riepen als eersten de onafhankelijkheid uit. Onder druk van de conservatieven deed Moskou een halfslachtige poging de opstand de kop in te drukken met de bestorming van het Litouwse parlement en van de regeringsgebouwen in Letland door Sovjet-eenheden. Maar het tij was niet meer te keren: Gorbatsjov wilde het overleven van de Sovjet-Unie niet op een bloedvergieten laten uitlopen.

In augustus 1991 hadden de conservatieven genoeg van Gorbatsjovs geaarzel en pleegden ze een staatsgreep. Gorbatsjov werd in zijn vakantieverblijf op de Krim opgesloten, maar in Moskou stuitten de coupplegers op massaal verzet van de bevolking onder leiding van Boris Jeltsin (toen president van de republiek Rusland), die delen van het leger achter zich wist te krijgen.

Toen Gorbatsjov na het mislukken van de staatsgreep terugkeerde in Moskou was hij de macht feitelijk al kwijt aan Jeltsin. Terwijl de Sovjetleider nog verwoede pogingen deed het Sovjetrijk overeind te houden met een nieuw Unieverdrag waarin de republieken meer autonomie zouden krijgen, koerste Jeltsin aan op het uiteenvallen van de Sovjet-Unie.

Op 8 december diende hij de doodsteek toe: samen met de leiders van Oekraïne en Belarus kondigde Jeltsin het opheffen na de Sovjet-Unie aan. Extra pijnlijk voor Gorbatsjov was dat Jeltsin de Amerikaanse president Bush eerder op de hoogte bracht van dat besluit dan hem.

Op 26 december volgde de formele opheffing van de Sovjet-Unie. In één klap was Rusland een gewoon land dat zich omringd zag door veertien buurlanden die vaak een appeltje te schillen hadden met Moskou. Poetin trok er later een les uit. Zonder de ‘knoet’ (de Russische zweep) te hanteren, zou het met Rusland nooit wat worden.

- Beeld -
-Beeld -

Spaartegoeden weggevaagd

Voor de Russen brak een duizelingwekkend tijdperk aan. Na bijna zeventig jaar onderdrukking konden de Russen opeens van echte vrijheid proeven. Op de televisie werd in die jaren zelfs een Russische versie van het Britse satirische programma Spitting Image uitgezonden waarin president Jeltsin steevast als een dronkenlap werd opgevoerd. Ondenkbaar in het Rusland van nu onder Poetin.

Maar de overgang naar het kapitalisme viel de Russen rauw op het dak. Het vrijgeven van de prijzen terwijl de industrie nog op het oude Sovjet-niveau produceerde, veroorzaakte een hyperinflatie waardoor hun spaartegoeden en hun pensioenen in korte tijd werden weggevaagd. Zelfs Poetin moest, zoals hij onlangs ietwat beschaamd toegaf, een beetje bijklussen als taxichauffeur nadat hij zijn baan bij de geheime dienst KGB had opgegeven.

Hele staatsbedrijven, inclusief gas- en oliemaatschappijen, vielen bij de privatisering voor een appel en een ei in handen van vroegere ‘rode directeuren’ en geslepen zakenlieden. Zij kochten massaal de privatiseringsvouchers op die alle Russen hadden gekregen om mee te kunnen varen van de verkoop van het staatsbezit. In de praktijk deden veel mensen die vouchers voor weinig meer dan een fles wodka van de hand.

Terwijl de ‘Nieuwe Russen’ in korte tijd enorme kapitalen vergaarden en in Moskou het ene na het andere moderne gebouw verrees, kregen fabrieksarbeiders hun loon soms uitbetaald in natura, zoals autobanden of tubes tandpasta, die ze vervolgens zelf maar aan de man moesten zien te brengen. Geen wonder dat ‘democratie’ al snel een slechte naam kreeg bij veel Russen. Zij associeerden het met roofkapitalisme en het banditisme waardoor het land onder Jeltsin werd geteisterd.

Jeltsins economische wanbeleid mondde in 1998 uit in een financiële crisis waarbij tientallen miljoenen Russen voor de tweede keer hun spaargeld kwijtraakten. De ‘sloper van de Sovjet-Unie’ had zijn land op de knieën gebracht, ook militair: Moskou verloor zelfs een oorlog om de opstandige deelrepubliek Tsjetsjenië onder controle te brengen.

Poetin krijgt de touwtjes in handen

De Tweede Tsjetsjeense oorlog die in 1999 uitbrak, was een eerste teken dat er een heel andere wind was opgestoken in Rusland. Jeltsin had Poetin, inmiddels weer terug bij de veiligheidsdienst, aangesteld als premier. Eind dat jaar droeg de steeds verder aftakelende Jeltsin zijn taken als president over aan Poetin, die hem in ruil daarvoor immuniteit verleende voor eventuele aanklachten wegens corruptie.

De nieuwe bewoner van het Kremlin werd voor zijn militaire acties tegen de opstandige Tsjetsjenen beloond met een klinkende overwinning bij de presidentsverkiezingen in april 2000.

Sindsdien heeft Poetin de macht niet meer uit handen gegeven, afgezien van een korte periode (2008-2012) waarin zijn trouwe premier Dmitri Medvedev even voor president mocht spelen, terwijl Poetin als premier de touwtjes in handen hield.

In de acht jaar na het vertrek van Jeltsin wist Poetin de economie in rap tempo te stabiliseren, waarbij hij geholpen werd door een fikse prijsstijging op de wereldmarkt voor Ruslands voornaamste exportproducten: olie en gas. De gewone Russen zagen hun inkomen bijna verdrievoudigen. Eindelijk waren ze af van de onzekerheid waarin Gorbatsjov en Jeltsin hen hadden gestort.

Poetin maakte gebruik van de nostalgie die veel Russen koesterden naar het Sovjet-tijdperk om de nog prille ontwikkeling naar democratie terug te draaien, maar zonder terug te keren naar het Sovjet-model met slechts één partij.

Uit de brokstukken van het democratische experiment onder Jeltsin bouwde Poetin een mengvorm van een democratisch en een autoritair bestel op, waarbij hij zijn greep op de staatsorganen en de media gebruikte om zijn permanente herverkiezing te verzekeren.

Dat het nieuwe systeem niet feilloos werkte, merkte Poetin in 2011 toen vooral jongeren massaal de straat op gingen om te protesteren tegen het geknoei met stemmen bij de presidentsverkiezingen. Poetin liet die betogingen met veel geweld uit elkaar slaan. Hij was bang dat ook Rusland zou worden aangestoken met het virus van de ‘kleurenrevoluties’ zoals die zich eerder in Oekraïne en Georgië hadden afgespeeld.

Killer dan eerder

Sindsdien is Poetin druk bezig geweest de teugels steeds strakker aan te trekken. Onafhankelijke media en mensenrechtengroeperingen werd het steeds moeilijker gemaakt in Rusland te opereren, terwijl de staatsmedia de geschiedenis begonnen te herschrijven. Het resultaat is dat de meeste Russen Sovjetdictator Stalin, onder wiens bewind miljoenen mensen werden geëxecuteerd of in de strafkampen omkwamen, alleen nog maar zien als de heroïsche figuur onder wiens leiding de Russen Hitler-Duitsland versloegen.

Puttend uit zijn ervaring als voormalig agent van de veiligheidsdienst heeft Poetin gaandeweg een klimaat geschapen dat aanzienlijk killer is dan onder Sovjetleider Brezjnev. Een hele reeks politieke vijanden werd uitgeschakeld, onder wie de journaliste Anna Politkovskaja en Boris Nemtsov, die nog vicepremier was onder president Jeltsin.

Oppositieleider Aleksej Navalny overleefde ternauwernood een aanslag met het zenuwgas novitsjok, maar werd later in een strafkamp opgesloten. Volgens de mensenrechtengroepering Memorial (die nu ook voor de rechter staat) telt Rusland onder Poetin meer politieke gevangenen dan de Sovjet-Unie in haar nadagen.

Voorbestemd grootmacht te zijn

Anders dan het Sovjet-systeem steunt Poetins bewind niet op een duidelijke ideologie, of het moet iets zijn dat derzjavnost heet: het idee dat Rusland voorbestemd is een grootmacht te zijn en het recht heeft als zodanig te worden erkend op het wereldtoneel. Dat gevoel was Rusland kwijt na het einde van de Koude Oorlog, die op een nederlaag van de Sovjet-Unie uitliep.

Poetin kent daarover geen twijfel. Terwijl Gorbatsjov en Jeltsin toenadering zochten tot het Westen, raakte hij er al snel van overtuigd dat Rusland alleen de status van supermacht kon terugkrijgen door de confrontatie aan te gaan met het Westen, zoals de Sovjet-Unie had gedaan.

Toch streeft hij niet naar een herstel van de Sovjet-Unie. Poetin werpt zich op als beschermheer van de Roesski Mir, de Russische wereld, waartoe hij ook de etnische Russen in de voormalige Sovjet-republieken rekent. Met een beroep daarop annexeerde Rusland de Krim, toen Oekraïne zich richting het Westen keerde. Nu gaat Poetin nog een stap verder en dreigt hij met ‘militair-technische’ maatregelen als het Westen niet erkent dat Oekraïne en enkele voormalige Oostblok-landen tot de Russische invloedssfeer behoren.

Na dertig jaar is de Sovjet-Unie niet terug, maar de Koude Oorlog wel, ditmaal onder de wit-rood-blauwe vlag van Rusland.

Meer over