Depressieve oudere moet aan zijn hart denken

Depressieve ouderen krijgen veel vaker last van hun hart dan geestelijk gezonde leeftijdgenoten. Dat is onnodig, want depressies zijn goed te behandelen....

Dat een depressie gaten knaagt aan de geestelijke gesteldheid van de patiënt, dat wisten we al. Dat mensen van een depressie behalve geestelijk, ook lichamelijk knap ziek kunnen worden, was ook bekend. Maar dat een depressie daarnaast leidt tot een sterk verhoogde kans te sterven aan een hartziekte, is nieuws.

Een groep onderzoekers van de vakgroepen psychiatrie en sociologie van de Vrije Universiteit Amsterdam, constateert dat ouderen met een lichte depressie 60 procent meer kans lopen te sterven aan een hartziekte dan leeftijdgenoten zonder die aandoening. Oudere patiënten met een zware depressie lopen zelfs 390 procent meer risico aan een hartziekte te sterven, ofwel bijna vijf keer zoveel als ouderen die niet depressief zijn.

Dat is de opmerkelijke uitkomst van een langlopend onderzoek onder zo'n drieduizend Nederlandse ouderen, gepubliceerd in het maartnummer van het prestigieuze Amerikaanse tijdschrift Archives of General Psychiatry.

De Amsterdamse onderzoekers prikten in 1992 willekeurig ruim drieduizend mannen en vrouwen van 55 tot 85 jaar uit de bevolkingsregisters van elf Nederlandse gemeenten, zegt psychiater en mede-onderzoeker dr. Aartjan Beekman. Op verzoek van het ministerie van Volksgezondheid, Werkgelegenheid en Sport bevroegen de onderzoekers het welbevinden van deze mensen over een langere periode. Dit fundamentele onderzoek moet zowel inzicht geven in het welzijn van ouderen, als handvaten bieden aan de overheid om het beleid zo nodig bij te sturen. Sinds 1992 zijn de gekozen ouderen inmiddels drie keer geestelijk en lichamelijk binnenstebuiten gekeerd, vertelt Beekman. De vierde ronde ligt in het verschiet.

Dit bevolkingsonderzoek geeft een goed beeld van de geestelijke gezondheid van ouderen. Een deel blijkt in meerdere of mindere mate te kampen met een depressie. En dat is niet een tijdelijk dipje zoals elk leven vertoont, maar ernstige klachten van depressieve aard. Die worden gemeten met behulp van een internationaal aanvaarde standaard.

'Heeft een mens een depressie, dan laat die zich aflezen uit allerlei symptomen', legt Beekman uit. 'Te denken valt aan somberheid, prikkelbaarheid, verdrietig zijn, verlies van interesse en zich niet kunnen concentreren, maar ook aan lichamelijke verschijnselen zoals een gebrek aan eetlust, niet kunnen slapen en allerhande pijnklachten.'

Gemiddeld gemeten over de gehele bevolking, lijdt 4 procent van de mensen aan een zware depressie, en 10 procent aan een lichte. Van de blind gekozen groep ouderen in het VU-onderzoek, lijdt 2 procent aan een zware depressie, en 13 procent aan een lichte. Dat zijn, benadrukt Beekman, dus merendeels mensen die daarvoor niet gericht worden behandeld.

Wanneer een depressie een onschadelijke ziekte zou zijn die makkelijk vanzelf overging, zou het best zijn dat die mensen geen hulp krijgen, vinden psychiaters. Maar zo simpel ligt het niet. Bij veel onbehandelde patiënten leidt een depressie van kwaad tot erger, tot steeds slechter gaan functioneren en lichamelijke verschijnselen, als geregeld vallen.

En zoals nu blijkt, ook tot fatale hartziekten. Om uit te sluiten dat de gevonden resultaten te wijten kunnen zijn aan toeval of aan een tijdelijke dip in het leven van de ouderen, worden de onderzoeken elke drie jaar herhaald. De uitkomsten die de Amsterdammers nu publiceren, hebben betrekking op 2847 ouderen.

De onderzoekers constateren dat een deel van de mensen die tijdens de eerste vragenrondes zijn aangemerkt als depressief, later last blijkt te hebben gekregen van allerlei hartziektes. Een aantal ouderen is daaraan zelfs overleden.

Daarbij wordt wel gesteld dat enkelen al tijdens het eerste onderzoek hartklachten hadden, en dat die klachten op hun beurt kunnen bijdragen aan het ontstaan van een depressie. Wanneer de onderzoekers al die factoren meewegen, concluderen ze dat een lichte depressie de kans op sterven aan een hartziekte vergroot met 60 procent, en een zware met 390 procent.

Dat is voor de Amsterdamse onderzoekers reden om ruchtbaarheid aan hun resultaten te geven. Een depressie kan doorgaans succesvol worden bestreden met een combinatie van 'praten' en medicatie door een professionele hulpverlener, aangevuld met steun uit de alledaagse omgeving.

Meer over