Den Haag van haar

De grote joyeuze familie, het pottendispuut, de stevige meningen, de Van Erven Dorens - dit is Dominique van der Heyde, Holland's next Ferry Mingelen.

Toen net bekend was geworden dat Dominique van der Heyde (49) per 1 januari Ferry Mingelen gaat opvolgen als politiek commentator in Nieuwsuur, kreeg zij telefoon van een vroegere buurvrouw van in de 80. Zij en haar man woonden naast Van der Heydes ouders in Arnhem, ze waren met zijn vieren bevriend. Alleen zij was nog over, de andere drie waren overleden. Maar alsof dat niet zo was, zei ze: 'Ik ga je feliciteren namens ons allemaal. We zijn heel erg trots op je.'

De vroegere buurvrouw wist blijkbaar wat de dromen waren geweest van vader en moeder Van der Heyde over de toekomst van hun dochter. Haar vader had haar graag zien promoveren, wat hijzelf had gedaan in de geneeskunde. Haar moeder zou het leuk hebben gevonden als ze Journaal-presentator was geworden, wat zijzelf in de jaren vijftig kortstondig was geweest. Haar moeder had het meest gelijk gekregen, maar haar vader zou nu even trots zijn geweest en de vroegere buurvrouw verwoordde dat. 'Hartstikke leuk', zegt Van der Heyde.

Voor zij in 1996 bij de NOS terechtkwam, had het er niet naar uitgezien dat zij verder zou komen dan een lullig baantje bij de Sociale Verzekeringsbank, waar zij drie dossiers doorwerkte om er vijf voor terug te krijgen. Haar studiekeuze was in de jaren tachtig ook al niet al te weloverwogen geweest: ze begon met geschiedenis, probeerde intussen op de toneelschool te komen en toen ze daarvoor werd afgewezen, week ze uit naar politicologie, omdat de rest van haar vriendinnen rechten deed en ze in elk geval iets anders wilde.

Waarom wist je zo lang niet wat je wilde worden?

'Ik kon niet kiezen. Ik was uiteindelijk politicologie gaan studeren, ook omdat het breed en generalistisch was.

'Maar toen ik klaar was, dacht ik: wat moet ik nou gaan doen? En het was een moeilijke tijd, toen ik afstudeerde ging het economisch slecht. Ik kwam niet aan de bak. Het enige wat lukte, was de Sociale Verzekeringsbank.'

Je bent de middelste van vijf kinderen, ik las dat je ouders juist van jou verwachtingen hadden. Waarom?

'Misschien heeft me dat wel enigszins verlamd. Dat ik dacht: ik moet echt iets presteren.'

Maar waarom hadden ze specifiek van jou die verwachtingen?

'Mijn twee zussen waren van een heel ander type dan ik. Zij waren echte meisjes-meisjes, ik voetbalde en bouwde hutten. Ik was ook degene die het meest met mijn vader discussieerde, waardoor hij dacht: wie weet gaat ze promoveren. En mijn moeder had ook wel een toneelcarrière voor mij gewild. We deden op mijn middelbare school veel samen aan toneel, het leek haar aardig als ik die kant opging.

'Maar misschien heb ik het sterker gevoeld dan het was en hebben mijn ouders dit soort dingen ook wel uitgesproken tegen hun andere kinderen.'

Net zei je: misschien heeft het me verlamd.

'Ik wist zelf niet wat ik wilde en op een goed moment moeten ouders dan vragen: wat wil jij nou eigenlijk? Dat heeft eraan ontbroken. Maar het is niet zo dat ik er een trauma aan heb overgehouden, hoor.'

Nee, als er iets níét aan Dominique van der Heyde kleeft, is het wel de indruk dat zij in het leven averij heeft opgelopen. Op deze zondagochtend loopt ze op slippers door haar huis in Amsterdam-Zuid, maar haar donkere stem klinkt even kordaat als op televisie.

Ze heeft geen speciale acties hoeven ondernemen om deze nieuwe baan te krijgen, vertelt ze. Joost Oranje, de hoofdredacteur van Nieuwsuur, en Marcel Gelauff, de hoofdredacteur van NOS Nieuws, vroegen haar. 'En ik vond het zelf ook wel een logische stap om Ferry op te volgen.'

Ze begon in 1996 als freelancer bij de buitenlandredactie van het Journaal. Een vriendin had haar geadviseerd een brief te schrijven, omdat ze er in de zomer vaak invallers zochten. En zij zat bij 'die vreselijke Sociale Verzekeringsbank' toch met de handen in het haar, dus waarom niet.

Het werk bij het Journaal beviel haar meteen goed, net als op het toneel kon ze nu verhalen vertellen. In 2000 werd ze binnenlandverslaggever, in 2002 vertrok ze naar de parlementaire redactie van de NOS, in 2009 werd ze duider van het politieke nieuws in het achtuurjournaal, en binnenkort stapt ze dus over naar Nieuwsuur.

Toen je in 2009 je huidige functie kreeg als opvolger van Bram Schilham, had je van tevoren gelobbyd. Dat was nu niet nodig?

'Toen was de situatie anders. Voor die functie waren kapers op de kust. Ik heb toentertijd meerdere mensen gevraagd of ze wilden uitspreken dat ik Bram moest opvolgen.

'Nu werkte het anders omdat ik toch wel, al zeg ik het zelf, een bepaalde statuur heb opgebouwd en vertrouwen heb bij de kijker. Ik heb bovendien twee verkiezingsdebatten geleid, ik heb politieke jaaroverzichten gemaakt, dus het lag nu voor de hand dat ik het zou worden.'

Je zult om zo'n functie te krijgen toch ook wel iets moeten weten over machtspolitiek op een redactie, of niet?

'Jaaaaaa, je moet gewoon recht op je doel afgaan. Je moet je niet laten afleiden. Je moet zorgen dat jij degene bent die bij uitstek voor zo'n post in aanmerking komt. En wat je altijd moet doen, dat kan ik iedereen aanraden: tegen je meerderen zeggen dat je je steeds verder wilt ontwikkelen.'

Je staat bekend om je stevige meningen, zoals NRC Handelsblad laatst schreef.

'Dat vind ik helemaal niet erg.'

Iedereen weet dat je even niet naar Frankrijk gaat vanwege de protesten tegen het homohuwelijk.

'Dat stond deze week in Privé, bizar. De kop was: 'Dominique verlaat haar grote liefde.' En dan ging het over Frankrijk. Nou, leuk.

'Kijk, mijn vrouw Annet en ik hadden een half jaar geleden al besloten om naar Zweden met vakantie te gaan. Maar toen kwamen die protesten. Ik dacht: even een tweet, ze lezen vast mee op de Franse ambassade. Dan weten ze dat Frankrijk er niet goed opstaat.'

Als jij zoiets tweet, wordt het opgepikt. Dat weet je.

'Ik had me niet gerealiseerd dat het meteen op nu.nl zou staan. Ik dacht: dat zoemt alleen rond in twitterland, maar dat moet je niet onderschatten. En nu is het dus in de Privé terechtgekomen.'

Hoe erg vond je het, die demonstraties tegen het homohuwelijk?

'Laatst in Parijs lazen Annet en ik op straat: 'We willen werk, geen homohuwelijk.' Dat voelt niet prettig. Dan denk ik: wat zitten jullie nou te doen, wat misgunnen jullie ons? Ik had me nooit gerealiseerd dat het homohuwelijk zo moeilijk lag in Frankrijk.'

En zo'n tweet van jou daarover moeten we zien als plaagstootje? Of voer je serieus campagne?

'Nee, het is geen campagne, ook al heb ik er in mijn columns voor Spits ook aandacht aan besteed. Ik geef niet over allerlei onderwerpen mijn mening. Maar als het echt iets is wat mij persoonlijk raakt, zoals het gedogen van de weigerambtenaar en die Franse protesten, dan wil ik er wel iets over zeggen. Ik mag ook een mens zijn.'

Waar ligt de grens?

'Ik ga nooit op het Journaal beweren: 'Dames en heren, moet u eens even horen, zijn ze helemaal gek geworden in Frankrijk?' Nee, natuurlijk niet.'

Vorig jaar kreeg je veel kritiek tijdens het oproer over de inkomensafhankelijke zorgpremie. Peter Middendorp schreef in de Volkskrant: 'Aan de opwinding kon je horen welke puntjes in de koopkrachtwolken naar de namen Dominique, Ron en Ferry luisterden.'

'Belachelijk.'

Je zou zelf beleid maken door in het Journaal te zeggen: 'Dit plan moet de prullenbak in.' En: 'Het is nog pure speculatie, maar alles zal nu wel via de belastingen gaan lopen.'

'En wat is er gebeurd? Het plan is de prullenbak ingegaan en het loopt nu via de belastingen. Wat sommige mensen kennelijk niet begrijpen, is dat ik heel veel weet, ik ben goed geïnformeerd. Ik had prominente VVD'ers gesproken en ik wist hoe dat plan daar inwerkte, maar dat heb ik er niet bij verteld. Ik kan mijn bronnen niet onthullen, dat zou dom zijn, dan hoor ik nooit meer iets achter de schermen.'

Ik heb destijds die Journaal-uitzending gezien. De verontwaardiging sloeg behoorlijk op mij over, en ik denk op meer mensen.

'Maar dat is toch niet het effect van Dominique van der Heyde? Ik had dat plan toch niet bedacht?'

Het was duidelijk dat je er totaal verbluft over was.

'Ik was verbluft dat de VVD ermee had ingestemd. Er zit een VVD'er op Volksgezondheid die de kosten in de zorg zorgvuldig in toom probeert te houden. En dan komt er zo'n plan dat in elkaar is gekleund! Het druiste op alle fronten in tegen waar de VVD voor staat. Dat was de grote verbazing en daar stonden wij bij het Journaal niet alleen in. RTL bracht het nieuws dezelfde avond.'

Lag je wakker van de kritiek? Ook VVD en PvdA ergerden zich aan jouw manier van verslag doen.

'Nou, vooral de PvdA. Ik zou er wakker van liggen als ik iets verkeerds had gedaan. Maar onze berekeningen van de nieuwe zorgpremie klopten, misschien niet op de euro, maar ze klopten wel.'

Ferry Mingelen is de relativering in persoon geworden. Hoe gaat dat straks als jij hem opvolgt?

'Als er een kabinet valt, kun je zeggen: 'Tja, er gaat wel eens vaker iets mis in Den Haag.' Maar ik ben meer van de school: 'Moet u nou eens horen wat er hier aan de hand is!' Waarom moeten mensen anders kijken en luisteren?'

Je vindt dat leuk, die toon.

'Ik vind dat leuk.'

Die blijf je houden?

'Ja. En het zou heel goed kunnen dat sommige krantenjournalisten, of mensen die niet veel op het Binnenhof rondlopen, of bepaalde mannen, schrikken van de stelligheid waarmee ik dingen beweer. Maar dat wil niet zeggen dat ik mijn eigen mening verkondig.'

Zouden specifiek mannen zich druk maken over jouw toon?

'Ik weet het niet. Vraag het ze. Maar ik hoor nooit kritiek van vrouwen.'

O ja? Vrouwen zeggen altijd: ga zo door?

Ze begint te schateren. 'Ja. Serieus, echt waar.'

Dominique van der Heyde komt uit 'een heel fijne familie', had haar goede vriendin Margriet van der Linden, scheidend hoofdredacteur van Opzij, gezegd. 'Ze zijn van de grote gebaren, van zingen en dollen. Vreugde of leed wordt breed gevierd of betreurd.' Van der Heyde moet er een beetje om lachen; het is nu ook weer niet zo dat zij en haar familieleden constant in gezang uitbarsten. Maar ze beaamt: het ís een fijne familie, zowel de Van der Heyde-kant als moeders kant die luistert naar de naam Van Erven Dorens.

Haar beide paar grootouders hadden een huis in Frankrijk waar alle ooms, tantes, neven en nichten geregeld langskwamen, 's zomers zelfs weken achter elkaar. Zo ook Beau van Erven Dorens, die een jongere neef is. Aan de wand in haar ruime huiskamer hangen drie schilderijen die grootvader Van der Heyde maakte van een Zuid-Frans landschap. 'Hij was totaal Francofiel', zegt ze. Begin vorige eeuw deelde hij met zijn broer een boerderij op Corsica, waar haar vader werd geboren.

Haar ouders leerden elkaar kennen in het café van het Amsterdamse American Hotel. Haar moeder vond haar vader aanvankelijk een interessantdoenerige corpsbal, maar toen hij zijn opwachting maakte in marineuniform, veranderde de zaak.

Dominique werd geboren in Leiden en groeide op in Arnhem, waar haar vader chirurg was. Ze woonden in een Pippi Langkous-huis, met boomhutten en een kabelbaan in een immense tuin.

Ze had er een 'fantastische' jeugd. Op haar 5de werd haar jongste broertje Niels geboren met een scoliose, een ruggewervelvergroeiing die vroeger ook wel een bochel werd genoemd. Ze vond het ontzettend zielig, 'zo'n klein, lief schatje in de couveuse', maar hij werd geopereerd en daarna kon hij een normaal leven leiden. 'Hij sloeg ons later allemaal van de tennisbaan en kon waanzinnig golfen. Hij was de allerbeste vriend van Beau.'

Je bent gaan studeren aan de VU in Amsterdam en kwam bij het corps terecht bij Arktos, het pottendispuut. Of beledig ik je nu?

Met een grijns: 'Je beledigt nu vooral de hetero's die ook lid waren.'

Zo stond het toch bekend?

'Ja, maar ik dacht: ik laat het je even zeggen, kijken of je het weet.'

Hoe lag dat dispuut destijds binnen het corps?

'Ik kan me niet herinneren dat er agressie tegen ons was. Maar het was ook niet zo dat iedereen er per se bij wilde horen. Het trok dus de meest vrijgevochten hetero's en de stoerste lesbiennes. Maar het dispuut is intussen overleden, hè? We leven kennelijk in een tijd waarin alles meer eenheidsworst is geworden.'

Sommige mannen bij het corps waren doodsbang voor jullie.

'O ja? Wat deden we dan?'

Ze hadden het idee dat er een extreme anti-mancultuur heerste.

Ze schiet in de lach. 'Dat is niet waar, we waren niet anti-man. Het is wel zo: voor een vrouwenavond richtten mijn vriendin en ik het 'Comité van de stalen bh' op en daarvoor verzonnen we een strijdlied op de wijs van Aux Champs-Élysées: 'O stalen bh, o stalen bh, het gasformuis gaat nu op slot, ik sla de hele boel kapot, geen vent doet mij dat na, o stalen bh.' Het was een grap, maar het lied heeft nog jarenlang een eigen leven geleid.'

Jullie probeerden de homoseksualiteit niet geaccepteerd te krijgen op het corps?

'Nee joh, we waren helemáál niet bezig met anderen, we waren bezig met onszelf. We hadden het druk met affaires, die was verliefd op die. Het was absoluut niet politiek. Maar het is wel zo: we vonden het leuk om voor onszelf te staan, we schaamden ons niet voor onze homoseksualiteit.'

Dat is wel bijzonder. In die jaren durfde niet iedereen ervoor uit te komen, zeker niet in zo'n conservatieve omgeving als het corps.

'Ik heb nooit enig probleem gehad. Mijn ouders deden er luchtig over. Toen ik een jaar of 17 was, zei mijn moeder: 'Dominique, je bent gewoon lesbisch.' Ik dacht: dat maak ik zelf wel uit. Maar ze had gelijk: ik was verliefd op meisjes en al gauw verdween mijn interesse in jongens.

'Mijn ouders waren extreem liberaal; pas later ben ik erachter gekomen dat er nog genoeg mensen zijn die in de problemen komen om wie ze zijn. Dat vind ik heel erg. En als ik er nu open over ben, heeft dat dezelfde reden als vroeger: ik wil laten zien dat je homoseksueel mag zijn, punt.'

Je broertje Niels is ook in Amsterdam gaan studeren, toch?

'Ja, economie. Door zijn handicap was hij kleiner dan andere jongens, maar hij was ontzettend stoer, hij had een enorm grote bek. Dat was ook wel een beetje compensatie, maar hij was heel grappig en had veel vrienden.'

Op zijn 28ste is hij overleden.

'Hij werd ceremoniemeester bij het huwelijk van mijn broer, in 1997. Daar heeft hij zich enorm voor ingespannen. Ik weet niet of het daardoor kwam of dat hij toch te wild had geleefd, maar hij kreeg een longontsteking en drie weken later was hij dood.'

Ondanks het feit dat hij medicijnen kreeg.

'Die sloegen onvoldoende aan. Hij had toch een zwakker gestel, maar dat hadden we ons nooit meer gerealiseerd omdat hij zo sterk was. Gelukkig is mijn vader bij hem geweest toen hij nog bij kennis was. Toen Niels belde om te zeggen dat hij zo benauwd was, is mijn vader gekomen en met hem in de ambulance meegereden naar het ziekenhuis.

'Niels heeft nog gezegd: 'Ajuus pap, tot later.' Ik heb hem niet meer bij bewustzijn meegemaakt. Hij heeft drie weken aan de beademing gelegen en toen moesten ze constateren dat het klaar was.'

Jullie hoefden dat besluit zelf niet te nemen?

'Nee, toen we afscheid namen, had ik het idee dat hij al overleden was. Het was verschrikkelijk, verschrikkelijk. Het was een totale ramp. En een half jaar later werd mijn moeder ziek, ze overleed in 1998. Ik vond het niet eerlijk. Ze was 68, maar ja: kanker.'

En in 2004 overleed je vader. Hoe ben je nu onder dit alles?

'Ik mis ze nog steeds. Dat blijft. Het waren leuke mensen. Het was mooi geweest als ze hadden meegemaakt wat ik nu was geworden. Maar ik voel ze weleens. Ik maak er geen groot ding van, maar ik weet soms zeker dat ze bij mij zijn. Mijn moeder is er het vaakst, pats, in mijn slaap of zo. Misschien is het ook wel wat ik zelf graag wil denken, hoor, maar dat doet er niet toe.'

Er wordt aan de voordeur gemorreld en ineens staat Pablo in de huiskamer, een voormalige zwerfhond uit Spanje. 'Hééé, lief hondje', gilt Van der Heyde. Erachteraan komt Annet de Jong, die samen met Pablo 10 kilometer heeft gerend. Ze is ook journalist, voor De Telegraaf schrijft ze over film en literatuur. Ze leerden elkaar kennen in 2003, op het Binnenhof, waar ze toen beiden werkten. 'Ik wist niet dat zij van de vrouwen was', zegt Van der Heyde. Pas toen een vriendin haar vroeg wat ze nou eigenlijk van Annet vond, ging er een lampje branden.

Het raakte aan in Nieuwspoort, begreep ik, waar jullie op een bijeenkomst voor politici en journalisten stonden te zoenen.

'Inderdaad, en toen tikte Frits Wester op mijn schouder: 'Jongens, nou is het wel genoeg.' Hij vond het niet gezellig, hij wilde met ons kletsen.'

Het was niet tegen te houden tussen Annet en jou?

'Het was niet tegen te houden. Zonder haar zou ik niet kunnen doen wat ik nu doe. We steunen elkaar heel erg.'

Je zei daarstraks dat het wel meeviel, al dat zingen in jouw familie. Bagatelliseerde je dat niet?

'Ja, dat is wel zo. Mijn vader zong altijd. En ik ken ook wat chansons, Les feuilles mortes en Un jour tu verras van Mouloudji. Als ik een beetje te veel heb gedronken, ga ik die zingen. Maar dat is geen vast ritueel.'

Jullie zijn met de familie nog steeds vaak bij elkaar.

'Ja, we wonen allemaal bij elkaar in de buurt, mijn zus, mijn broer, neven, nichten. Het is heel hecht, elke week is wel ergens een dinertje. En de kinderen van mijn neven en nichten trekken ook weer met elkaar op. En nu wil mijn neefje Jozeph van 13, het zoontje van mijn broer, weer kok worden, die komt hier dus vaak met Annet koken.

'Daarom doe ik naast mijn werk veel te weinig andere dingen. Ik kies er meestal voor om lekker te gaan eten, heel vaak met vrienden en familie. Ik zeg altijd: we leven in een huttendorp.'

CV DOMINIQUE VAN DER HEYDE

Dominique van der Heyde werd geboren op 2 juli 1964 in Leiden. Ze groeide op in Arnhem en studeerde in de jaren tachtig politicologie aan de VU in Amsterdam. Tijdens en na haar studie had ze baantjes bij Gall & Gall en de Sociale Verzekeringsbank. In 1996 begon ze op de buitenlandredactie van het Journaal.

In 2000 werd ze verslaggeefster op de redactie binnenland en in 2002 stapte ze over naar de parlementaire redactie van de NOS. Sinds 2009 duidt ze politiek nieuws in het achtuurjournaal. Per 1 januari volgt ze Ferry Mingelen op als politiek commentator in Nieuwsuur.

Vanaf die datum zal de tv-rubriek zeven dagen in de week te zien zijn, dus ook op zondag.

*

Toen Van der Heyde in 2002 terechtkwam op de parlementaire redactie van de NOS, was ze van plan een jaar of zes te blijven. Het liep anders: 'Het is te leuk. Ik zeg altijd: van al het werk dat je kunt doen in zo'n land als Nederland, is dit een van de leukste banen die er zijn.' Terwijl: het was nooit haar roeping om journalist te worden. Als kind droomde ze van het toneel, maar ze ziet de overeenkomsten wel met wat ze nu doet. 'Wat is nou journalistiek? Het is ook maar heel nederig. Net als toneel. Je zoekt een verhaal, je hoopt dat het zo origineel mogelijk is en dat probeer je zo aansprekend mogelijk te vertellen. Zo simpel is het.'

undefined

Meer over