Der Nederlanden ; Paling, gerookte Tolerantie

paling, gerookte Er gaat maar weinig boven de smaak van een goed gerookte paling, van de graat gegeten alsof je de blues speelt op een mondharmonica – of eventueel als filet op een licht getoast stukje bruinbrood. Maar helaas, het mag niet meer. Het Wereld Natuur Fonds vergelijkt de situatie van de paling met die van de panda: met uitsterven bedreigd. En wie eet er tegenwoordig nog zonder gewetenswroeging een gerookte panda?

Vanaf 1 september geldt in Nederland voor de beroepsvisserij een palingvangstverbod van drie maanden. Dat hoort bij het Nationaal Aalbeheerplan uit het voorjaar van 2009, bedoeld om de paling te redden.

Want wat is Nederland zonder paling? Preciezer: wat is Nederland zonder gerookte IJsselmeerpaling? Juist, een ander, vreemd land. Ooit krioelde het hier in sloten, rivieren en meren van de paling. Je hield een nylonkous vol wormen een kwartier onder water, en tien vette alen hadden zich erin vastgebeten. Maar dat is voorbij. De paling is slachtoffer geworden van ons ongebreidelde jachtinstinct en onze hebzucht – en natuurlijk van zijn eigen heerlijke smaak. Het wonderlijke wezen uit de Sargassozee, waar alle palingen zijn geboren, dreigt de dodo achterna te gaan.

Middeleeuwen

Wij zijn niet alleen, als palingrokers. Als conserveringsmethode bestaat het sinds de Middeleeuwen, en het was populair in heel Noordwest-Europa: roken doen ze ook al heel lang in Zweden, Denemarken en Noord-Duitsland. Maar nergens is de gerookte vis zo bij het nationaal erfgoed gaan horen, als bij ons. De gerookte IJsselmeerpaling is legendarisch geworden, ook al komt hij dus sinds 1 september van elders. Of uit de palingkwekerij: Nederland behoort, met Denemarken en Italië tot de drie grootste producenten van kweekpaling ter wereld.

Ondanks alles vond vorige week in Kortenhoef weer het NK palingroken plaats. Goed roken is een kunst: keuze van houtsoort (eiken, beuken, populier, een mix), temperatuur in de rookkast (70 tot 100 graden) en duur van het rookproces: het speelt allemaal mee.

De beste rookpaling is de wilde vette aal, gevangen tussen mei en augustus, herkenbaar aan zijn dunne kop. Even marineren in zout water en dan aan de rijgpen, twaalf stuks. Als de huid een perkamentachtige samenstelling krijgt, na ongeveer een uur, is de paling klaar om te worden geconsumeerd.

Vijand van de palingfuik

Harderwijk en Volendam zijn er wereldberoemd mee geworden. Maar als het Aalbeheerplan niet slaagt, zullen ze daar iets anders moeten bedenken. Palingvissers jagen deze maanden al op de wolhandkrab, ooit een vijand van de palingfuik, nu een delicatesse in Hongkong en Singapore.

In verschillende supermarkten is de gerookte paling al niet meer verkrijgbaar. Er wordt gezocht naar alternatieve rookvis. Maar dat is hetzelfde als zoeken naar de nieuwe Cruijff: soms lijkt het erop, maar het is nooit de enige echte.

Tolerantie

Het zou natuurlijk kunnen dat Geert Wilders, als hij vandaag in New York Ground Zero bezoekt en hoort dat er verderop duizenden exemplaren van de Koran in de hens gaan, het woord richt tot de eerste de beste moslim in de menigte. En dat hij dan tegen die moslim zegt dat hij altijd nog naar Nederland kan vluchten als het religieuze klimaat in de Verenigde Staten hem te bar wordt. Omdat Nederland immers een rijke traditie heeft op dat gebied; omdat Hugenoten, doopsgezinden, Joden, zwinglianen, lutheranen bij ons altijd welkom zijn geweest. Omdat Nederland, nog veel langer dan Amerika, bekendstaat als een tolerant land.

Het zou kunnen, maar het zal wel niet. Alles verandert, ook de befaamde Nederlandse tolerantie. Weliswaar luidt artikel 1 van de Grondwet nog altijd dat ‘allen die zich in Nederland bevinden, in gelijke gevallen gelijk worden behandeld en dat discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, niet is toegestaan’; maar sinds de aanslagen van 11 september 2001 worden dat artikel en de prominente plek ervan in de Grondwet op gezette tijden ter discussie gesteld.

Pim Fortuyn pleitte in februari 2002 in de Volkskrant voor afschaffing van ‘dat rare artikel’ en veroorzaakte daarmee veel ophef. Een paar jaar later stelde Geert Wilders voor artikel 1 te vervangen door een artikel ‘over de dominantie van de joods-christelijke en humanistische traditie en cultuur’, en veroorzaakte daarmee al veel minder ophef. Ook artikel 6, ‘ieder heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet’, ligt geregeld onder vuur.

Nederlandse waarden

Opvallend genoeg voeren degenen die artikel 1 en artikel 6 ter discussie stellen, als argument vaak aan dat ze de Nederlandse waarden willen beschermen – Geert Wilders noemt zijn standpunten ‘patriottisch’. Maar een van de waarden waar Nederland zich op laat voorstaan, is nu juist dat we hier al een heel tijdje vrijheid van godsdienst hebben. Wilders lost dit punt op door de islam niet als godsdienst te beschouwen, maar als een ‘ideologie’.

Zijn oude leermeester Frits Bolkestein sprak eerder van een ‘levenswijze’; dat was bijna twintig jaar geleden, toen Bolkestein de discussie over de islam aanzwengelde tijdens een spreekbeurt in Luzern. Bij die gelegenheid benoemde hij vier essentiële waarden waaraan elke nieuwkomer zich zou moeten conformeren: scheiding van kerk en staat, vrijheid van meningsuiting, tolerantie en niet discrimineren.

Het is jammer dat over integratie sindsdien vooral tetterend en schreeuwend wordt gedebatteerd, want het getob met wat je de ‘tolerantieparadox’ zou kunnen noemen, is interessant genoeg voor enige nuance. Hoe moet een land waar iedereen elke godsdienst mag aanhangen en iedereen elke levensovertuiging mag zijn toegedaan, omgaan met godsdiensten of levensovertuigingen die anderen die vrijheid niet gunnen? Mag je intoleranten wél discrimineren? En is de islam intolerant, of zijn alleen sommige moslims dat?

Het verhaal van de legendarische Nederlandse tolerantie begint bij Willem van Oranje. Op Oudjaarsavond 1564 sprak hij tijdens een vergadering van de Raad van State zijn afkeuring uit over de geloofsvervolging. Onder Karel V en zijn zoon Philips II waren in Nederland ruim 1.300 mensen afgeslacht omdat ze niet het katholieke geloof aanhingen (zie ook: calvinisme). Willem van Oranje, toen nog braaf katholiek, zei het niet te kunnen goedkeuren dat vorsten wensten te heersen over het geweten van hun onderdanen.

Godsdienstpolitiek

Historicus Anton van der Lem, die in het boek Nederland als voorbeeldige natie een hoofdstuk wijdt aan de tolerantie in de 16de eeuw, spreekt van de vroegste principiële stellingname in de Nederlanden tegen de godsdienstpolitiek van de koning. Het standpunt van de prins wilde overigens niet zeggen dat hij álle geloven wilde toelaten, schrijft Van der Lem: in 1566, dus nog maar kort na de legendarische toespraak, pleitte Willem van Oranje voor het verbannen van alle doopsgezinden uit de Nederlanden.

Maar er werd aan zoiets als tolerantie gewerkt. Gedurende enkele jaren gold in de Nederlanden de ‘godsdienstvrede’: overal waar honderd gezinshoofden erom vroegen, zou de door hen gevraagde godsdienst vrijelijk beleden mogen worden. Het werd niet lang volgehouden, maar het was wel uniek.

In 1579 splitsten de Nederlandse gewesten zich op in de Unie van Atrecht (het zuiden, grofweg) en de Unie van Utrecht (het noorden). In alle gewesten van de Unie van Utrecht gold de bepaling dat niemand vanwege zijn religie mocht worden vervolgd. In de geschiedenis van de Nederlandse tolerantie wordt deze bepaling gezien als een mijlpaal. Weliswaar moesten katholieken, remonstranten en lutheranen in de overwegend gereformeerd protestantse Republiek hun geloof belijden in schuilkerken, toch gold de Republiek lang als toevluchtsoord voor mensen die vanwege hun (godsdienstige) overtuiging elders niet gewenst waren. Echte godsdienstvrijheid werd pas aan het einde van de 18de eeuw ingevoerd, in de Franse tijd.

Linkse hobby

Het woord tolerantie (het Latijnse tolerantia betekent de kracht om te verdragen) is zijn positieve bijklank de afgelopen jaren kwijtgeraakt. Het heeft de geur van linkse hobby gekregen, van slappe knieën, nog slappere thee, pappen, nathouden: van alles waar we zo lang voor gevochten hebben, te grabbel gooien ten faveure van de mohammedaanse onderdrukker met zijn lange baard en kromme zwaard.

Tolerantie ten opzichte van andere zaken dan godsdienst wordt nog wel gewaardeerd. Als het om homoseksualiteit gaat, bijvoorbeeld, neemt de tolerantie in Nederland nog altijd toe, en nergens zul je lezen dat dat een schande is en dat het niet gekker moet worden.

Zo liet het laatste rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau, uit 2010, zien dat in 2008 ‘slechts’ 9 procent van de bevolking negatief stond tegenover homoseksualiteit. In 2006 was dat nog 15 procent.

Detail: de negatievelingen waren voor het merendeel protestanten en moslims.

Der Nederlanden: Tweede Paasdag (Ien van Laanen) Beeld
Der Nederlanden: Tweede Paasdag (Ien van Laanen)
Meer over