Derde weg is een parkeerplaats

De derde weg van Tony Blair is niet meer dan een afrekening met oude vormen en gedachten van de Labour Party....

ATZO NICOLAI

AL ENIGE tijd wordt in de media door politici, wetenschappers en journalisten gedebatteerd over de 'derde weg'. Wat wordt daar toch mee bedoeld?

Tony Blair, die deze term heeft uitgevonden, stelt dat 'de derde weg (ernaar) streeft de essentiële waarden van het politieke centrum en centrum-links toe te passen op een wereld waarin fundamentele, maatschappelijke en economische veranderingen gaande zijn, en dat niet gehinderd door verouderde ideologieën'.

Met alle respect voor de inspirerende Britse leider, zijn uitleg levert weinig helderheid op.

In Nederland proberen sommige PvdA'ers het begrip wat meer handen en voeten te geven, zoals Hans Anker en Arend Hilhorst, die de derde weg typeren als een 'zoeken naar evenwicht', waarbij zij opmerken: 'de derde weg is breed, niet smal, zij wijst naar de toekomst, niet naar het verleden en zij richt zich op doelstellingen, niet op middelen'.

De derde weg is in ieder geval erg breed. Zelfs Kees Klop, plaatsvervangend directeur van het wetenschappelijk bureau van het CDA, herkent zich erin. Hij betoogt dat de derde weg vooral betrekking heeft op christen-democratische principes.

Met meer recht en reden kan worden gesteld dat het om liberale ideeën gaat. Blair noemt als doelstelling van de derde weg: een dynamische kennis-economie gebaseerd op individuele toerusting en kansen.

Liberaler kan het moeilijk! Zijn andere doelstellingen - een sterke civil society waarin burgers rechten en plichten hebben en de nadruk op decentralisatie - hebben eveneens een onmiskenbaar liberaal karakter.

En Blair haalt de centrale waarden aan - sociale rechtvaardigheid, verantwoordelijkheid en ontplooiingsmogelijkheden - die in elk liberaal beginselprogramma zijn aan te treffen.

Zelfs conservatieven kunnen zich wellicht in Blair's derde weg vinden als hij betoogt: 'Mensen verlangen leiderschap. Zij willen weten hoe zij zich met succes kunnen aanpassen, hoe ze in die veranderende wereld voor stabiliteit en veiligheid kunnen zorgen.'

De derde weg is breed, maar is hij ook lang; leidt hij ergens heen? Of is het een grote parkeerplaats waar velen op kunnen, maar zonder richting?

Misschien valt een richting te ontdekken door het midden te zoeken tussen de eerste en de tweede weg. De rechtse weg waartegen wordt afgezet, de weg van laissez faire, rigide markteconomie en een samenleving waar het recht van de sterkste geldt, is een theoretisch concept dat weinig te maken heeft met het Westeuropese liberalisme van deze eeuw.

Daarin zijn namelijk ook altijd uitgangspunten geweest: geleide markteconomie, gelijke kansen en sociale rechtvaardigheid.

De linkse weg waarvoor de derde weg een alternatief zou bieden is - in de woorden van Blair - 'de fixatie van traditioneel links op staatscontrole, hoge belastingen en de belangen van de arbeiders'.

Deze weg is inderdaad door verschillende Europese sociaal-democratische partijen tot in de jaren tachtig bewandeld. Maar al in de loop van de jaren zeventig werd duidelijk dat de sociaal-democratische verzorgingsstaat dreigde vast te lopen door te hoge overheidsuitgaven en corporatistische belangenbehartiging.

De combinatie van stagnerende groei en inflatie maakte dat ook een sociaal-democratische, keynesiaanse aanpak van werkloosheid niet meer werkte. Sociaal-democratische partijen, althans in Nederland, zagen in dat nieuwe concepten nodig waren, meer gericht op de markt en op sanering van het financieringstekort en van de collectieve sector.

Als de ene weg waartegen wordt afgezet, de linkse, geen perspectief biedt, en de andere weg, de rechtse, alleen een theoretische is, geeft dat geen helderheid over de koers van de derde weg. Wat is het midden tussen een onbegaanbare en een onbestaanbare weg?

Als het concept niet veel voorstelt, rijst een tweetal vragen. Ten eerste: waarom is het dan geïntroduceerd? Ten tweede: waarom maakt het concept toch enige opgang?

Het antwoord op de eerste vraag is van verbluffende eenvoud: om Labour te vernieuwen. De uitvinding van de derde weg is niet meer en niet minder dan een poging van Labour om ouderwetse, achterhaalde sociaal-democratische ballast van zich af te schudden.

Het gaat niet over een nieuw, maar een oud concept: het afzetten tegen 'oud-links'. Ook in de woorden van Anthony Giddens, die de Soeslov van Blair wordt genoemd en onlangs zijn boek The Third Way heeft gepubliceerd, is dit terug te horen: 'Ik wil alleen maar zeggen dat de sociaal-democratie haar ideologische grondvesten regelmatig moet herzien. In vergelijking met de zusterpartijen op het Europese continent heeft Labour dat veel te lang nagelaten'.

Precies; niks derde weg tussen andere wegen, maar gewoon een koersverlegging van Labour.

De tweede vraag luidde: waarom vindt het dan toch breder ingang? Ook hier een eenvoudig antwoord: PR, public relations, wat niet voor niets een Angelsaksisch begrip is. Het nieuwe elan straalt Blair permanent van zijn kaken en de Britten tonen zich samen met de Amerikanen meesters in het beïnvloeden van de internationale publieke opinie.

We bevinden ons met deze analyse in onverdacht gezelschap, namelijk van Ad Melkert. Hij laat zich in een artikel in het maandblad Socialisme & Democratie vrij zuinig uit over de derde weg, maar vindt dat we het begrip toch serieus moeten nemen, omdat 'de kracht en de invloed van de Amerikaanse en Britse commmunicatievermogens formidabel zijn. Zij staan borg voor een dominante inbreng in het momenteel juist internationaal veel aandacht trekkende debat'. En wat daarbij ongetwijfeld helpt, is dat in enkele grote Europese landen sociaal-democraten na lange tijd weer aan de macht gekomen zijn.

Maar waarom onaardig doen over de worsteling van sociaal-democraten om nieuwe wegen te vinden, zeker als deze dichter in de buurt liggen van de liberale weg? Al is de derde weg een loos begrip, hij is van harte toe te juichen.

Atzo Nicolaï is lid van de Tweede Kamer voor de VVD.

Meer over