Depressie kondigt Alzheimer aan

Bejaarden die aan depressies lijden, ontwikkelen later vaker Alzheimer, blijkt uit onderzoek. Mogelijk is de somberheid een eerste symptoom van de aandoening....

door Geertje Dekkers

Ouderen met symptomen van een depressie hebben een verhoogde kans op de ziekte van Alzheimer. Dat schrijven Amerikaanse onderzoekers in het tijdschrift Neurology van 13 augustus naar aanleiding van een onderzoek bij ruim zeshonderd Amerikaanse katholieke zusters, broeders en priesters van boven de 65.

De onderzoekers volgden de proefpersonen zeven jaar lang. Aan het begin van die periode had niemand van hen Alzheimer. De kans op de ziekte in de jaren daarna bleek 20 procent te stijgen met elk symptoom van een depressie dat de proefpersoon aan het begin van het onderzoek had. Symptomen zijn onder meer somberheid, slaapproblemen en lusteloosheid.

Er waren al langer vermoedens van een verband tussen depressies en Alzheimer, maar de depressie werd vaak gezien als een bijverschijnsel van de vergeetachtigheid. Een oudere die merkt dat hij dingen begint te vergeten, kan zich daardoor namelijk somber voelen.

De Amerikaanse onderzoekers compenseerden in hun analyses echter voor de eventuele gevolgen van beginnend geheugenverlies. Zij stellen daarom dat een ander verband bestaat tussen de twee aandoeningen.

Volgens prof. dr. Frans Verhey, hoogleraar ouderenpsychiatrie aan de Universiteit Maastricht, is een depressie mogelijk een eerste symptoom van veranderingen in de hersenen die aan de ziekte van Alzheimer voorafgaan. 'Vroeger dachten we dat Alzheimer meestal pas rond het zeventigste, vijfenzeventigste jaar begon. Nu is het duidelijk dat de veranderingen in de hersenen al jaren eerder beginnen.'

In de periode voordat de ziekte zich openbaart, zijn patiënten als gevolg van die veranderingen gevoeliger voor stress. Volgens Verhey krijgen ze daardoor makkelijker een depressie.

Dat betekent niet dat een depressie bij ouderen altijd wijst op beginnende Alzheimer. Verhey: 'Depressies gaan ook vaak vooraf aan andere ouderdomsziekten, zoals bijvoorbeeld Parkinson.' Maar als een patiënt vroeger niet depressief was en op latere leeftijd wel, en als hij bovendien last heeft van geheugenverlies, is dat volgens Verhey wel een sterke indicatie.

'Dat wijst vaak op een vroeg stadium waarin mensen nog niet echt dement zijn. Dan kunnen ze nog compenseren voor vergeetachtigheid, bijvoorbeeld met behulp van briefjes. Bovendien hebben ze nog niet de taal- en planningsproblemen die horen bij Alzheimer.'

Verhey zou graag zien dat huisartsen gespitst waren op aanwijzingen voor dit vroege stadium. 'Er is weliswaar nog geen goed medicijn, maar de begeleiding zou dan eerder kunnen beginnen.'

De Amerikaanse onderzoekers houden nog een andere mogelijkheid open voor het verband tussen de twee aandoeningen. Zij stellen dat depressies ook een mede-oorzaak kunnen zijn van Alzheimer. Maar welk mechanisme daar achter zou liggen, is niet duidelijk. Verhey: 'Er wordt wel gesuggereerd dat behandeling van een depressie enigszins beschermt tegen Alzheimer, maar dat is nog niet duidelijk aangetoond.'

Een beperking van de studie is dat alle proefpersonen geestelijken waren, en hoog opgeleid. Mogelijk zijn de resultaten vertekend door de afwijkende levensstijl van nonnen, broeders en priesters. Bovendien schrijven de onderzoekers dat scholing tegen de ziekte van Alzheimer beschermt.

Hoewel dementie meerdere oorzaken kan hebben, weten de onderzoekers wel zeker dat zij in hun onderzoek alleen Alzheimer-patiënten hebben meegeteld. De proefpersonen schonken hun hersenen na hun dood namelijk aan de wetenschap, zodat ze konden worden onderzocht op aanwijzingen voor Alzheimer, zoals typische eiwitafzettingen en structuren die wijzen op kapotte zenuwcellen. Sectie op de hersenen is de enige manier om zeker vast te stellen dat een patiënt leed aan Alzheimer.

Meer over