Derde weg is nieuw vergezicht voor de sociaal-democratie

De nieuwe koers van de Britse Labour-partij is weliswaar rijkelijk vaag, maar biedt voldoende aanknopingspunten voor de Partij van de Arbeid om haar eigen programma te vernieuwen, betoogt Jet Bussemaker....

JET BUSSEMAKER

DE DISCUSSIE over de 'derde weg', ingezet door Tony Blair, komt in Nederland niet echt van de grond. Moeten we daaruit afleiden dat de discussie erover inhoudsloos is?

Ik vind van niet, mits de weg geplaveid wordt met concrete doeleinden en niet te veel naar rechts afbuigt.

De discussie over de derde weg is geïmporteerd uit Groot-Brittannië. Daar heeft Blair afscheid genomen van het oud-socialistisch denken dat geassocieerd wordt met hoge staatsuitgaven, overspannen verwachtingen over maakbaarheid van de samenleving en gebrekkige aandacht voor eigen verantwoordelijkheid van burgers.

In Engeland was een herformulering van nieuwe idealen bitter noodzakelijk. Tussen het neo-liberalisme van Thatcher en het oud-linkse denken van Labour gaapte een kloof die niet door andere partijen kon worden ingevuld. Het midden in Engeland was onderbezet.

In Nederland ligt dat anders. Het midden in Nederland is druk bezet, in sommige opzichten té druk. Waar New Labour er in slaagt grote delen van het midden naar zich toe te trekken, moet de PvdA concurreren met D66, CDA en VVD om de gunst van de kiezer. Anders dan in Groot Brittannië kennen we in Nederland bovendien coalitie-regeringen die dwingen tot toenadering in plaats van polarisatie.

Lang voordat Blair de derde weg uitvond, vonden liberalen en sociaal-democraten in Nederland elkaar in Paars. Zo beschouwd is Paars de Nederlandse poldervariant van de derde weg.

Maar daarmee is het verhaal niet af. De discussie over de derde weg betekent geenszins een capitulatie voor rechts, maar geeft aanknopingspunten voor een eigentijdse vorm van sociaal-democratische politiek, die echter - zeker in het Nederlandse politieke spectrum - vraagt om een concrete en soms radicale invulling.

Anthony Giddens, directeur van de prestigieuze London School of Economics en adviseur van Blair geeft in zijn boek The Third Way. The Renewal of Social Democracy een mooi overzicht van nieuwe uitdagingen voor de sociaal-democratie, waaronder de toenemende economische en culturele globalisering, consequenties van individualisering, milieuvraagstukken en de vraag naar politiek handelen en de rol van politieke partijen daarbij.

De wijze waarop antwoorden moeten worden geformuleerd blijft echter vaag. Giddens blijft steken in algemeenheden en een optelsom van win-win- situaties. Wanneer hij concreter wordt, bijvoorbeeld bij zijn omschrijving van een nieuwe 'sociale investeringsstaat', presenteert hij vooral voorbeelden van beleid uit Europese landen, waaronder het Nederlandse poldermodel.

De aandacht voor ontwikkelingen in andere Europese landen ontbreekt in de rest van het betoog van Giddens. Derde-wegpolitiek blijft daarmee steken in een sympathieke, maar vooral Angelsaksische benadering.

De zwakke punten van de derde weg zijn onlangs beschreven door gerespecteerde wetenschappers als Eric Hobsbawm en Stuart Hall. Veelzeggend is dat ze dat doen in een publicatie van Marxism Today, een tijdschrift dat zich in 1991 ophief, maar naar aanleiding van kritiek op het Blair-tijdperk een eenmalige nieuwe editie het licht deed zien.

Hall kritiseert de weinig radicale manier waarop Blair de globalisering van de economie te lijf wil gaan, alsof het om weersomstandigheden gaat waar nationale staten en internationale organisaties geen invloed op kunnen hebben. Hall neemt ook de conservatieve benadering van Blair over sociale waarden en gezinsleven op de korrel.

Inderdaad, de recente Labour-nota Supporting Families doet, ondanks de retoriek van een derde weg, niet veel onder voor de Back to Basics- strategie van Major.

Gezinnen worden gezien in traditionele termen van twee getrouwde ouders met kinderen die volgens de regering-Blair behoefte hebben aan lessen in ouderschap en opgevoed moeten worden om echtscheiding tegen te gaan.

Het derde-wegdenken is het meest interessant als het gaat om de politieke verhoudingen, in het bijzonder het vorm geven van de strategie van 'the radical centre'. Dat verwijst naar beleid dat ten goede komt aan zowel kansarmen als de middengroepen. Het betreft ook nieuwe vormen van politiek bedrijven, bijvoorbeeld door het voeren van open en inhoudelijke discussies en het zoeken naar nieuwe vormen van samenwerking, bijvoorbeeld tussen politieke partijen en sociale bewegingen en maatschappelijke instellingen.

Het verwijst tenslotte naar radicale heroverwegingen over bijvoorbeeld de multiculturele samenleving of nieuwe arbeidspatronen gedurende de levensloop, waarin het traditionele patroon van leren-werken-rusten wordt doorbroken.

Kortom: het derde-wegdenken is sociologisch relevant, maar politiek onduidelijk. Het verdient meer inhoudelijke uitwerking om te overtuigen. Bij die uitwerking moet enige afstand genomen worden van Angelsaksisch denken en meer aandacht besteed worden aan Europese continentale tradities van de sociaal-democratie. Bovendien moet vooral het radicale element van 'the radical centre' worden uitgewerkt in concrete beleidsdoelen.

Dat is niet alleen een uitdaging voor New Labour, maar ook voor andere sociaal-democratische partijen in Europa, waaronder de PvdA. Geplaveid met radicale beleidsvoornemens en concrete doelen als noodzakelijke tussenstop leidt de derde weg naar nieuwe vergezichten op sociaal-democratische politiek.

Jet Bussemaker is lid van de Tweede Kamer voor de Partij van de Arbeid. Zij is tevens verbonden aan de vakgroep Politicologie en Bestuurskunde van de Vrije Universiteit.

Meer over