reportage

Deradicaliseringsambtenaar verspert de weg naar Syrië

Met 28 Syriëgangers is het Belgische Vilvoorde, onder de rook van Brussel, hofleverancier voor de jihad. Met een campagne tegen radicalisering lijkt de gemeente intussen succes te boeken.

Na het vrijdagmiddaggebed in Vilvoorde. Beeld An-Sofie Kestelyn
Na het vrijdagmiddaggebed in Vilvoorde.Beeld An-Sofie Kestelyn

Het is op momenten als deze dat Jessika Soors zich extra zorgen maakt. Als 'deradicaliseringsambtenaar' in Vilvoorde, onder de rook van Brussel, probeert ze te voorkomen dat jongeren naar Syrië gaan. Dat lukt al acht maanden, maar het kan zo weer kantelen. Een antiterreuroperatie met twee doden, zoals donderdag in Verviers, is een mogelijk triggermoment.

Een dag na de antiterreuractie holt Soors van vergadering naar vergadering. Overleg met scholen over leerlingen die zich vragen stellen of straffe uitspraken doen. 'Wat in Verviers gebeurd is, bevestigt dat preventie belangrijk is', zegt ze aan de telefoon. 'Daar begint het. We moeten zorgen dat niet meer mensen vertrekken die als teruggekeerde Syriëstrijders op dit pad raken.'

Qua inwonersaantal en oppervlakte is Vilvoorde te vergelijken met Beverwijk. Een marktplein, woonwijken vol jarenzestigwoningen, een zestal middelbare scholen: een rustige provinciestad. Maar gelegen op een as tussen Brussel en Antwerpen lijkt Vilvoorde qua immigratie, armoede en werkloosheid meer op een metropool. Met 28 Syriëstrijders is Vilvoorde hofleverancier.

Deradicaliseringsbeleid

Onder de vorige regering klaagde de burgemeester Hans Bonte (SP.A) regelmatig over een gebrek aan centraal beleid tegen radicalisering. Samen met Antwerpen, Mechelen en Maaseik lanceerde hij een lokaal deradicaliseringsbeleid. Met succes: terwijl elke maand nog tien Belgen naar Syrië gaan, is er uit Vilvoorde sinds half mei 2014 niemand meer vertrokken. Al blijft het risico zeker aanwezig. Vrijdag nog werd een 18-jarige Vilvoordenaar opgepakt die met een vals paspoort naar Syrië wilde.

Het geheim van het succes? Het Vilvoordse deradicaliseringsteam probeert rond kwetsbare jongeren een sociaal netwerk uit te bouwen, dat hen het gevoel geeft dat ze erbij horen en dat er een oplossing is voor hun problemen. Bij elke jongere die signalen van radicalisering vertoont, worden vertrouwenspersonen ingeschakeld. Uit scholen, sportverenigingen, jeugdbewegingen, familie en de moskee.

'We proberen iemand uit de omgeving van die jongeren te vinden', zegt Soors tijdens een uitgebreid interview, eerder deze week. 'Als een jongere zegt: ik krijg af en toe een boek uitgeleend van de buurvrouw, dan kan die buurvrouw misschien helpen. In een andere situatie is al een keer een oudere zus ingeschakeld. Elk dossier is maatwerk en vraagt heel veel werk.'

Het doel is om de jongeren al in een vroeg stadium, voor ze doof zijn voor elk afwijkend geluid, op andere gedachten te brengen. 'Het gaat niet alleen om radicalisering', zegt Soors. 'Het gaat om een bekommernis om die jongeren. Het is niet: het maakt ons niet uit wat je voor de rest doet, als je maar niet radicaliseert. We zoeken mee naar een oplossing voor hun problemen.' Die problemen gaan van zittenblijven tot werkloosheid, van drugsgebruik tot criminaliteit, van discriminatie tot een identiteitscrisis.

Betere dialoog

In de strijd tegen radicalisering worden alle lokale organisaties ingeschakeld, en worden er ook nieuwe opgericht. Er is een vereniging in oprichting voor ouders van vertrokken Syriëstrijders, er komt een jongerencentrum en er gaat een project van start voor een betere dialoog tussen jongeren en politie, die elkaar zo wantrouwen. De lokale moskee Masjid Annasr heeft een debatgroep voor jongeren opgericht.

'Eerst kwamen er niet veel jongeren, maar zachtjes aan beginnen ze te komen', zegt moskeevoorzitter Mimoun Aquichouch in zijn woonkamer, met zitbanken over de hele lengte. 'Er is geen enkel taboe. Er komen vragen als: mag je een sjiiet doodschieten, is dat een moslim of niet? Dan discussiëren ze daar over met de imamen beginnen ze te twijfelen.'

Toen de eerste jongeren eind 2012 naar Syrië vertrokken,wist de moskee niet goed hoe te reageren. De Syriëstrijders waren geen moskeegangers, ze waren geschoold door 'sjeik Google'. 'We wisten niet met wie ze bevriend waren, welke argumenten ze gebruikten en wie hen rekruteerde', zegt Aquichouch. 'Pas achteraf zagen we de enorme propaganda op Facebook, Twitter en YouTube.'

Verrader

Ondertussen heeft de moskee meer aansluiting gevonden bij de jongeren, maar het blijft moeilijk. In radicale kringen wordt de moskeevoorzitter als 'een verrader' weggezet; hij kreeg al doodsbedreigingen. Ook Jessika Soors, die wel Arabisch spreekt maar blond en blank is, is niet altijd geloofwaardig bij de moslimjongeren.

Daarom ging Vilvoorde ook op zoek naar moslimjongeren die als een brug kunnen fungeren tussen hun eigen gemeenschap en het gemeentebestuur. Zoals de 25-jarige Moad El Boudaati, die als afgestudeerd politicoloog en geëngageerd burger het gemeentebestuur kent, en als praktiserend moslim met een grote mensenkennis het respect van de islamitische jongeren heeft.

'Je moet niet pas in actie schieten als een jongere tekenen van radicalisering toont', zegt El Boudaati, ook tijdens een interview eerder deze week. 'Je moet iedereen aanspreken, hen motiveren om een cursus te volgen, helpen om een cv schrijven. Als je wacht tot iemand vergevorderd geradicaliseerd is en niet meer met de imam wil spreken, is het te laat.'

Een dag na de actie in Verviers hoopt hij een aantal jongeren te kunnen spreken. 'Ze begrijpen niet goed wat er gaande is. Het is normaal dat de veiligheidsdiensten niet veel informatie geven, maar dat voedt complottheorieën. Als jongeren dan zeggen dat die twee verdachten gewoon geliquideerd zijn omdat ze uit Syrië komen, probeer ik op een rationele manier uit te leggen hoe de situatie zit.'

Eigenwaarde intact

Net als de moskeevoorzitter zegt El Boudaati dat het belangrijk is de jongeren tactvol te behandelen, om hun eigenwaarde intact te laten. Dat is niet altijd makkelijk, in een tijd waar politie en veiligheidsdiensten terreurnetwerken proberen te ontmantelen, waar een jongere al eens te snel van zijn bed wordt gelicht, waar het evenwicht tussen preventie en repressie wankel is.

'Natuurlijk is er een terechte bekommernis om onze veiligheid', zegt Jessika Soors. 'Maar door de toenemende aandacht voor dit probleem wordt de kwetsbaarheid nog groter. Het risico bestaat dat het zo'n gepolariseerd debat wordt dat er nog meer jongeren radicaliseren.'

Meer over